De zaak Unicachi

Stijntje Blankendaal

Aan de avenida Huanuco nummer 1568-1570 wordt gewerkt. Achttien verdiepingen moeten het worden. ’Evenveel als dat kantoor daar aan de overkant, maar wij doen het met de hand’.

Marco Antonio Uchasara Uchasara, algemeen manager en aandeelhouder, ziet een grootse toekomst voor zijn winkel- en bedrijvencentrum in La Victoria, een volksbuurt in expansie in het hart van Lima, Peru.

De aandeelhouder staat op het dak van het pand, waar mannen cement roeren en stapje voor stapje de ene verdieping op de andere zetten. De zevende is bereikt. Beneden functioneren al drie jaar kledingwinkels en naai-ateliers. Nike wordt er gretig gekopieerd.

Het ’Centro Comercial Unicachi’ heeft zes eigenaren, onder wie Uchasara, Bertha Ichpas en Felipe Mamani Sandual, die er bovendien als managers werken. Ze hebben ieder 150.000 dollar in de zaak gestoken. Een deel van de winkels is al (onder de marktprijs) verkocht. Met de opbrengst kan weer verder worden gebouwd.

’De zaak Unicachi’ heet het in de volksmond van Lima. Het Centro Comercial op de Avenida Huanuco is er maar één voorbeeld van. In alle windrichtingen van de stad vinden investeringen in onroerend goed plaats, kleine en grote zakenimperia, onder de naam ’Unicachi’. Het begrip is een eigen leven gaan leiden.

De oorsprong ligt in de Andes, in de provincie Puno, naast het heilige Titicacameer, honderden kilometers ten zuiden van Lima. Unicachi is een plaatsje op twee kilometers afstand van de grens met Bolivia. Het telt 3000 inwoners. De inwoners zijn Aymara indianen.

De Aymara vormen de tweede indiaanse bevolkingsgroep van Peru, naast de Quechua en de Guarani. Peruanen schuiven ze allemaal onder de naam cholo, mestizo of ’plattelander’. Indianen staan er op de onderste sport van de sociale ladder. Indiaan zijn staat zelfs voor achterlijk, bijna dierlijk. En daarmee wordt zo’n veertig procent van de bevolking gediscrimineerd. In Lima, stad van migranten, trekken de meeste indianen hun traditionele kleding uit en proberen op te gaan in de menigte. Tachtig procent van de indiaanse bevolking is arm.

De migrantenstroom naar Lima is vanaf de jaren veertig van de twintigste eeuw op gang gekomen. In de jaren tachtig en negentig bereikte de uitstroom van het platteland zijn hoogtepunt. Guerrillabeweging het Lichtend Pad maakte in die tijd het binnenland onveilig. Ook de armoede dreef mensen naar de stad. Een derde van de Peruanen leeft inmiddels in Lima, een stad van 8,5 miljoen inwoners.

De Aymara die uit Unicachi wegtrokken, werkten aanvankelijk in de visfabrieken in de havenplaats Callao bij Lima, als schoenpoetsers of krantenverkopers. Maar ze hebben ook altijd handel gedreven met de hoofdstad.

Die handel vindt nog altijd plaats op de Mercado Minorista, een markt in de wijk La Victoria, met gedroogd lamavlees en kruiden uit de Andes. De meeste Unicachino’s zijn in La Victoria terechtgekomen. Zeker toen in de jaren zeventig de visfabrieken in Callao werden gesloten.

Het geheim van Unicachi lijkt er te liggen. Het doolhof van marktkraampjes, waar de geur van foelie, koriander en peper de stank van de stad overheerst, is een waar netwerk voor commerciële, sociale en huwelijksmogelijkheden. De families Uchasara, Sandual en Ichpas, de drie managers van het Centro Comercial, leerden er elkaar kennen.

De meeste zakelijke relaties worden aangegaan tussen Unicachino’s, maar er worden ook allianties met mensen van buiten gesloten. Zo komen Bertha Ichpas en haar zus, twee van de zes aandeelhouders van het Centro Comercial, níet uit Unicachi. Ichpas: „Maar ze hebben me als een familielid geadopteerd. Ik kwam dan ook al als kind op de Mercado Minorista, waar mijn opa handel dreef. Ze hebben me alles geleerd. Ik weet ondertussen wat het is om een Aymara uit Unicachi te zijn.”

Hoe is het bijna mythische succes van ’de zaak Unicachi’ ontstaan? Op die vraag heeft Aymara Moisés Suxo Yapuchura (36), zelf Unicachino, zich gestort. In 2008 publiceerde hij het boek ’La voz de una nación, Los aymaras de Lima Metropolitana. Caso Unicachi’ (’De stem van een volk. De aymaras van stedelijk Lima. Zaak Unicachi’).

Kort door de bocht komt de theorie van Suxo, pedagoog en linguïst, er op neer dat de ayamara uit Unicachi hun kracht onttrekken aan de (her)ontdekking van hun eigen cultuur en etniciteit. Suxo: „Aanvankelijk wilden de Unicachino’s zo onopvallend mogelijk zijn, opgaan tussen de andere Peruanen. Maar de armoede bracht hen noodgedwongen samen in dezelfde buurt en terug bij hun afkomst.”

In havenplaats Callao werd in 1961 al een sportclub opgericht en toen de Unicachino’s in de jaren zeventig op grote schaal in La Victoria terechtkwamen, richtten ze een club op die sociale, sportieve en culturele evenementen ging organiseren, zoals de eigen dansen en feesten.

Daar is volgens Suxo ’de zaak Unicachi’ geboren. In 1996 kochten de eerste 29 Unicachino’s gezamenlijk, onder de naam ’Inversiones Unicachi S.A.’, 3450 vierkante meter grond op. Idee was een Mega Plaza voor honderden handeltjes te beginnen. Ze breidden uit tot 51 aandeelhouders. Tachtig procent kwam uit Unicachi. Drie jaar later volgde een vergelijkbaar bedrijf en daarna meer.

Onderzoeker Suxo heeft een ontmoeting geregisseerd met een groep zakenlui, in Supermarkt Unicachi, in La Victoria. Deze Super Mercado Unicachi heeft twintig aandeelhouders. De markt, een enorme loods van 5300 vierkante meter, met een aanbod van internet, luidruchtige video-games, schoonheidssalonnetjes, kippen en visverkopers, functioneert sinds 2005. De eigenaren zijn trots op hun nering én hun afkomst. Ze hebben dezelfde achtergrond, familiebanden én gedeeld kapitaal: de zogenaamde ’collectieve bedrijven van Unicachi’.

Felix Cabrera, stelt zichzelf allereerst voor als ’zakenman uit Unicachi’, en neemt, zoals alle aanwezigen, enkele minuten het woord: „Wij zijn plattelandsjongens, onze grootouders stammen af van het Inca-rijk, dat liep tot aan Cuzco. Onze voorouders hebben ons geleerd om solide ondernemingen op te zetten. Zij waren ware socialisten.” Andrés Ramos: „Wij zijn collectief ingesteld, revolutionair. Niet in agressieve zin, maar in intelligent opzicht. Wij trappen niet in de spelletjes van de regering, maar baseren ons op onze eigen gewoontes. De wet van de aymara’s zegt: niet jaloers zijn en niet stelen. Zo hebben wij onze markt voor elkaar gekregen.”

Cabrera: „We zijn ondertussen een voorbeeld voor de wereld. Er is een delegatie uit Zuid-Afrika bij ons geweest, evenals de Kamer van Koophandel van de Verenigde Staten. Wij zijn niet egoïstisch. We willen onze ervaring graag delen.”

„De Peruaanse staat”, stelt onderzoeker echter Suxo bitter, „misbruikt het succes van de Unicachino’s als lichtend voorbeeld voor de andere indianen. Die zouden hun armoede aan zichzelf te wijten hebben. Men refereert daarbij aan het ’volkskapitalisme’ van econoom Hernando de Soto.” Soto, een Peruaanse econoom, ontwikkelde in de jaren negentig een theorie over het legaliseren van sloppenwijken en het geven van krediet op basis van de gelegaliseerde woning als onderpand, als medicijn tegen de armoede.

Suxo: „Maar mijn stelling is juist tegenovergesteld! Het gaat niet in de eerste plaats om het toekennen van krediet. Dat de Unicachino’s ondertussen wel veel krediet bij de bank loskrijgen, is te danken aan het vertrouwen dat zij hebben opgebouwd. De Unicachino’s steunen daarbij op hun culturele en etnische binding. Díe heeft het de aymara mogelijk gemaakt om zich van hun minderwaardigheidsgevoel te ontdoen. Daarop is een waar zakenimperium opgebouwd.”

Dit verhaal (tekst en beeld) is tot stand gekomen mede met ondersteuning van het Freevoice Postcodeloterijfonds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden