Review

De wording van Europa 1000 jaar geleden Het tijdperk van de middeleeuwen lijkt wel een en al volksverhuizing

Georges Duby: Het jaar duizend; uit het Frans vertaald door Irene Groothedde; Agon, Amsterdam, 252 blz. - F 59,90. Robert Bartlett: The Making of Europe - Conquest, Colonization and Cultural Change, 950-1350; Allen Lane, the Penguin Press, Londen, 432 blz. - 20,00.

Wat kunnen wij leren van het verleden? Niemand minder dan de beroemde Franse medievist Georges Duby heeft een speciale monografie gewijd aan l'an mil. Maar hij zag de bui al lang geleden hangen, de eerste Franse editie van zijn nu vertaalde boek is al van 1967. Dat maakt het werk niet minder waardevol, Duby heeft alle gaven van de goede geschiedschrijver, hij is helder en diepzinnig. Maar al geeft hij in dit boek een goed inzicht in de beklemmende tijd van duizend jaar geleden, hij is hier meer aan het bloemlezen dan aan het vertellen.

Hij trekt wel de grote lijnen: ja, de wereld was ook toen vol angsten en oorlogen, was bang en verdeeld en onzeker. Maar hoe weten we dat eigenlijk?, vraagt hij zich af. Dat lezen we in de enige bronnen die we over hebben uit die tijd, de kronieken van de monniken. In het jaar 1000 zijn de Europeanen ongeletterde heren en boeren, de enigen die de pen kunnen voeren zijn de bewoners van de steeds talrijker kloosters. Zij schrijven vanuit hun geestelijke visie maar tegelijk met de neus boven op de feiten. Kroniekschrijvers zijn ze, dat wil zeggen mensen die van vlakbij kijken, die door de telelenzen van hun geloof alleen de details zien.

Anders dan wij

Als we willen weten hoe de mensen van toen zich voelden, zullen we in hun huid moeten kruipen. Dat doet Duby, hij laat hen aan het woord, hij geeft enkel korte commentaren om hun verhalen in het juiste verband te stellen. Zij waren zo volstrekt anders dan wij, ze geloofden in voortekens en mirakelen en relikwieen, ze waren zich bewust dat er een dreiging school in de magische tijdswende die ze beleefden, al was het natuurlijk niet zeker of dat nu precies het jaar 1000 gold of een ander jaar, bij voorbeeld het jaar 1033.

In hun kronieken vertellen ze van de vele vreemde verschijnselen, de groei van het kwaad rondom hen heen. Maar ze geloven ook dat er allerlei middelen zijn om het tij te keren, boetedoening, pelgrimage, gelofte van godsvrede. Ze zoeken naar loutering en die krijgen ze dan ten slotte ook. De 11e en 12e eeuw worden de eeuwen van een ongekende opbloei van Europa, van kruistochten en kathedralen, zoals men het wel populair kan samenvatten.

Maar als we nu eens niet alleen maar met hun ogen kijken, ons niet alleen maar laten meeslepen door hun betoverende taal (want schrijven konden ze)? Als we nu eens koel en afstandelijk hun vreemde wereld bestuderen? Als we met de groothoeklenzen van de wetenschap het verleden waarnemen, zodat we ons niet meer verliezen in de details, maar verbanden zien die zij niet konden zien omdat ze er veel te dicht bij waren?

Dat is nu precies wat er gebeurt in het nieuwe voortreffelijke boek van de Engelse historicus Robert Bartlett. Het gaat over dezelfde tijd, maar omdat het, zoals gezegd, bredere verbanden wil laten zien, trekt het de kring wat wijder, het completeert het smalle verslag van Duby. Het laat niet alleen zien hoe boos de tijden waren voor het jaar 1000, hoe dan de aanvankelijke opbloei van de Karolingische tijd te niet wordt gedaan als wilde volken van alle kanten binnen vallen, moordend en plunderend, Noormannen, Hongaren, Saracenen, maar hoe vervolgens Europa in de tegen- aanval gaat, hoe het het verloren gebied herovert en zich dan vervolgens uitbreidt tot in verre vreemde streken.

Dat is niet allereerst een verhaal van monniken, al hebben die er ook wel mee te maken, maar van krijgers. Het is het verhaal van wat men in Amerikaanse geschiedenis de frontier zou noemen, en die vergelijking dringt zich dan ook aan de lezer op.

Die frontier is niet overal dezelfde. In het oosten en westen is het een strijd tegen Slaven en Kelten, wordt er een feodale, urbane orde opgelegd aan agrarische mensen, die niet genoeg organisatorische kracht hebben om blijvend stand te houden en die zo hun barbaarse (vanuit het standpunt van de veroveraars) vrijheid verliezen. In het zuiden is het een botsing met een andere hoog ontwikkelde cultuur, die van de islam, en daar wordt gestreden met wisselend succes: de reconquista kerstent Spanje, Byzantium valt ten prooi aan de kruisvaarders, het Heilige Land wordt tijdelijk herwonnen, Sicilie een eeuw lang het koninkrijk van Normandische ridders.

In elk geval ontstaat Europa uit een explosie van energie en mobiliteit.

In dit boek begrijpen we hoe verkeerd het is om ons de Middeleeuwen voor te stellen als Middeleeuwen, als de tijd van stilstand tussen de Romeinen en de Renaissance. Het hele tijdperk lijkt wel een voortdurende volksverhuizing, leren we hier op zeer overtuigende wijze.

Die geschiedenis van gestadige expansie, die werkelijk kolonisatie is, leidt tot grote spanningen in sociaal en cultureel opzicht. Eeuwige kernvraag die daarbij opkomt: hoe anders waren de mensen van het verleden, als we ze bekijken vanuit onze tijd? Want we herkennen toch ook veel. De mensen worden, zo werd het toen al geschreven, verdeeld door afkomst, godsdienst, gewoonten en taal. De schrijver spreekt zelfs van rassen-conflicten en hij geeft vele voorbeelden van discriminatie en van wat wij nu etnische zuivering zouden noemen.

De mensen worden verdeeld maar ook verenigd. Een grote rol in de eenwording van Europa speelt natuurlijk de kerk, die vanaf het krachtige optreden van paus Gregorius VII een beslissende macht wordt. De 'christelijke naam', zoals het in die tijd graag genoemd wordt, verenigt, zij het lang niet altijd vreedzaam, de westerse wereld; dat betekent wel de bouw van kathedralen, de ordening van een zinvolle liturgie, de zorg voor zieken, maar ook het uittrekken op kruistochten en uitroeien van ketters.

Behalve de kerk zijn er natuurlijk ook andere factoren van betekenis voor de eenwording: de opkomst van de burgerij in de steden met haar nieuwe commerciele betrekkingen, haar nieuwe orde van rechtspraak en muntstelsel. En niet te vergeten het wetenschappelijk begrip dat er groeit in de universiteiten.

Paradoxaal

Europa wordt een en breidt zich uit naar alle kanten, aldus de paradoxale stelling van dit mooie boek, dank zij een ordeloos lijkend samenspel van krijgers en monniken en burgers. Maar als die orde te gevestigd wordt, georganiseerd in grote koninkrijken, Frankrijk voorop, dan komt er een eind aan de expansie. Dan gaat de onderlinge rivaliteit der grote landen de Europese politiek beheersen. Dan is Europa gevormd, een duidelijke eenheid met veel verscheidenheid in de randgebieden. Dan begint een andere tijd. En een paar eeuwen later begint het hele proces van kolonisatie en expansie naar nieuwe frontiers opnieuw, maar dan in grotere nationale wedijver en wereldwijd, ver buiten de Europese grenzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden