DE ZOEKTOCHT NAAR HET MIDDEN

Penelope Reed Doob, 'The idea of the labyrinth, from Classical Antiquity through the Middle Ages', Cornell University Press, Ithaca en Londen, paperback 1992.

Weinig hedendaagse bezoekers van Hampton Court zullen bevroeden welke diepere zin verborgen ligt in het doolhof. Deze verscholen betekenis komt enigszins aan de oppervlakte in metaforen als de wereld is een labyrint, verstrikt raken in het labyrint van je eigen leugens, het doolhof van de liefde. En uiteraard in het bekendste verhaal over een labyrint, de mythe van het labyrint op Kreta: in ver vervlogen tijden gebouwd door de legendarische uitvinder Daedalus, in opdracht van koning Minos. Dit labyrint diende als gevangenis voor de minotaurus, het kind van de overspelige vrouw van Minos en een aantrekkelijke stier.

Overigens waren de hulpmiddelen voor deze ongewone verbintenis ook ontworpen door Daedalus. Om de negen jaar werden aan de minotaurus enkele Atheense jongeren geofferd. Totdat bij de derde keer de dochter van Minos, Ariadne, verliefd werd op een van de jongens en besloot hem te redden. Voor zijn tocht in het doolhof kreeg hij van Ariadne een klos draad mee die hij vastmaakte bij de ingang van het labyrint en afwond tijdens zijn angstige tocht. De minotaurus wist hij te overwinnen door een bal van pek - Ariadne's tweede gift - in zijn bek te werpen waardoor de Minotaurus niet in staat was de jongeling onmiddellijk te verslinden en zo ten prooi viel aan het zwaard.

Het labyrint zelf is veel ouder dan deze mythe. Er zijn een groot aantal prehistorische tekeningen bekend van labyrinten en met name in Groot-Brittannie zijn veel Keltische afbeeldingen van labyrinten gevonden. De vroegst bekende labyrinten bevonden zich in Egypte en waren heilige plaatsen. De labyrintische structuur moest binnendringen verhinderen en een snelle vlucht naar buiten van dieven vertragen. En in de heuvels van Zuid-Engeland ligt Maiden Castle, de overblijfselen van een aarden fortificatie uit de IJzertijd waarvan de labyrintische structuur de aanvallers moest hinderen.

In antieke verhalen wordt de tocht door een labyrint vooral als een initiatie-proces voorgesteld. Er is moed voor nodig een labyrint binnen te treden, en eenmaal binnen wordt de mens geconfronteerd met eigen angsten en onzekerheden over de te volgen route. Wie de zoektocht in een labyrint met succes voltooit, heeft een nieuwe fase in zijn leven bereikt. Gezien de rol die het labyrint in veel, ook niet-westerse culturen gespeeld heeft is het verwonderlijk dat er zo weinig literatuur over verschenen is.

W. H. Matthews' Mazes and Labyrinths: Their History and Development uit 1922 is nog steeds het standaardwerk over labyrinten. Maar hij behandelt niet de ideeen achter het labyrint.

Dat gebeurt wel in het recent verschenen boek van Penelope Reed Doob, The Idea of the Labyrinth, ongetwijfeld het nieuwe standaardwerk over labyrinten. Het is een gedegen wetenschappelijke maar niettemin meeslepende studie over de geschiedenis en betekenis van het labyrint in kunst, filosofie en literatuur, van Oudheid tot in de Middeleeuwen. Het boek eindigt met drie prachtige essays over de rol van het labyrint in Vergilius' Aeneis, Dantes La Divina Commedia en Chaucers House of Fame.

Reed Doob laat zien welke fundamentele dualiteit in het doolhof huist. Voor iemand die zich in het labyrint bevindt is het een plaats van verwarring en chaos, angst en onmacht: hoe bereik ik het midden en wat staat mij daar te wachten, is er wel een midden en kom ik hier ooit nog uit? Maar van boven afgezien heeft het labyrint een duidelijke structuur, het is een georganiseerde chaos, het toont het vernuftige artistieke handwerk van een geniale architect.

Deze dubbelheid zien we terug in het metaforisch gebruik van het labyrint in de Middeleeuwse literatuur. In de wereld als labyrint is het maken van een keuze cruciaal en dat staat symbool voor de aardse verleidingen die ons afhouden van de juiste christelijke weg naar het midden - God. Van boven af gezien is de labyrint-wereld een gecompliceerd maar wonderschoon kunstwerk geschapen door de Architect en zijn het midden en de enige juiste weg ernaar toe duidelijk herkenbaar.

Door de dubbelheid van de betekenis van het labyrint, afhankelijk van het perspectief van de beschouwer, is de status van het labyrint soms slecht en soms goed. Voor de Middeleeuwse filosoof Boethius is het labyrint vooral het beeld van de gecompliceerde wereld, de filosofie is zijn draad van Ariadne. Augustinus gebruikt het labyrint als metafoor voor het proces van leren - met termen als ingewikkeld, cirkelvormig, doodlopende gangen, terugkeren op je schreden en door schade en schande wijs worden.

Tot de mooiste delen van Reed Doobs boek behoren haar uiteenzettingen over de afbeeldingen van labyrinten die in de Middeleeuwen vaak voorkomen in Franse en Italiaanse kerken, zoals het diagram van een labyrint in het schip van de kathedraal in Chartres uit ongeveer 1200. Dergelijke afbeeldingen moeten beschouwd worden als een verwijzing naar het complexe karakter van het bouwwerk, als een embleem van de hoge artistieke prestatie van de christelijke bouwkunst. De christelijke bouwmeesters eerden zichzelf met dit teken van vernuftigheid.

Maar ook op de kerkvloeren zijn afbeeldingen van cirkelvormige labyrinten te zien, met zelfs diameters van twaalf meter. Deze afbeeldingen, zoals op de vloer in de kerk van Auxerre, waren de plek van fascinerende ceremonies met Pasen. Zij vormden de vloer voor zogenaamde labyrintische dansen.

In bepaalde versies van de mythe van het labyrint van Kreta wordt verteld dat Daedalus voor Ariadne een dansvloer ontwierp met labyrintische patronen. Deze passage wordt soms als aanwijzing gezien voor het feit dat het labyrint van oorsprong een ingewikkelde dans was. Bij de Romeinen, rond 100 voor Christus waren dergelijke dansen zeer populair in de vorm van paarden-balletten. Drie groepen ruiters volgen vooraf vastgestelde ingewikkelde, in elkaar overvloeiende paden, waardoor de paardehoeven een labyrintisch patroon achterlaten.

In de Middeleeuwen vormde de afbeelding op de kerkvloer de leidraad voor een labyrintische paasdans van de parochianen. De dans werd geleid door de deken van de kerk, aan wie op een bepaald moment een bal toegeworpen werd. Deze bal verwijst naar de twee giften van Ariadne aan haar geliefde. In het christelijke labyrint van de hel is de bal van pek de humaniteit van Christus die de duivelminotaurus ontwapent en Ariadne's draad is de goddelijkheid van Christus die ons een veilige terugtocht uit de labyrinthel garandeert. Het gooien van de bal naar de deken in combinatie met de labyrintische dans symboliseert de overwinning van het Christendom op de labyrintische duivel.

Deze dansen zijn een onverwachte aanwijzing voor de kracht van de idee van de labyrint in de Middeleeuwse samenleving. Dat geldt eveneens voor de labyrinten in schilderijen uit die tijd, vaak afgebeeld op de kleren van belangrijke personen. Het ondoordringbare van het labyrint beschermt hen als het ware tegen ongenode belangstelling voor hun persoon, het zinnebeeld van het labyrint waakt over hun geheimen.

Het ontstaan van labyrinten puur voor vermaak laat zien dat de mythe van het labyrint voorbij is. Sinds de Renaissance heeft de menselijke geest zich in zijn wetenschappelijke overmoed definitief boven de labyrintische wereld verheven en hij ziet zichzelf als middelpunt van elke zoektocht. In het labyrint als kermisattractie kunnen we de angst voor het labyrintische in onszelf al spelend weglachen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden