De zieke jeugdzorg heeft dringend een injectie nodig

Jeugdzorgwerkers voeren in 2018 actie voor meer geld voor jeugdzorg, minder administratiedruk en het stoppen van de aanbestedingswaanzin door gemeenten. Beeld ANP

Minister Hugo de Jonge (volksgezondheid) maakt een dezer dagen gevoelige cijfers bekend over de miljoenentekorten in de jeugdzorg. In de Tweede Kamer klinkt nu al de roep om extra geld uit te trekken om tenminste de ergste problemen op te lossen.

De klachten vanuit het land houden al zo lang aan dat het kabinet de komende weken de keuze moet maken: of de gemeenten moeten zelf zorgen dat ze uitkomen met hun budget voor jeugdzorg, of het kabinet trekt de portemonnee. “Vooral kinderen met de zwaarste problemen zijn de dupe”, zegt PvdA-Kamerlid Attje Kuiken. “De lange wachtlijsten en de vele overplaatsingen zijn onaanvaardbare misstanden.”

Ook regeringspartijen raken ongeduldig over de aanhoudende problemen met de jeugdzorg. “Ik twijfel niet aan ieders goede bedoelingen, maar goede bedoelingen zijn niet voldoende”, zei VVD-Kamerlid Judith Tielen vorige week in een kamerdebat.

Verontwaardigd

De voorbeelden zijn vaak aangrijpend. Een aan huis gekluisterde man krijgt te weinig huishoudelijke hulp, een gehandicapte vrouw wacht uren voordat ze assistentie krijgt bij haar steunkousen en voor een depressieve jongere is alleen plaats op een wachtlijst.

Wáár is de gemeente die dit allemaal moet regelen, is vaak het verontwaardigde commentaar. Die heeft immers sinds 2015 de jeugdzorg van het Rijk overgenomen én alle hulp die valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarbij gaat het over alle assistentie die ertoe leidt dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De ‘huishoudelijke hulp’ die in deze wet wordt geregeld is de afgelopen jaren het vaakst in de krantenkolommen verschenen: die komt te weinig, doet het werk niet goed of wordt zelf afgeknepen.

Wie alle incidenten in de jeugdzorg en de Wmo op een rij zet, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de decentralisatie van deze zorg in 2015 tot een chaos heeft geleid. Toch komt Gerber van Nijendaal tot een milder oordeel. Als plaatsvervangend voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur, een gerenommeerd adviesorgaan van het kabinet, volgt hij de ontwikkeling van de decentralisatie op de voet. Hij vindt dat de gemeenten er een fors takenpakket bij hebben gekregen, dat gepaard ging met een enorme bezuiniging. Gezien de omstandigheden doen de gemeenten het dus helemaal niet zo slecht, zegt hij. Wat overigens niet wil zeggen dat er geen aanpassingen nodig zijn. 

‘Race to the bottom’

Minister Hugo de Jonge (volksgezondheid) stuurt een dezer dagen een rapport naar de Tweede Kamer waarin hij de stelselwijziging evalueert, maar Van Nijendaal neemt daar alvast een voorschot op. “Als we eerst eens kijken naar de huishoudelijk zorg in de Wmo, dan kun je niet de bezuiniging negeren van 40 procent”, zegt hij.  De gedachte was dat hulp dichter bij de burger goedkoper was en dat marktwerking zou leiden tot lagere tarieven. De hulp was ook niet langer een ‘recht’, maar een ‘voorziening’. Mantelzorgers moesten ook zelf aan de slag. De hulp via de gemeente was alleen aanvullend.

Van Nijendaal: “Maar die bezuiniging van 40 procent moet uit de lengte of de breedte komen. Aanvankelijk kwamen de tarieven sterk onder druk te staan en werd de hulp gegeven door het bedrijf met de laagste prijs.” Maar die ‘race to the bottom’ is tot stilstand gebracht. Op basis van het ‘Besluit reële kostprijs’ moeten gemeenten inmiddels met de aanbieder tot een deugdelijke onderbouwing van de prijs komen, een soort basistarief.

Geen zicht op oplossing

Verder kunnen gemeenten nog maar aan twee knoppen draaien om binnen het budget te blijven: minder mensen toelaten tot de zorg, of minder uren leveren. “Beide gebeurt, en het is vaak de rechter die hier in individuele gevallen een einde aan kan maken. Nou moet ik zeggen dat per saldo het aantal rechtszaken meevalt. Daaruit kun je concluderen dat in zijn algemeen de weggevallen zorg dus wel met zijn allen is op te vangen.”

Ernstiger gesteld is het met de jeugdzorg, zegt hij, waarop sinds de decentralisatie 15 procent bezuinigd is (omgerekend 450 miljoen euro), terwijl de hulpvraag juist toeneemt. Inmiddels kampt twee derde van de gemeenten met een tekort op de jeugdzorg, bij een derde is er zelfs sprake van een fors tekort. Er is geen zicht op een oplossing, of minister De Jonge moet deze week bekendmaken dat hij een deel van de bezuiniging van 50 miljoen terugdraait.

Grote aanpassingen nodig

De decentralisatie van zorg blijft een gigantische project, zegt Van Nijendaal, waarover je niet te snel te hard mag oordelen. “De politiek heeft ingezet op een versobering van de zorg, en die is door de Wmo voor 90 procent geslaagd. Ik zie wel een rafelrand van 10 tot 15 procent waarin bijstellingen nodig zijn, desnoods afgedwongen door de rechter.”

Bij de Jeugdzorg lijken grotere aanpassingen nodig. In het rapport dat deze week uitkomt, wordt zowel naar de omvang van het beschikbare budget gekeken als naar de verdeling ervan. “Mocht minister De Jonge het kabinet willen voorstellen extra geld beschikbaar te stellen, dan moet hij wel ijzersterke argumenten hebben. Daarom moet in deze evaluatie een hele precieze analyse staan met de redenen van de kostenoverschrijding.” Maar met het betoog van Van Nijendaal komt de commissie een heel eind.

Beeld Meulendijks Nanne

Zes oorzaken voor problemen in de jeugdzorg

Waarom leidt juist de overheveling van de jeugdzorg tot financiële problemen bij de gemeenten? Volgens Gerber van Nijendaal zijn er zes oorzaken, die vaak in combinatie voor zand in de motor zorgen.

1. Bezuiniging

Vooropgesteld: vóór de overheveling van de jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten in 2015 waren er ook al wachtlijsten, die zijn dus niet door de decentralisatie ontstaan. Wel verergerd. De oorzaak zit voor een belangrijk deel in de bezuiniging zelf.

2. Toegenomen hulpvraag

De bezuiniging gaat hand in hand met een toegenomen vraag naar jeugdzorg. Die kan worden veroorzaakt door de kwaliteitsverbetering die de gemeenten zelf hebben doorgevoerd. “Dat klinkt vreemd”, zegt Van Nijendaal, “maar door de inzet van gespecialiseerde wijkteams worden probleemjongeren actief opgespoord en wordt er ook preventief gehandeld, voordat er grote problemen ontstaan.” Dat kan op den duur voordeliger zijn, maar daardoor is er nu een groter aanbod van cliënten.

3. Jeugdzorg kan fuik zijn

Daarnaast bestaat er een zekere fuikwerking bij de jeugdzorg, volgens Van Nijendaal. Wat als een lichte vorm van jeugdzorg ontstaat, kan eenvoudig uitgroeien tot een ‘zwaar pakket’ dat weer duurder is. “Het gevaar is dat een jongere met een zwerende vinger eindigt met een bodyscan.”

4. Verkeerde verdeling van geld

Ook speelt dat de verdeling van gelden onder gemeenten destijds is bepaald op basis van cijfers uit 2013 en 2014. Toen was het beeld dat bijvoorbeeld allochtone jongeren relatief minder jeugdhulp nodig hadden, omdat veel problemen in huiselijke kring werden opgelost. Gemeenten met veel allochtonen kregen daarom géén extra geld. “Je ziet nu bijvoorbeeld dat vooral steden met relatief veel allochtonen de vraag niet aankunnen. Dit komt omdat deze groepen zijn geëmancipeerd en minder schroom ondervinden bij het zoeken naar de hulpverlening. En anders worden ze wel door de wijkteams actief benaderd.” Maar in de verdeelsleutel is dat extra aanbod niet meegenomen.

5. Groei steden niet meegenomen

Verder is de groei van het budget gebaseerd op een afname van het aantal jongeren, terwijl de vraag toeneemt. “Almere en Utrecht zijn in absolute zin ook erg gegroeid, terwijl die toename niet is verdisconteerd.”

6. ‘Huisartsenroute’

En dan is er nog wat Van Nijendaal de ‘huisartsenroute’ noemt, die tot een kostenpost leidt die een gemeente moeilijk kan beheersen. “Hoogopgeleide ouders bijvoorbeeld met een kind waar iets mee is, gaan daarmee naar de huisarts. Die verwijst het kind door naar de orthopedagoog en die zet dat kind dan weer in een praatgroep. Dat gehele traject mag de gemeente betalen. De vraag is of bij een deel van de jeugdzorg het niet eigenlijk om medische zorg gaat die gewoon verzekerd had moeten zijn. Ondergaat een volwassene dit traject, dan kan hij ook niet bij de gemeente aankloppen.”

Lees ook: 

Blijft de Wmo een zorgenkindje?

Lokale verschillen in eigen bijdragen werden ooit bejubeld, maar ‘vergaande autonomie’ krijgt nu kritiek.

Kleine ondersteuning kan mantelzorger enorm helpen

Mantelzorgers krijgen het steeds zwaarder, maar een nieuwe landelijke service springt daarop in: de mantel-mantelzorger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden