Column

De zaak-Mauro is een groot vertoon van onmacht

Hoewel de uitkomst voor de jongen zelf een bittere was, is het mogelijk dat de zaak-Mauro over een tijdje zal worden aangemerkt als een keerpunt in het grimmige klimaat rondom vreemdelingen.

Deze woorden schreef ik veertien jaar geleden in deze column, met dit verschil dat het toen ging om de zaak-Gümüs. De Turkse kleermaker uit Amsterdam moest met zijn gezin het land uit, omdat hij niet geheel en al voldeed aan de criteria om voor legalisering van zijn verblijf in aanmerking te komen. Het is duidelijk dat ik toen te optimistisch was.

Niettemin zijn er ook nu weer redenen voor een zeker optimisme.
De eerste is dat de zaak van Mauro, meer nog dan die van Gümüs, de absurditeit van het vreemdelingenbeleid laat zien. Hoe absurd is het niet een 18-jarige, volledig ingeburgerde jongen na acht jaar uit zijn pleeggezin en woonomgeving weg te rukken en uit te zetten naar zijn land van herkomst, waarvan hij de taal niet meer machtig is?

De verantwoordelijke minister Leers (immigratie en asiel) voerde aan dat de wettelijke regels hem geen andere keus laten. Hij vond het lot van Mauro wel 'bijzonder schrijnend', maar niet schrijnend genoeg om, op basis van zijn discretionaire bevoegdheid, de jongen op humane gronden toe te laten.

Welke argumenten Leers ook uit de kast haalde en hoezeer sommige daarvan ook steek hielden, net zo min als zijn verre voorganger Schmitz kon hij de ongerijmdheid wegnemen dat je een voorbeeldige immigrant het land uitzet. De ratio van dat besluit was in het kader van de regels duidelijk, maar de redelijkheid bleef ver te zoeken.

De discretionaire bevoegdheid van de minister strekt ertoe in zulke gevallen het evenwicht te herstellen, maar die ruimte is in het gedoogakkoord van VVD, CDA en PVV welbewust ingeperkt met de afspraak er terughoudend gebruik van te maken.

Het werkt nu tegen Leers dat hij zich bij voorbaat kaas van het brood heeft laten eten. Hoewel dit kabinet zich ten doel heeft gesteld met name de immigratie van 'kansarme immigranten' tegen te gaan, is de consequentie van de politieke inbreuk op de eigen bevoegdheid van de minister dat deze een kansrijke immigrant uitzet. Daarmee haalt Leers zijn op zich moedige poging onderuit aan het immigratiedebat een positieve wending te geven. In de politieke constellatie waarin hij moet opereren is dat, zoals Ab Klink vorig jaar voorzag, vrijwel onmogelijk.

Nochtans kan enig optimisme worden ontleend aan de voorzichtige kentering die zich in het CDA aftekent in het denken over migratie. Het wetenschappelijk instituut van de partij onderneemt dit najaar in het blad CD Verkenningen een indrukwekkende poging het debat althans te normaliseren.

In dat perspectief kan de zaak-Mauro behulpzaam zijn, omdat zij illustratief is voor de realiteit van een toenemende migratie in de wereld. In 1974 waren wereldwijd 85 miljoen mensen onderweg, al dan niet vrijwillig, nu zijn het er meer dan 200 miljoen. De Internationale organisatie voor migratie verwacht dat dit aantal de komende veertig zal verdubbelen tot 400 miljoen.

Deze ontwikkeling dwingt tot een nuchtere kijk op het verschijnsel, dat op zich al eeuwen oud is, maar door de kleiner wordende afstanden in de wereld in een stroomversnelling is geraakt. In ons land zal het niet meevallen deze nieuwe realiteit te aanvaarden en het negatieve beeld van migratie om te buigen. Feiten en getallen kunnen daarbij helpen en meer nog mensen zoals Mauro die bereid een bijdrage aan de samenleving te leveren, maar door het ontbreken van de noodzakelijke burgerrechten in die ambitie worden gefnuikt.

De kwestie-Mauro vestigt op pijnlijke wijze de aandacht op de vergaande rechteloosheid van mensen in zijn positie. De christen-democraat Hirsch Ballin wees er vorige maand in zijn inaugurele rede aan de Universiteit van Amsterdam op dat burgerrechten steeds meer een hefboom zijn geworden in het immigratiebeleid in plaats van een basis voor maatschappelijke participatie, het oorspronkelijk doel.

Die tendens is niet alleen zichtbaar in Europa, maar ook in de Verenigde Staten, de natie van immigranten. Het is president Obama tot dusver niet gelukt de weerstanden te overwinnen tegen het legaliseren van de elf miljoen illegale immigranten. Zelfs het voorstel de kinderen van 'mensen zonder papieren' een verblijfstitel te geven als zij zich door militaire dienst of studie verdienstelijk maken voor het land, is niet door het Congres gekomen.

Het verschijnsel van migratie gaat over grenzen heen, zelfs als er ijzeren hekken worden opgetrokken (tussen de VS en Mexico en in de Spaanse enclaves in Marokko tussen Europa en Afrika), maar het zal nog wel even duren voordat daaruit de consequenties worden getrokken. Misschien helpt het mee dat de vergrijzende Oude Wereld straks dringend jonge immigranten nodig zijn om de welvaart op peil te houden. De christen-democratische europarlementariër Wim van de Camp schat de behoefte tot 2050 op meer dan vijftig miljoen arbeidskrachten.

Het meest opvallende aan het Kamerdebat over Mauro was misschien nog wel de machteloosheid van zowel regering als parlement om deze kwestie op een redelijke wijze op te lossen. De poging van het CDA via een tijdelijk studievisum aan de kennelijk onontkoombare conclusie van uitzetting te ontsnappen, onderstreepte dat.

Een betere reden het migratievraagstuk in een ander perspectief te zetten kan ik niet verzinnen. Niets is zo fnuikend voor het vertrouwen in de overheid als onmacht van bestuur en politiek. De eerste voorwaarde weer greep te krijgen op de dingen die gebeuren is het opruimen van angstbeelden. In de politieke samenwerking met de PVV zal dat het CDA niet lukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden