De zoektocht naar een lustopwekker

Flibanserin, mislukt als antidepressivum, wordt op dit moment wereldwijd beproefd als lustopwekker voor vrouwen. In Nederland wil de eigenaar van het molecuul, fabrikant Boehringer-Ingelheim, met zeventig vrouwen een klinisch onderzoek doen naar de effectiviteit en de veiligheid van het middel. De fabrikant zoekt vrouwen met een verminderd seksueel verlangen die nog niet in de menopauze zijn.

In Nederland doen ziekenhuizen in Enschede, Nieuwegein, Zeist, Apeldoorn, Amsterdam, Almere, Den Helder, Tilburg en Den Haag mee aan deze zogenaamde fase-III-studie. Het onderzoek gaat vooraf aan de officiële registratie van het middel. In heel Europa doen ziekenhuizen mee. De fabrikant wil flibanserin testen op 5000 vrouwen, de ene groep krijgt een neppil (placebo), de andere groep het middel.

Boehringer-Ingelheim maakt zich zorgen over het imago van deze roze-Viagra. Volgens critici maakt de farmaceutische industrie zich al jaren schuldig aan het creëren van niet bestaande ziektes, om grote omzetten te halen. Juist in de sfeer van de seksualiteit lijkt die kritiek niet geheel uit de lucht gegrepen.

De Alkmaarse vestiging van de multinational sleutelt al maanden aan een intern document waarin alvast antwoorden worden geformuleerd op kritische vragen over flibanserin. Dit formulier is in het bezit gekomen van Trouw. Het document biedt een aardig inzicht in de manier waarop het bedrijf heikele kwesties wil pareren.

In het document – de versie is van 27 september 2007 – bewandelt Boehringer-Ingelheim precies het pad dat fabrikanten gewoonlijk volgen voor een succesvolle marktintroductie van een nieuw middel. Al op het eerste blad wordt de beproefde methode opgevoerd van de inzet van medisch opinieleiders bij de promotie van nieuwe middelen. Bij een uitleg over de HSDD, de Engelstalige term voor verminderd seksueel verlangen, wordt opgemerkt dat er een ’autoriteit moet worden gezocht die de benaming van de indicatie onderschrijft’.

Vrouwen met een verminderd seksueel verlangen zijn volgens Boehringer-Ingelheim ziek. Ze lijden aan een psychiatrische stoornis. Het bedrijf verwijst in het interne document naar het handboek voor psychiaters waarin HSDD als een stoornis wordt beschreven.

In een reactie op vragen schrijft woordvoerder Joppe Hendriks van Boehringer dat zijn bedrijf niet voorbij gaat aan andere oorzaken van HSDD. „Wij nemen vrouwen pas op in de klinische studies als de diagnose van HSDD wordt gesteld. Dat betekent dat rekening wordt gehouden met factoren die van invloed zijn op het seksuele functioneren, zoals leeftijd en levenswijze.”

Verminderd seksueel verlangen als gevolg van een relatieprobleem is een klacht die de diagnose HSDD niet rechtvaardigt, aldus Hendriks. „Bij die vrouwen is een behandeling met een medicijn ook zinloos.”

Ook kritiek dat Boehringer de ernst van HSDD overdrijft om pillen te verkopen, wijst Hendriks van de hand. „De diagnose HSDD was er al lang voordat wij flibanserin voor een verminderd seksueel verlangen gingen ontwikkelen. Ons doel is een nieuwe behandeloptie voor deze ziekte aanbieden en zo een lijdensdruk te verlichten van een aandoening waarover tot dusver weinig in het openbaar wordt gesproken.”

De fabrikant mag een verminderd seksueel verlangen als een ziekte beschouwen, klinisch-psycholoog Ellen Laan doet dat niet. „HSDD is geen ziekte. Als je dit een ziekte gaat noemen, ben je seksuele problemen aan het medicaliseren. Je kunt wél spreken van een seksuele stoornis.” Haar stellingname is opmerkelijk want Laan, werkzaam op de afdeling seksuologie in het AMC in Amsterdam, leidt samen met seksuoloog Rik van Lunsen de Nederlandse studie van Boehringer naar flibanserin.

Laan: „Geen zin in seks is een probleem dat te maken kan hebben met biologische, psychologische en/of sociale oorzaken. Maar er is waarschijnlijk ook een hele kleine groep vrouwen bij wie een verminderd seksueel verlangen een biologische oorzaak heeft. Ik zie in onze polikliniek geregeld vrouwen die niet gevoelig zijn voor seksuele prikkels en daar een probleem mee hebben. Als je die vrouwen zou kunnen helpen met een pil, is dat mooi. Dat is voor ons de reden om aan deze studie mee te doen.”

Laan denkt dat de groep vrouwen die baat zou kunnen hebben bij een pil, erg klein is. „Ik denk dat die markt veel kleiner is dan de farmaceutische industrie hoopt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden