De zevende missie van Nederland in Afghanistan

amsterdam – De missie in Kunduz wordt de meest civiel getinte sinds Nederland in januari 2002 aanhaakte bij de internationale troepenmacht in Afghanistan. Een schets hoe de politietrainingsmissie wordt voorbereid en uitgevoerd.

De zevende. In januari 2002 ging de eerste Nederlandse infanteriecompagnie naar de hoofdstad Kaboel. Een jaar later voerde Nederland samen met Duitsland het bevel over Isaf-III. In 2004 stuurde Nederland militairen naar de noordelijke provincie Baghlan, waar een provinciaal reconstructieteam vanuit Pol-e-Khomri ging meehelpen met de wederopbouw. Vanaf april 2005 deden Nederlandse special forces (commando’s en mariniers) mee met de operatie Enduring Freedom, gericht op het uitschakelen van taliban- en AlKaida-strijders. In september 2005 stuurde Nederland 750 extra militairen om de eerste parlementsverkiezingen te beveiligen. En in augustus 2006 begon de door Nederland geleide Task force Uruzgan, de grootste uitzending sinds decennia. Bij deze missie kwamen 24 militairen om het leven en raakten er 140 ernstig gewond.

Dat kan betrekkelijk snel, mogelijk al in mei. Bij de terugverplaatsing van materieel uit Uruzgan heeft Defensie rekening gehouden met een nieuwe militaire missie elders in Afghanistan. Materieel dat voor Kunduz nodig is, staat nog op de militaire vliegbasis bij Kandahar (Zuid-Afghanistan).

De logistieke planners willen daarmee voorkomen dat het materieel eerst naar Nederland gaat om vervolgens weer naar Afghanistan te worden verscheept. Het gaat onder meer om Bushmaster-pantservoertuigen, Mercedes-terreinwagens en transportmaterieel.

Militairen worden voor een periode van vier (manschappen en onderofficieren) tot zes maanden (officieren) uitgezonden, politiemensen in principe voor een jaar. De politietrainingsmissie duurt drie jaar, van medio 2011 tot medio 2014. In totaal zullen er ruim vierduizend militairen en 150 politiemensen worden uitgezonden. Sommigen komen meerdere keren aan de beurt omdat hun specialisme schaars is, bijvoorbeeld explosievendeskundigen en F16-vliegers.

In Kunduz vormen bermbommen het grootste gevaar. Nederland neemt eigen specialisten mee. De vier Nederlandse F16’s (gestationeerd in Mazar-e-Sharif) kunnen met geavanceerde apparatuur routes verkennen op de aanwezigheid van bermbommen. Mocht het toch fout gaan, dan kunnen gewonden per helikopter naar een van de kampen worden gebracht en binnen het uur op de operatietafel liggen. De vakbonden van militairen zijn tevreden over deze toezeggingen.

Politiemensen en militairen worden gelegerd op twee locaties in de noordoostelijke provincie Kunduz: het Duitse kamp in Kunduz-stad en het kamp in Mazar-e-Sharif. De meeste mensen zijn nu nog aangewezen op huisvesting in tenten, maar de Duitse eenheid is bezig om op beide locaties legeringsgebouwen uit beton en steen op te trekken. Die bieden betere bescherming tegen mogelijke beschietingen met klein kaliberwapens en raketaanvallen.

In de provincie Uruzgan werkten en woonden de Nederlandse militairen in gepantserde containers. Die zijn verkocht aan de Amerikaanse en Australische eenheden die nu de operatie in Uruzgan uitvoeren.

Volgens berekeningen van Defensie bedragen de totale kosten 468 miljoen euro. Kamerleden en vakbonden van militairen vragen zich af hoe Defensie die kosten kan betalen. Het departement kampt al met grote tekorten en moet de komende jaren ruim 600 miljoen euro bezuinigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden