Opinie

De zevende kaars

Volgens Ikon-pastor Bram Grandia had tijdens de herdenking van de ramp op Koninginnedag een zevende kaars aangestoken moeten worden. Een vlam voor de dader naast die van zijn slachtoffers.

Grandia heeft gelijk als hij stelt dat "de compassie van de gemeente van Christus het schema van goed-fout, dader-slachtoffer overstijgt". De vraag is alleen tot hoever je kunt en mag gaan in de symbolische gelijkschakeling van de dader met zijn slachtoffers. Compassie voor de dader, vergevingsgezindheid en het tegengaan van wraakzucht; dat is iets anders dan hem een status verlenen die gelijk staat aan die van zijn slachtoffers. Het eerste probleem heeft met piëteit voor de nabestaanden te maken. Welke plaats geef je aan hun leed, als je de aanstichter daarvan op een min of meer gelijke lijn zet met de vermoorde geliefden? Om nabestaanden te bewegen tot het aanvaarden van de zevende kaars, had de pastor "met de familie van de nabestaanden in gesprek moeten gaan en hen duidelijk moeten maken dat ook voor Karst T. een kaars aangestoken zou worden", vindt Bram Grandia. Het gaat hier dus meer om dwang, om het opleggen van een dogma van de kant van de kerk, ongeacht het rechtvaardigheidsgevoel, de diepte en de intensiteit van het leed. Je kunt natuurlijk ook stellen dat Karst T. in zekere zin ook slachtoffer is, maar wel slachtoffer van zijn eigen verwerpelijke handeling. En dit is het cruciale verschil met de zes slachtoffers: allen zijn door Karst gedood maar geen van hen heeft Karst T. een haar gekrenkt of willen krenken. Het schema dader-slachtoffer kan niet in al zijn facetten overstegen worden. Er moet in dit schema een grens bestaan om het bagatelliseren van het daderschap tegen te gaan. Iets dat in opvoedkundig opzicht van wezenlijk belang is. Dat Karst T. mogelijk geen aanslagpleger was maar een wanhopige die zichzelf van kant wilde maken, is misschien politiek en maatschappelijk relevant. Het doet niets af aan de bruutheid van zijn daad. Want gedreven door wanhoop of niet, Karst T. heeft vooral een onmetelijke minachting voor andermans leven getoond. Door met volle vaart de menigte in te rijden, heeft hij willens en wetens het bestaan geruïneerd van mensen die volstrekt onschuldig aan zijn onbehagen waren. Dat moet hij geweten hebben toen hij op het gaspedaal van zijn voertuig drukte. Maar klaarblijkelijk telden de levens die hij op het punt stond te vernietigen niet, vergeleken met zijn persoonlijke leed of onbehagen. Na mij de zondevloed. Hoe je het wendt of keert, ligt aan de basis van de minachting van Karst T. voor het leven in het algemeen en dat van anderen in het bijzonder, een onmetelijk egoïsme. De focus had hij voornamelijk op zijn eigen persoon gelegd en wat er bij kwam, wat voor leed hij ook kon veroorzaken, bleef voor hem quantité négligeable. Een dergelijke houding moet ten alle tijd door een samenleving worden bestreden. En kerkelijke instanties horen een zorgvuldige grens te stellen waarmee slachtoffers van hun dader worden onderscheiden. Dit was niet het geval geweest wanneer naast de zes kaarsen voor de onschuldige doden een zevende was gezet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden