De zaak- Unicachi

Ze worden vaak gezien als minderwaardige mensen, de indianen in Peru. Maar de Aymara-indianen uit het dorp Unicachi, met hun wortels in het Inca-rijk, logenstraffen de vooroordelen. Zij vestigden zich in de hoofdstad Lima en werkten zich daar op tot invloedrijke zakenmensen. ’De zaak-Unicachi’ heet het in de volksmond.

Aan de Avenida Huanuco wordt gewerkt. Achttien verdiepingen hoog moet het gebouw worden. ’Even hoog als dat kantoor daar aan de overkant. Maar wíj doen het met de hand’.

Marco Antonio Uchasara, algemeen manager en aandeelhouder, voorziet een grootse toekomst voor zijn winkel- en bedrijvencentrum in La Victoria, een snel uitdijenden volksbuurt in hartje Lima, de hoofdstad van Peru.

De aandeelhouder staat op het dak van het pand, waar mannen cement roeren en beetje bij beetje de ene laag op de andere zetten. De zevende verdieping is bereikt. Beneden zijn al drie jaar kledingwinkels en naaiateliers gevestigd. Nike wordt er gretig gekopieerd.

Het ’Centro Comercial Unicachi’ heeft zes eigenaren-managers, onder wie Uchasara. Ze hebben ieder 150.000 dollar in de zaak gestoken. Een deel van de winkels is al verkocht – onder de marktprijs. Met de opbrengst kan worden verder gebouwd.

’De zaak-Unicachi’ heet het in de volksmond van Lima. Het Centro Comercial op de Avenida Huanuco is er maar één voorbeeld van. Overal in de stad vinden investeringen in onroerend goed plaats. Kleine en grote zakenimperia, onder de naam ’Unicachi’. Het begrip is een eigen leven gaan leiden.

De naam is ontleend aan een dorp in de Andes, in de provincie Puno, naast het heilige Titicacameer, honderden kilometers ten zuiden van Lima. Unicachi ligt op twee kilometer afstand van de grens met Bolivia. Het telt drieduizend inwoners: Aymara-indianen.

De Aymara vormen de tweede indiaanse bevolkingsgroep van Peru. Indianen staan in dit land onderaan de sociale ladder. Ze worden vaak zelfs voor achterlijk uitgemaakt, dierlijk bijna. Door die houding wordt zo’n 40Â procent van de bevolking gediscrimineerd. In Lima, stad van migranten, trekken de meeste indianen hun traditionele kleding uit en proberen op te gaan in de massa. Tachtig procent van de indiaanse bevolking is arm.

De stroom naar Lima is in de jaren veertig van de twintigste eeuw op gang gekomen. In de jaren tachtig en negentig bereikte de leegloop van het platteland een hoogtepunt. Guerrillabeweging Lichtend Pad maakte in die tijd het binnenland onveilig. Ook armoede dreef mensen naar de stad. Een derde van de Peruanen leeft inmiddels in Lima, de stad heeft 8,5 miljoen inwoners.

De Aymara die uit Unicachi wegtrokken, werkten aanvankelijk in de visfabrieken in Callao, een havenplaats bij Lima. Vaak als schoenpoetser of krantenverkoper, maar ze hebben ook altijd handel gedreven met de hoofdstad.

Die handel vindt nog altijd plaats op de Mercado Minorista, een markt in de wijk La Victoria, waar je gedroogd lamavlees en kruiden uit de Andes kunt vinden. De meeste Unicachino’s zijn in La Victoria terechtgekomen. Zeker toen in de jaren zeventig de visfabrieken in Callao werden gesloten. Het geheim van Unicachi lijkt er te liggen. De doolhof van marktkraampjes, waar de geur van foelie, koriander en peper de stank van de stad overheerst, is een waar netwerk van commercieel en sociaal verkeer. De managers van het Centro Comercial leerden er elkaar kennen.

De meeste zakelijke relaties worden aangegaan tussen Unicachino’s, maar er worden ook allianties met mensen van buiten gesloten. Zo komen Bertha Ichpas en haar zus, twee van de zes aandeelhouders van het Centro Comercial, níet uit Unicachi. Ichpas: „Maar ze hebben me als een familielid geadopteerd. Ik kwam al als kind op de Mercado Minorista, waar mijn opa handel dreef. Ze hebben me alles geleerd. Ik weet ondertussen wat het is om een Aymara uit Unicachi te zijn.”

Waar vindt het zo grote succes van ’de zaak-Unicachi’ zijn oorsprong? Aymara Moisés Suxo Yapuchura (36), zelf Unicachino, stortte zich op die vraag en schreef er een boek over. Kort gezegd komt de theorie van Suxo, pedagoog en linguïst, erop neer dat de Aymara uit Unicachi hun kracht ontlenen aan de herontdekking van hun eigen cultuur en etniciteit. Suxo: „Aanvankelijk wilden de Unicachino’s zo onopvallend mogelijk zijn, opgaan tussen de andere Peruanen. Maar armoede bracht hen noodgedwongen samen in dezelfde buurt, en terug bij hun afkomst.”

In havenplaats Callao werd in 1961 al een sportclub opgericht en toen in de jaren zeventig steeds meer Unicachino’s in La Victoria terechtkwamen, vormden ze een organisatie die sociale, sportieve en culturele evenementen ging organiseren. Ze vierden feest en dansten hun eigen dansen.

Daar is volgens Suxo ’de zaak-Unicachi’ geboren. In 1996 kochten de eerste 29 Unicachino’s gezamenlijk, onder de naam ’Inversiones Unicachi S.A.’, 3450 vierkante meter grond op. Idee was een ’Mega Plaza’ voor honderden handeltjes te beginnen. Het aantal aandeelhouders groeide tot 51; vier op de vijf van hen kwamen uit Unicachi. Drie jaar later volgde een vergelijkbaar bedrijf, en daarna nog meer.

Onderzoeker Suxo heeft een ontmoeting geregisseerd met een groep zakenlui, in Supermercado Unicachi, in La Victoria. Deze supermarkt heeft twintig aandeelhouders. De markt, een grote loods van 5300 vierkante meter, met een aanbod van internet, luidruchtige videogames, schoonheidssalonnetjes, kip- en visverkopers, bestaat sinds 2005. De eigenaren zijn trots op hun nering én op hun afkomst. Ze hebben dezelfde achtergrond, familiebanden én gedeeld kapitaal: de zogeheten ’collectieve bedrijven van Unicachi’.

Felix Cabrera stelt zichzelf allereerst voor als ’zakenman uit Unicachi’, en neemt, zoals alle aanwezigen, enkele minuten het woord. „Wij zijn plattelandsjongens, onze voorouders hebben hun wortels in het Inca-rijk, dat liep tot aan Cuzco. Zij hebben ons geleerd om solide ondernemingen op te zetten. Zij waren ware socialisten.” Andrés Ramos: „Wij zijn collectief ingesteld, revolutionair. Niet in agressieve zin, maar in intellectueel opzicht. Wij trappen niet in de spelletjes van de regering, maar baseren ons op onze eigen gewoontes. De wet van de Aymara’s schrijft voor: Wees niet jaloers en steel niet. Zo hebben wij onze markt voor elkaar gekregen.”

Cabrera: „We zijn ondertussen een voorbeeld voor de wereld. Er is een delegatie uit Zuid-Afrika bij ons geweest, evenals de Kamer van Koophandel van de Verenigde Staten. Wij zijn niet egoïstisch. We willen onze ervaring graag delen.”

Onderzoeker Suxo is niet alleen maar positief. „De Peruaanse staat”, zo stelt hij bitter, „misbruikt het succes van de Unicachino’s als lichtend voorbeeld voor de andere indianen. Die zouden hun armoede aan zichzelf te wijten hebben. Men refereert daarbij aan het ’volkskapitalisme’ van econoom Hernando de Soto. De Soto, een Peruaanse econoom, ontwikkelde als medicijn tegen de armoede in de jaren negentig een model, waarbij sloppenwijken gelegaliseerd werden en mensen krediet kregen met die gelegaliseerde woning als onderpand,.

Volgens Suxo werkt het juist andersom. „Ontwikkeling begint niet met het verstrekken van krediet. Dat de Unicachino’s ondertussen wel veel krediet bij de bank loskrijgen, is te danken aan het vertrouwen dat zij hebben opgebouwd. De Unicachino’s steunen daarbij op hun culturele en etnische binding. Díe heeft het de Aymara mogelijk gemaakt zich van hun minderwaardigheidsgevoel te ontdoen. Daarop is een waar zakenimperium gebouwd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden