De zee borduren als therapie

Julia Blackburn bestudeert de parallellen tussen haar eigen leven en dat van de gekwelde schilder en kunstenaar John Craske

Toen Julia Blackburn voor het eerst een schilderij van John Craske zag, zag ze meer dan een zeezicht met een bootje op de golven. Ze zag de man erachter en voelde zich door elkaar geschud. Dat bootje was de weerslag van het leven zelf, besefte ze, van de onbestendigheid ervan en van onze worsteling om het hoofd boven water te houden en verder te leven te midden van alle angst en onzekerheid. Wat ze vooral voelde was dat ze meer wou weten.

'Draad' is Julia Blackburns verhaal over die zoektocht naar dat meer. Het zou een moeilijke zoektocht worden, wist ze vanaf het begin, want over John Craske is niet zo veel bekend. De man werd in 1881 in een klein plaatsje aan de Engelse oostkust geboren. Hij was de zoon van een visser, en zou zijn vader samen met zijn twee broers helpen op zee tot het gezin van de visvangst overging op de visverkoop.

In 1917 ging hij naar het leger. Nog tijdens zijn opleiding werd hij getroffen door een griepaanval die zijn hersenen leek aan te tasten. Hij raakte buiten bewustzijn en werd nooit meer zichzelf. Na behandeling in een paar hospitalen werd hij uiteindelijk uit het leger ontslagen op medische gronden; de diagnose: imbeciliteit.

Craske was in 1908 getrouwd met Laura Eke. Deze vrouw ving hem na zijn ontslag liefdevol op. Aan huis gekluisterd door zijn verdoofde toestand was Craske tot niet veel meer in staat dan het maken van miniatuurbootjes, die Laura verkocht. In 1923 maakte Craske zijn eerste schilderij. Wat hij er precies bij voelde, zullen we nooit weten, maar hij raakte aan het schilderen verslingerd en tot zijn dood, twintig jaar later, zou hij nog honderden werken maken.

Hij verzwakte met de jaren en toen hij zijn bed niet meer uit kon en dus niet meer voor een schildersezel kon staan, ging hij over op borduren. Ontdekt door iemand uit de marge van de Bloomsbury Group, kreeg hij tentoonstellingen in Londen en New York, waar zijn schilderijen en borduurwerken geprezen werden als staaltjes naïeve kunst, te vergelijken met de doeken van de Fransman Henri Rousseau.

Net zoals haar hond kan zitten staren naar plaatsen waar niets meer gebeurt, naar een bord waar net nog iets lekkers op lag maar nu niet meer, of naar een konijnenhol waarin al lang geen konijn meer woont, was Blackburn op zoek naar een man die er niet langer was, besefte ze. Craske had in zijn leven alleen bewijzen van afwezigheid achtergelaten, met als hoogtepunt wellicht zijn autobiografische geschrift My Life Story of the Sea. Ze vindt er regelmatig verwijzingen naar, maar de tekst zelf lijkt van de aardbol verdwenen. Ze gaat praten met de laatste overlevende Craskes, maar die weigeren haar te ontmoeten of hebben niets nieuws te melden. Ze doorzoekt archieven en privémusea, maar afgezien van een aantal nieuwe schilderijen en borduurwerken levert ook dat niets op. Maar wat ze gaandeweg wel bovenspit, is een verdwenen visserscultuur met haar eigen taal en kennis: charmant en bikkelhard tegelijkertijd.

Als lezer ga je gaandeweg voelen dat Craske voor Julia Blackburn meer is dan zomaar een schilder. Dit gaat dieper.

Eerder schreef ze naast twee memoirs al biografieën over Napoleon op Sint Helena, over Billie Holiday in racistisch Amerika en over de doofheid van Goya. Zoals deze drie gevangen zaten, zat ook Craske het grootste deel van zijn leven vast in ziekte en armoede. De zee schilderen of borduren was zijn manier om zich weer vrij te voelen, en een gewaardeerd mens ook. Wanneer Blackburn op bezoek gaat bij een docent aan de kunstacademie, hoort ze hetzelfde: dat borduren voor mensen die vastzitten een therapeutische werking kan hebben.

Het laatste werk dat Craske maakte, heette 'De evacuatie van Duinkerken'. Het was een gigantisch borduurwerk, een halve meter hoog en vijf keer zo lang - zijn 'Tapijt van Bayeux', zeg maar. Toen Craske in 1943 stierf, was het werk nog niet klaar. Er ontbrak een stukje lucht, de opening naar de dood, duidt de schrijfster. Borduren was zijn manier geweest om weer op zee te zijn, maar het was ook de manier om vredig te kunnen sterven.

Hoe meer Blackburn te weten komt over Craske en zijn vrouw Laura, hoe vaker ze in hun relatie parallellen ziet met die van haarzelf en haar echtgenoot Herman. En dat gaat heel ver, tot de dood toe, want terwijl ze 'Draad' aan het schrijven is, verliest Blackburn haar man.

De ingetogenheid waarmee ze over dit verlies schrijft is imposant. Dit is persoonlijk verdriet, gekoppeld aan de vraag hoe het nu verder moet, en geen opzichtig - en al te makkelijk - gekoketteer met grote emoties. En dan hoop je voor de biografe dat ze dezelfde weerbaarheid zal kennen tegen de onbestendigheid van het leven als schilder John Craske en zijn vrouw en latere weduwe Laura.

Julia Blackburn: Draad (Threads) Vert. Paul van der Lecq. De Bezige Bij, 352 p., euro 24,99

Liever feiten dan fictie

Sommige autobiografische schrijvers willen in hun boeken afrekenen met hun verleden. Andere, meestal ook de betere, willen het gewoon beter begrijpen. De in 1948 in Londen geboren Julia Blackburn behoort tot de tweede categorie. "Ik heb een paar romans geschreven," zei ze ooit in een interview, "maar ik voelde telkens dat het genre me niet echt lag. Ik had feiten nodig." En die vond ze meer dan genoeg in haar eigen leven.

Julia is de dochter van dichter Thomas Blackburn, wiens naam in geen enkele bloemlezing van de twintigste-eeuwse Britse poëzie ontbreekt en kunstschilderes Rosalie de Meric. Vader gebruikte massa's drugs, ging volledig op in de naoorlogse Londense kunstscene en gaf zich over aan zowel fysiek als vooral psychologisch rampzalige seksuele fantasieën met Francis Bacon. Julia vergat hij volledig. Moeder zag in haar dochter dan weer iemand die haar artistieke carrière in de weg stond. Later werd ze zelfs een seksuele rivale. Wij drieën, ongetwijfeld Blackburns succesvolste boek, gaat over de moeilijke relatie die de schrijfster had met haar ouders, en hoe het, net voor haar moeder stierf, toch tot een verzoening kwam, al was die eerder op verzwijgen dan op uitpraten gebaseerd.

Het echte geluk vond Blackburn in de armen van de Nederlandse beeldhouwer Herman Makkink, met wie ze in 1999 trouwde. Niet alleen 'Draad' is getekend door zijn dood in 2013, ook in haar vorige boek, de dichtbundel 'Fluisteringen van liefde, smart en spreeuwen', zocht haar verdriet een artistieke uitweg.

Een uitweg bij de spreeuwen dus, en in 'Draad' komen er nogal wat vissen voor. De natuur, en dan vooral dieren, speelt in het werk van Blackburn een grote, troostende rol.

Zij stellen haar in staat haar persoonlijke kwellingen te relativeren. Haar boek 'My Animals and Other Family', waarin ze het over de lemuur, tropische vissen, honden, kippen, schildpadden en vossen heeft die haar leven hebben gedeeld, behoort daarom tot de mooiste en origineelste autobiografieën ooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden