De wreedste aller sporten

interviews | In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele vraag. Is de Tour de France, die morgen in Utrecht begint, een toonbeeld van beschaving of juist verleidelijk door z'n hardvochtigheid?

De Tour valt dezer dagen - zeker in Utrecht en omgeving - moeilijk te ontlopen. Maar valt de Tour-koorts uit te leggen aan degenen die er niet aan lijden? Wat maakt de wielersport zo mooi, en uitgerekend de Ronde van Frankrijk zo bijzonder?

Filosofisch Elftal-spelers Hans Achterhuis en Robin van den Akker zijn beiden al Tour-fan zo lang ze zich kunnen heugen. Voor Achterhuis was het als kind al een groot genoegen om tijdens vakanties op Texel de Tour te volgen via de krant, die per boot het eiland bereikte met een dag vertraging. "Dat het klassement alweer veranderd was op het moment dat ik erover las, gaf niets", zegt Hans Achterhuis. "Het ging om de spanning en de heldenverhalen, die kon ik ook zonder tv of radio totaal meevoelen. De Tour is nota bene ooit geïnitieerd om de oplage van een Frans nieuwsblad te stimuleren. In mijn jeugd was de koers nog behoorlijk ruw en ongepolijst. Ik herinner me dat koplopers een keer extra tijd wonnen door snel onder de spoorbomen door te glippen, en het peloton moest wachten voor de trein."

Voor Robin van den Akker, een generatie jonger, is de Tour altijd een live-televisiefenomeen geweest. Van den Akker: "Op de bank zitten en kijken naar etappes die vaak veel te lang duren en tergend traag op gang komen, zie ik als het best mogelijke tijdverdrijf tijdens de vakantie. Een overgangsritueel tussen de stress van een werkjaar en het ritme van de zomerperiode."

Maar is de Tour-liefde ook filosofisch te duiden? In Hans Achterhuis' laatste boek is een hoofdstuk aan sport gewijd. Ook de wielersport wordt erin geprezen als een beschavingsvehikel. Het boek 'De kunst van het vreedzaam vechten', dat hij samen met Nico Koning schreef, laat zien hoe de mens er door de eeuwen heen steeds beter in slaagt om conflicten op te lossen zonder wapens en geweld.

Volgens Achterhuis en Koning heeft sport in die ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld, een rol die bovendien nog steeds van kracht is. Sport is volgens hen 'een lang miskend, horizontaal ingericht, vreedzaam fenomeen dat de traditionele hiërarchische orde doorbreekt en onze moderne democratische samenleving voorbereidt en vormgeeft'.

Robin van den Akker, docent filosofie aan Erasmus University College Rotterdam: "Dat mag voor de meeste sporten misschien waar zijn, maar de wielersport en de Tour vormen hierop een gelukkige uitzondering. Wielrennen bestaat juist uitsluitend uit hiërarchie. Vooraf bepaalde en telkens weer opnieuw betwiste en bevochten hiërarchieën. Over de gewezen held Lance Armstrong hoorde ik in een documentaire iemand zeggen: 'Dit gaat niet over doping, dit gaat over macht.'

"Dat lijkt me de essentie. Armstrong was - net als alle andere renners - uit op macht. De machtigen in het peloton kunnen het toeval uitsluiten, alles en iedereen overheersen en beheersen, om zo voorspelbare wedstrijden te creëren. Ik wil natuurlijk niet zeggen dat doping en oplichterij daar ook bij horen of prijzenswaardig zouden zijn, maar wel dat juist de machtsstrijd het wielrennen zo boeiend maakt. Wielrennen is een uitgesproken wrede sport. Zelfs als het er volstrekt eerlijk aan toe gaat. En dat is, zoals iedereen weet, nooit het geval geweest en er zijn ook geen signalen dat het in de toekomst ooit het geval zal zijn.

"In die zin is de Tour een fraaie afspiegeling van het menselijke bestaan: eerlijke uitgangsposities bestaan alleen op papier, als ideaal. De Tour is een manifestatie van Schopenhauers adagium dat het leven een pendule is tussen lijden en verveling. En de strijd brengt de lelijkste kanten van de mens naar boven, de drang om de ander totaal te overheersen. Ook heel veel mooie kanten - de mens vecht tegen de natuur, tegen zichzelf, en strijdt zij aan zij met kameraden in een ploeg. Maar ik denk dat de hachelijkheid en de wreedheid het wielrennen zo intrigerend maken, niet de verheven sportieve idealen."

Hans Achterhuis, emeritus-hoogleraar filosofie van de Universiteit Twente en voormalig Denker des Vaderlands: "Net als religie heeft sport een gemeenschappelijke inhoud die de deelnemers omvat en overstijgt. Ik heb het nu niet eens per se over sport als karakterologische leerschool, zoals die in de levenskunst sterk in de belangstelling staat. Peter Sloterdijk en René Gude, die trouwens samen de Mont Ventoux beklommen, hebben daar sterk voor gepleit.

"Ik doel eerder op de pacificerende lessen die van sport en topsport uitgaan, en die voor het gezond houden van een democratie essentieel zijn. Het gevecht in de Tour kan hard zijn, inderdaad. Maar het is wel belangrijk om je te realiseren dat het bij sport per definitie gaat om een gecultiveerde strijd.

"Als de Zwitserse renner Fabian Cancellara zegt: 'Als ik aan de startlijn sta, voel ik mij een krijger,' dan weten wij dat hij dit niet letterlijk bedoelt. Want zelfs al vallen er gewonden, zowel onder renners als toeschouwers, voor de wielrenners-krijgers zijn dit betreurenswaardige en onbedoelde uitzonderingen. Excessen die door een betere regelgeving, waaraan allen zich moeten houden, vermeden zouden moeten kunnen worden. Het gaat erom de ander op sportieve wijze te verslaan, niet om hem te verwonden of te doden, zoals in de echte strijd, waarbij het bloed rijkelijk vloeit."

Van den Akker: "Als er één sport is waarin het bloed rijkelijk vloeit, op geoorloofde en ongeoorloofde manieren, maar nog altijd behoorlijk rijkelijk, dan is het toch de wielrennerij. Een wielrenner die op zijn fiets stapt, scheert eerst zijn benen. Dat is omdat wonden na een valpartij beter te verzorgen zijn als er geen haren in zitten. Pijn, afzien en overlijdensrisico zijn dus de uitgangsposities; vallen hoort erbij en zal nooit kunnen worden uitgebannen door welke regel dan ook. Langs het parcours staan op de meeste plaatsen geen hekken. Afdalingen zijn en blijven levensgevaarlijk. Daarover gesproken: de Tour is nog steeds ongepolijst. Zo'n voorval met een peloton dat moet wachten voor een trein, is twee jaar geleden nog gebeurd. Om maar te zwijgen over hordes dronken fans op de weg, die ongehinderd mee kunnen rennen.

"Natuurlijk zijn wielrenners er niet op uit om elkaar te vermoorden, zoals strijders op een slagveld. Maar van alle sporten komt het wielrennen daar wel het dichtste bij. En juist dat maakt het zo fascinerend om naar te kijken, al zijn we ons daar misschien niet volledig van bewust. De meester en de knecht is de meest elementaire relatie in het wielrennen. Je kunt spreken over helden, maar verreweg het grootste deel van de renners bestaat uit volslagen anonieme knechten. Broodrenners.

"Bij een spelletje, zoals voetbal, wordt geweld gepacificeerd en gecultiveerd. De strijd wordt onschuldig en oninteressant. Je leert winnen en verliezen. En saamhorigheid. Maar een echte sport, zoals wielrennen, dat is pijn lijden. Je eigen lichaam uitputten. Anderen voor je laten werken, sluw en berekenend zijn om uiteindelijk in een gecalculeerde sprint op het laatste van je krachten degene in te halen die jou uren uit de wind heeft gehouden. Om vervolgens zelf met de eer te gaan strijken."

filosofisch elftal

Haring

Achterhuis

Ankersmit

Van den Akker

Van Tongeren

Baudet

Groot

Van Brederode

Huijer

Gescinska

Robeyns

Wielrenner Laurens ten Dam kwam in de Tour van 2011 gehavend over de streep na de veertiende etappe van Saint Gaudens naar Plateau de Beille.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden