De zee als particuliere liefde

Gedreven door, bezeten van de zee. Dat moet Adriaen Coenenszvan Schilperoort zijn geweest: anders teken je niet alles op watmet de zee te maken heeft. Van de bruinvis 'die schreit en zuchtals een mens' tot de raadselachtige poelomp-inktvis enzeemeerminnen. Florike Egmond zorgde dat het boek van de16de-eeuwse autodidact nu voor het eerst echt is verschenen.

Adriaen Coenen (1514-1587) was autodidact en vervaardigde zijn'Vis booc' eigenhandig. Het origineel is een van de topstukkenuit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Daarreikte dr. Florike Egmond gisteren het eerste exemplaar uit van'Het visboek - de wereld volgens Adriaen Coenen' aan dr. Martienvan Oijen, conservator Vissen van Nationaal NatuurhistorischMuseum Naturalis - een baan waar Coenen graag op gesolliciteerdzou hebben. Egmond bewerkte het 'Vis booc' voor de hedendaagselezer en plaatst Coenen in de context van zijn tijd.

Bij het begin beginnen, dat is in dit geval onbegonnen werk.Laten we omgedraaid te werk gaan: welk levend zeewezen ofzeeorganisme staat níet in 'Het Visboek', en waarom niet?

Florike Egmond: ,,Dat is niet eenvoudig te zeggen. 'HetVisboeck' is een soort encyclopedie waarin eerder meer dan minderte vinden is dan je zou verwachten - denk aan Eskimo's, Indiaseedellieden, bijzondere kometen, de verschijning van een olifantin Holland. Ik ben geen visexpert, maar denk dat alle nu bekendevissen van de Noordzee erin staan, evenals zeer veel schelpen,kwallen, zeezoogdieren, en dan nog heel wat zoetwatervissen.“

,,Wat er niet in staat zijn natuurlijk diepzeevissen en demeeste exotische vissen, uit andere wereldzeeën, omdat die nueenmaal niet bekend waren in deze streken; en idem dito voor demicro-organismen, want die waren in het tijdperk voor demicroscoop niet te zien en dus onbekend. Maar uitzondering op heteerste gebied zijn de prachtige maanvis die aanspoelde inHolland, en nijlpaarden en krokodillen die Coenen natekende uitandermans werken.“

,,Wat ontbreekt dan toch? Ik denk eigenlijk niets, zolang jeervan uitgaat dat Coenens boek zich vooral richt op wat in deNoordzee voorkwam.“

Wat is 'Het Visboek' eigenlijk: een nautisch-maritiemzeewoordenboek, een catalogus, een almanak, eenniet-wetenschappelijke opsomming, een particuliere liefde ofbezetenheid van Coenen?

,,'Het Visboeck' was geen woordenboek, maar lijkt veel op eenrijk geïllustreerde encyclopedie van allerlei dat in en nabijde zee en sommige zoete wateren te vinden is; het is echter nietalfabetisch geordend, maar op een zeer eigenzinnige manierthematisch ingedeeld, en heeft bovendien een alfabetische index.Je zou 'Het Visboeck' tegelijkertijd ook kunnen beschouwen alseen curiositeitenverzameling op papier, maar het is geencatalogus. Want het toont geen bestaande verzameling. Ook is hetgeen almanak, want het bevat geen jaarordening of chronologie,al zijn er wel weer af en toe spreuken, gedichtjes en anekdotesin te vinden. Maar die zijn altijd verbonden aan een specifiekevis of ander zeedier. Naast zeedieren komen er ook soms langepassages in voor over bijzondere gebeurtenissen in het al danniet verre verleden, ook de klassieke oudheid. De voornaamstereden om deze op te nemen, lijkt te zijn geweest dat ze voorCoenen iets te maken hadden met bijzondere zeewezens ofzeemonsters: veel mensen, nota bene ook en misschien wel vooralgeleerden en predikanten, dachten destijds dat de stranding vaneen walvis of de verschijning van een zeemonster een dramatischegebeurtenis voorspelde. Coenen zelf was daar nogal sceptischover, maar wilde de almacht van God niet in twijfel trekken ennam deze wondere wezens, en de dramatische gebeurtenissen, dusop.“

,,De zee was zeker een particuliere liefde van Coenen. Hij waseen uiterst nieuwsgierig man en wilde er alles over weten. En zomogelijk verzamelen. Maar hij was niet de enige: vorsten enaristocraten, burgers en anderen deelden in zijn tijd die liefdevoor bijzondere naturalia en verzamelden ze. Natuur was eenregelrechte hype in de 16de eeuw in heel Europa. Coenen richttezich specifiek op deze zee-elementen omdat hij daar direct meete maken had en niet de middelen van de echt-rijken had om ookandere naturalia te bestuderen of verzamelen.“

,,Een niet-wetenschappelijke opsomming? Dat is lastig om uitte leggen. Wat was dat wel - aangezien de natuurwetenschappen indeze eeuw werden uitgevonden? We hebben het over 1570-80, diktwee eeuwen vóórdat Linnaeus de plantenwereld ordende met zijndubbele Latijnse namen voor elke plant die nu nog steeds gelden;dik drie eeuwen voordat Darwin de dieren- en mensenwereld onderéén noemer en theorie bracht. De grootste geleerden van Coenenstijd - plantkundigen als Carolus Clusius of visexperts als PierreBelon - experimenteerden met verschillende classificatiesystemenvan de natuur, waaronder ook alfabetische, en ordeningengebaseerd op fysieke verschijningsvormen. Die eeuw is er geeneensgezind systeem uitgekomen; hét grote 'project' van de 16deeeuw was vooral voor de eerste maal in kaart te brengen wat ereigenlijk groeide in de wereld aan planten en dieren, ook in denog maar net ontdekte Nieuwe Wereld, Amerika. Dat was precies watCoenen binnen zijn eigen domein ook deed.“

Hanteerde Coenen eigenlijk een criterium, of luidde datsimpelweg: alles is geschikt zolang het maar met de zee te makenheeft?

,,Ja, en waarom ook niet? Wat zou precies een zinnig criteriumzijn geweest? Gaat het om onze moderne opvattingecht/onecht-fabeldier? Ik denk dat wij in dat opzicht niet echtbeter uitgerust zijn dan Coenen. Wij, het algemeen publiek, doennet alsof de wetenschap tegenwoordig alles in kaart heeftgebracht en gerubriceerd - terwijl er geen jaar voorbijgaat ofde wetenschap ontdekt weer nieuwe 'fabel'dieren uit de diepzeeënen ook de reuzeninktvis blijkt te bestaan. Was dat niet eenfantasie van kapitein Nemo?“

,,Uit Coenens tekst blijkt duidelijk dat hij, net als demeesten van zijn tijdgenoten, de hele natuur zag als eenschepping van een wonderbaarlijke en almachtige God; die hadalles gemaakt, inclusief de zeemonsters en andere vreemde zaken.Waarom zou Coenen ze dan niet opnemen? Voor Coenen zou hetweglaten van zulke, mogelijk bestaande, zeewezens twijfel aan dealmacht van God betekend hebben. Hij was echter tegelijkertijd'modern', in de zin van kritisch en verstandelijk afwegend, enscherpzinnig genoeg om aan hun bestaansmogelijkheid niet tetwijfelen, maar wel te melden dat hij geen enkele betrouwbarebron kon vinden die ze ooit gezien had.“

,,Als cultuurhistoricus houd ik me bezig met de manier waaropmensen, zowel geleerden als 'gewone' mensen, de natuurbestudeerden en afbeeldden in de Renaissance - zo tussen 1450 en1650. Coenen leerde ik kennen in 1989, toen ik zijn 'Visboeck'in Den Haag ging bekijken - alleen wetend dat het de alleroudsteEuropese afbeeldingen van eskimo's bevat. Ik raakte gefascineerddoor de charme van het beeldmateriaal, vervolgens door zijntalent voor beschrijvingen en geweldige durf om als gewoon manzijn eigen bevindingen serieus te nemen, en ten slotte door defascinerend manier waarop Coenens studie van de natuur de grotewetenschappelijke vragen van zijn tijd weerspiegelt en daaropsoms vooruitloopt.“

Geen moment ontstond er verleiding om Coenens observaties te'herstellen' met kennis van nu?

“Geen sprake van zelfs. Het zou toch een beetje stom zijniemand van vier eeuwen geleden, die bovendien veel meer wist danik ooit zal weten over de zee, de les te gaan lezen. Zijn werkis een bron voor de even serieus te nemen opvattingen van hem enzijn tijdgenoten. Het woord 'herstellen' wekt de indruk dat eriets defects is aan Coenens opvattingen. En 'herstellen' roeptom vraagtekens: met wat? Met onze opvattingen die al eventijdgebonden zijn als die van wie dan ook?

Ik denk dat we zelf over 400 jaar niet graag uitgelachenzouden worden omdat we de gangbare en wetenschappelijk enrationeel geachte opvattingen van onze tijd delen. Dat wasprecies wat Coenen deed.“

Schreef Coenen zijn 'Visboeck' voor z'n plezier of wilde hijer, als een Scheveningse Jules Verne, roem en aanzien meebehalen?

,,Ik denk dat het in de eerste plaats om zijn eigen plezierging, en - naarmate hij merkte dat zijn albums gewaardeerd werden- ook om het prestige dat ermee gepaard ging. Hij kreeg erterecht de reputatie van visexpert van, en dat bracht weeraanzien en uitnodigingen bij aristocraten en experts met zich meewaar hij vast van genoten zal hebben.

ün: aangezien zijn werk nooit gepubliceerd is, tot deze eeuw,ging het hem duidelijk niet om het bereiken van een grootpubliek; wél om het bereiken van mensen die hij relevant vond.En om iets moois te maken.“

Op een gegeven moment was het dus andersom: de autodidactCoenen raadpleegde geen zeegeleerden, maar zij hem. Is dat nietcurieus?

,,Niet echt, aangezien hij een serieuze expert was en er geenzeegeleerden bestonden. 'Natuurgeleerden' van zijn tijdstudeerden medicijnen en leerden dan zelf zoveel mogelijk overplanten en dieren. Er bestond geen opleiding natuurwetenschap.Dat vak werd in die eeuw uitgevonden. En wie weet er meer van daniemand uit de praktijk?“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden