De wonderlijke geschiedenis van Phineas Gage

De ijzeren staaf die bij zijn kaak binnendrong en uit zijn schedeldak weer tevoorschijn kwam, maakte Phineas Gage tot een medisch wonder. En later tot een wetenschappelijk fenomeen; hét bewijs dat met de hersencellen ook het karakter wordt doorboord.

Niemand zag hem er ooit rijden, deze geheimzinnige man op de bok van zijn postkoets, 'Hu, hu' en dan weer 'Vort, vort', langs de bergachtige modderweg van Valparaiso naar Santiago in Chili. Zat hij er, als een dief in de nacht, weggedoken onder een zwarte kap om het blinde oog en het afschrikwekkende gat in zijn hoofd te verbergen? Zes jaar lang, vanaf augustus 1852, maande hij er zijn paarden tot spoed door de blubber, zonder een spoor na te laten.

Drie jaar daarvoor was hij in Boston geweest, om dr. Henry Bigelow zijn doorboorde schedel te tonen. Het praatje ging dat hij er bedelde op de trappen van Massachusetts Medical College, een roddel zonder één ooggetuige. En voort reisde hij toen weer, door steden van New England om het wonder te tonen aan wie het zien wilde. Tot hij in Hanover (New Hampshire) even aarzelde, om er voor paarden te zorgen, op een steenworp afstand van Dartmouth Medical College. Geen van de medici schijnt hem ooit, in die anderhalf jaar, te hebben opgemerkt, geen woord vind je over hem in hun verslagen.

Ontmoeten we hier een messiaanse verschijning, die komt en gaat als de mysterieuze Joachim Stiller van Hubert Lampo? Geenszins, getuige de godslasterlijke taal die hij soms kon uitslaan. Het was een gewone man, die in zijn eigen dagen maar heel even werd opgemerkt, om een trieste gebeurtenis.

Nu, anderhalve eeuw later, figureert hij in handboeken voor neurologie als een beroemd man, die de wetenschap op weg hielp in te zien dat ons karakter in ons hoofd schuilt. In de hersenen wel te verstaan. Het was Phineas Gage die, na een enkel krantenbericht, in rook opging. Maar w¡j zijn hem postuum gaan kennen, als een beminnelijke, schrandere man, die na een afschuwelijk ongeval als ongeremd kind en liederlijke bruut zijn pad vervolgde.

Hoe vreemd kan het een mens vergaan: de fascinerende studie 'An Odd Kind of Fame' van de psycholoog Malcolm Macmillan verhaalt over een man die niet meer kon leven maar het toch deed, een neurologisch mirakel. Zijn pil van 550 pagina's illustreert dat vrijwel niets rond deze man echt duidelijk is, noch over het feitelijke ongeluk, noch over wat de ijzeren staaf die door zijn hoofd vloog in cerebrale zin teweegbracht.

De staaf was één meter en tien centimeter lang, 3,75 centimeter dik en zes kilo zwaar. Hij schoot bij de linker bovenkaak naar binnen, achter het jukbeen en de oogkas langs de hersenen in, om de schedel bovenop te verlaten, vooraan in het midden. Een mens is dan erg dood, Gage niet, hij zou een halfuur later opmerken: ,,Dokter, hier is werk aan de winkel voor u.''

Het gebeurde op 13 september 1848, langs de Rutland-Burlingtonspoorlijn bij Cavendish, in de staat Vermont. Gage was voorman van werklieden, die rotsen opbliezen voor het nieuwe spoor. Of hij zat of stond bij het boorgat, met daarin de springstof, een slagpijp met een lont, is niet duidelijk. Gage schijnt door een van zijn mannen te zijn aangesproken, wendde het hoofd, terwijl hij een collega opdracht gaf het buskruit aan te vullen met zand. Dat moest hij daarna voorzichtig aanstampen, zodat de kracht van het dynamiet niet via het boorgat een weg naar buiten zocht, maar de rots zou splijten. Een routineklus voor Phineas. Afgeleid en in de veronderstelling dat het zand erin lag - wat vermoedelijk niet zo was - stak hij de staaf in het gat. Ketste hij ergens tegenaan, een vonk?

Zijn mannen verzekerden de arts John Harlow achteraf dat ze de staaf vijf roeden verderop hadden gevonden, op minstens twintig meter van de ontploffing. Besmeurd met bloed en hersenen: ze hadden het ding maar afgewassen.

Gage was achterover geslagen en stuiptrekte, maar enkele minuten later was hij er weer, sprak zelfs. Liep hij zelf of met hulp naar de ossenkar waarmee hij, leunend tegen de voorkant, naar zijn kamer in de herberg ruim een kilometer verderop werd gebracht ? Daar hoorde een dokter uit de buurt hem een halfuur later een van de understatements uit de medische historie maken: ,,Doctor, here is business enough for you.''

En dat die staaf door zijn hoofd was gevlogen, vertelde Gage hem rustig. Een uur later, bij volle bewustzijn, deed hij zijn relaas opnieuw, tegenover John Harlow. Dat werd Gage's redder, uit wiens relaas we iets weten over het herstel en luttele dingen daarna, over 'de Gage die Gage niet meer was'.

Harlow zelf zag het als het een wonder: ,,Ik verzorgde hem, God genas hem.'' Hij zorgde niet om te redden, maar om de zekere dood van Gage te verzachten. Hoe afschuwelijk was de wond: Harlow stak zijn ene wijsvinger van boven tussen de schedelsplinters naar binnen en de andere van beneden, om te voelen of er nog gruis in zat. Beide vingers kwamen elkaar door de vrije doorgang tegen.

Slik een paar keer en lees de letterlijke tekst van Harlows verslag van 13 december 1848. Wat een moed! De stukken bot stonden als een omgekeerde trechter op Gage's hoofd, een stuk hersenen hing aan een sliertje naar buiten. Gage én zijn bed vormden één bloedkoek, waar steeds meer bij kwam doordat hij voortdurend moest overgeven van het bloed dat zijn maag in liep.

Hij had zijn moeder en vrienden de volgende morgen nog herkend. En aanvankelijk leken de bloedingen te stoppen. Maar in de dagen daarna begon Harlow zijn hevig ijlende patiënt kwijt te raken. Het lichaam vocht, met hulp van een toegewijd man die het aandurfde om de ergste wildgroei bovenop de schedel weg te snijden om de wond vrij te maken. De lucht was op een goed moment niet meer om te harden.

En toen kwam het moment dat Harlow met enig vertrouwen Gage durfde vragen hoelang het nu geleden was: ,,Volgens mij vanmiddag om halfvijf precies vier weken terug.'' Het zat nog niet helemaal goed van boven, ontdekte de arts echter, Gage had de waarden van dingen nog niet of niet meer op een rijtje. Harlow bood hem duizend dollar voor een paar kiezelstenen die hij ooit uit een rivierbedding had gevist, maar hij weigerde.

Eind oktober liep de patiënt op straat, maar kreeg daarop een korte inzinking omdat zijn lijf nog enige smurrie van het herstelproces naar buiten moest werken. En toen werd hij weer 'de oude', zij het met een gat in zijn hoofd ter grootte van een dollar.

Hier eindigt het verhaal van de tragedie maar begint een ander verhaal, over de 'geest' van Phineas Gage. Eerst was er ongeloof: een staaf van 110 bij 3,75 centimeter dwars door het hoofd, het kon niet waar zijn, schamperden collega's van Harlow. Op een na, de chirurg Henry Bigelow. Die erkende later dat hij het ongeval aanvankelijk alleen geloofwaardig achtte ,,in een pantomime in het theater''. Maar Bigelow hoorde Harlow schriftelijk uit en liet Gage overkomen naar Boston, toen diens schedel een beetje was geheeld. Hij bestudeerde het ijzer, boorde eenzelfde gat in een andere schedel en liet een model maken van Gage's hoofd. Wonderlijk maar geen bedrog, oordeelde Bigelow ten slotte in een relaas in The American Journal of the Medical Sciences (1850).

Maar zelfs met maar twee medische getuigen op het toneel, Harlow en Bigelow, begon de waarheid al meer gezichten te vertonen. Het stampijzer kreeg flexibele afmetingen, het gebeuren boven het boorgat varieerde én. . ., er bleken na het herstel meerdere gedaanten van Gage te bestaan. In de ogen van familie deed zijn geheugen het niet zo best, Harlow zag juist wat andere cognitieve haperingen maar Bigelow hield het op volledig herstel.

Ook Harlow zelf wist het niet bij één versie van het verhaal te houden. In 1848 heette de Gage van voor het ongeluk een gematigd mens, evenwichtig en actief. Zijn mannen zagen in hem een schrandere, capabele vakman. Energiek ook, en verre van een vloekbeest. Na de klap zag Harlow niet een heel andere Gage. Een heldere geest, met dezelfde sterke wil en een goed van geheugen, zij het niet voor de waarde van kiezelstenen. Wat kinderlijk en wispelturig deed hij af en toe wel. Hij luisterde soms slecht, was ongedurig en ging, amper half beter, te vroeg de straat op.

In zijn reconstructie twintig jaar later (1868) portretteert Harlow hem minder positief. De Gage van voor de explosie is nog dezelfde energieke, evenwichtige man. Maar daarna is hij vaker rusteloos, spreekt soms godslasterende taal, laat zich oneerbiedig uit over kameraden, is ongedurig en smeedt wilde plannen. ,,Hij mist het evenwicht van voorheen tussen zijn intellectuele vermogens en meer dierlijke neigingen. 'Het is Gage niet meer', zeggen zijn vrienden.''

Met die bescheiden getuigenissen moet de geschreven geschiedenis het doen, dit is alles wat er feitelijk van Gage bekend is. En kijk wat hij in onze eeuw kon worden: een zuipende, vloekende en tierende bullebak, bij wie gezonde emoties waren vervlakt of uitgewist doordat een staaf door zijn frontaalkwabben was gevlogen. Een mislukkeling die geen baantje kon houden en voor wie niets meer deugde. Een nietsnut, die zelfs in het vermaarde circus Barnum, te midden van gedrochten, er niet in slaagde om zijn onvoorstelbare verhaal behoorlijk te gelde te maken.

En toch vond Bigelow dat Gage niet noemenswaardig was veranderd, zag Harlow slechts wat kinderlijke trekken en meende zijn moeder dat alleen het geheugen het wat minder deed. ,,Een buitenstaander zou niets bijzonders opmerken aan Phineas'', zei ze.

Hoe komen verhalen de wereld in? Macmillan beschrijft in 'An Odd Kind of Fame' de voortgang in de neurologie ten tijde van Gage's drama. Dat specifieke vermogens - sociale, cognitieve, intellectuele of welke dan ook - in verschillende krochten van de hersenen huizen, wilde er rond 1850 nog niet in. Zo'n denkbeeld deed tekort aan de hemelse, holistische opvatting van een ondeelbare geest. Ook Henry Bigelow zat er nog in gevangen: als Gage was hersteld, dan was hij het ook helemaal.

Twintig jaar later begon de cerebrale topografie terrein te winnen, onder meer met de ontdekking van Paul Broca dat de taalfunctie in de linker frontaalkwab zetelt. Tezelfdertijd trof de neuroloog Nelson Sizer in de hersenen de gebieden Welwillendheid en Eerbied aan, twee locaties die zorgdragen voor onze hartelijkheid en respect jegens de medemens. Sizer wist te melden dat de staaf bij Gage dwars door het voorste deel van Eerbied was gevlogen.

Maar de neurologen moesten tot ver de 20ste eeuw in voor ze echt inzagen dat de hersenen direct achter ons voorhoofd, ooit de 'stille gebieden' genoemd, ook ergens toe dienen. Die neurologische ontdekkingsreis voerde onder meer langs een treurig dieptepunt, de lobotomie van Antonio Moniz: hij bewerkte de voorkwabben met een priem - die hij tussen de oogbol en het ooglid naar binnen stak - en wrikte ermee rond in de hoop hevige emoties tot bedaren te brengen.

Wie wist in die jaren nog van het wonder van wat Gage in Cavendish was gebeurd? Vrijwel niemand, maar hij kwam weer tot leven nadat neurologen in de afgelopen decennia meer aan de voorkwab ontdekten. De portie hersenen die bij Gage naar buiten was gevlogen, had zijn evenwicht meegenomen, veronderstelde men. Een dwangmatig en sociaal emotieloos wezen had daardoor de regie in handen genomen.

Het beeld van Gage behoefde wel enige aanpassing, Phineas werd bij zijn nieuwe portretteerders almaar grover in de mond. Macmillan somt neurologen van naam op die de verruwde spoorarbeider harder lieten vloeken, tieren en drinken dan hij in Harlows aantekeningen ooit deed. Zo kwam Gage terug, mee gegroeid met de wetenschap.

En onherkenbaar haast. Als één karakter door populaire én wetenschappelijke fantasie is gekneed, dan dat van Gage. Hij werd aardiger dan aardig voor zijn ongeluk, bruter dan bruut erna. In een gedramatiseerde documentaire (1984) speelt hij de bescheiden, wijze man die, boven het boorgat hangend, zijn mannen weer eens moet kalmeren tijdens geruzie over het mooiste meisje van Cavendish. En over de vraag op wie zij een oogje had. Gage keert zich om, sust en kalmeert, en drukt dan zijn ijzer in het buskruit. Een beest is het geworden, zeggen zijn mannen later, en vervolgens zie je een doldwaze man, vloekend en vechtend in het kantoor van een spoorbestuurder, die weigert hem aan te nemen.

Zelfs voor het gerespecteerde neurologenpaar Damasio, van wie Hanna Damasio de doorboorde schedel van Gage in de computer analyseerde, kon de omslag van het karakter niet dramatisch genoeg zijn. Uit de bescheiden rapportage van Harlow, de arts van Gage, kun je niet opmaken dat bij zijn patiënt alle gevoel en emotie waren verdwenen. Maar in 'De vergissing van Descartes' van Antonio Damasio staat Gage model voor mensen die door een hersenbeschadiging het vermogen hebben verloren om ,,zich in een ingewikkelde scoiale omgeving een beeld van de toekomst te vormen. Voorheen wist Gage feilloos welke keuzes aan zijn welzijn konden bijdragen.''

Damasio kende uit zijn praktijk een ,,moderne Phineas Gage'', een man die na het verwijderen van een tumor al het dierbare in zijn leven verprutste. Elliot was intelligent, maar in zijn sociale leven leerde hij na de ingreep nergens meer van, hoezeer hij zich in de nesten werkte. Zo moest het Gage ook zijn vergaan. Konden we terugreizen in de tijd, ,,we zouden hem vinden in een twijfelachtige buurt, dronken en luidruchtig. Toegetreden tot het gilde der mismoedigen.''

We kunnen schijnbaar niet van de waarheid afblijven en kneden feiten naar believen. Ook in de wetenschap regeren leugen en fictie. Want de ware Gage is met vraagtekens omgeven. Waar Macmillan ook speurde, tot in de laatste vodjes van de dorpsarchieven die iets over hem zouden kunnen melden, er is niets maar dan ook niets van hem overgebleven. Ja, zijn schedel en ijzeren staaf zijn er nog. Harlow liet Gage met toestemming van de familie enige jaren na zijn dood opgraven: te zien, in het Warren Anatomical Museum (Harvard University).

En er is nog iets, een aankondiging van Taylor Barnum dat Gage in zijn vermaarde circus zal optreden, ,,De enige levende mens met een gat midden in zijn hoofd''. Maar getuige de verslagen over Barnums Greatest Show on Earth maakten Gage en zijn staaf weinig indruk tussen de albino's, reuzen en dwergen, de vrouw met de baard (Madame Clofullia) en de armloze mr. Nellis, die accordeon speelde met zijn tenen. Wat zegt dan een gat in je hoofd?

Gage kwam op vele plaatsen, vertelde daar zijn sterke verhalen, maar weinigen zagen of hoorden hem ooit. Wat deed hij zes jaar in Chili? Reed hij daar echt met één oog - het linker werd kort na de explosie blind - over het toen nog onbegaanbare bergpad van de havenplaats Valparaiso naar Santiago?

Het zal wel altijd hebben gespookt in zijn hoofd, want elf jaar na zijn ongeluk keerde hij terug naar zijn moeder. Ziek, wat beterend, en weer ziek. Hij kwakkelde nog even van baantje naar baantje, tot na enkele epileptische aanvallen het einde kwam. Onzekere datum: 20 mei 1860. ,,Liet de dood ooit zijn greep verslappen op iemand die hij zo dicht was genaderd'', vroeg een journalist van de National Eagle zich kort na het ongeval af.

Hij zou nog ruim elf jaar leven, al was timmerman Thomas Winslow in een van de eerste dagen al langsgekomen om Gage de maat te nemen voor zijn kist. Geen krant repte er elf jaar later over, alleen een vergeelde dodenlijst meldt tussen de vele data van begrafenissen: 23 mei, Phineas B. Gage, 36 jaar (epilepsie). Er is geen medische getuigenis als die van John Harlow, die bij aankomst in Cavendish de bebloede Gage aandoenlijk, haast verontschuldigend hoorde stamelen: ,,Dokter, ik hoop dat het niet al te erg is.''

De echte Gage is een vreemde, hij deed maar niemand zag, stelt Malcolm Macmillan vast. 'Onze' Gage is geboetseerd door wetenschappelijke en literaire fantasie. Maar toch, hij was de eerste man die door zijn ellende illustreerde dat des mensen aard niet in het ledige huist maar daar boven, onder het gat in zijn schedel. Want hoe overdreven hedendaagse neurologen hem ook als een boeman portretteren, zijn redder John Harlow erkende twintig jaar na het ongeval dat Gage echt een ander mens was geworden.

Het werd niet opgemerkt, de tragedie was lang vergeten. En de neurologie was nog niet toe aan de gedachte dat ook ons karakter ergens in een hersenkwab moet zetelen. Toen die stoutmoedige gedachte begin vorige eeuw terrein won, kwam de herinnering boven aan de ongelukkige Phineas Gage: d¡e man was zo veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden