De wonderbaarlijke Dame

Na een galaconcert in het Haagse Congresgebouw geeft Joan Sutherland een gesigneerde foto van haar aan de Nederlandse violist Theo Olof. (FOTO ANP)

Ze miste de passie van Maria Callas. Wachtend in haar kleedkamer borduurde ze of las ze een tijdschrift. Toch gold Joan Sutherland als een van de grootste sopranen van haar tijd. Vooral dankzij haar krachtige stem die ook flexibel kon zijn. Gisteren overleed ze, 83 jaar oud.

In Venetië kreeg ze na een optreden als Händels Alcina de bijnaam La Stupenda. Dat betekent zoveel als ’De Wonderbaarlijke’. En wonderbaarlijk was ze. De Australische sopraan Dame Joan Sutherland overleed gisterochtend in het Zwitserse Les Avents nabij Montreux. Daar woonde ze met haar man, dirigent Richard Bonynge, met wie ze sinds 1954 getrouwd was. Volgende maand zou ze 84 jaar geworden zijn.

Joan Sutherland groeide in de tweede helft van de twintigste eeuw uit tot één van de grootste operasopranen ter wereld. Ze deelde het operapodium vooral met leeftijdgenoten als de Spaanse Montserrat Caballé en de Italiaanse Mirella Freni. Sutherlands belangrijkste collega’s, met wie ze regelmatig optrad en plaatopnamen maakte, waren de Amerikaanse mezzosopraan Marilyn Horne en de Italiaanse tenor Luciano Pavarotti; bijna altijd werkte ze samen met haar man Bonynge als dirigent.

Haar carrière kwam op gang toen die van Maria Callas – door de Italianen La Divina, de goddelijke gedoopt – en Renata Tebaldi op hun retour raakten. Volgens sommigen heeft Sutherland nooit echt in de voetsporen van La Callas kunnen staan, en de Griekse zangeres schijnt ooit na het bijwonen van een optreden van Sutherland te hebben verzucht dat al haar werk voor niets was geweest. Niet erg fijntjes van de snel ontvlambare Callas, maar een zweem van waarheid zat er wel in die opmerking. Ontvlambaar was Sutherland in elk geval niet. Ze wordt omschreven als een rustige, simpele vrouw, die wachtend in haar kleedkamer het liefst borduurde of een tijdschrift las. Schandalen rondom haar persoon waren er haast nooit en na haar afscheid van het podium in Sydney (1990) zocht ze nooit de publiciteit, behalve als jurylid bij het internationale concours Cardiff Singer of the World. Norma Major, echtgenote van premier John Major, schreef een biografie over haar.

De vocale tegenstelling tussen Callas en Sutherland zat hem volgens de kenners vooral in de passie waarmee de twee hun muziek zongen. Bij Callas voelde je de hitte van haar verschroeiende passie, bij Sutherland was het afstandelijker, koeler en technischer. Net als Callas had Sutherland van nature een opvallend groot geluid, en net als bij Callas voorzagen velen voor haar een carrière als Wagner-zangeres. Maar de enige opname die ze van een Wagner-opera maakte, was als Woudvogel, een kleine rol in ’Siegfried’. Dat was in 1962 voor de beroemde Decca-opname van ’Der Ring des Nibelungen’ door Georg Solti. Sutherland bleef haar leven lang trouw aan Decca, grote concurrent van EMI waar Callas onder contract stond. Voor het label maakte ze veel opnamen, waarvan sommigen legendarisch zijn geworden (zie kader).

Geen Wagner dus voor Sutherland, maar vooral het Italiaanse belcanto, het terrein dat Callas zo voortvarend had ontgonnen. En Italiaans belcanto betekende vooral de titelrollen in Donizetti’s ’Lucia di Lammermoor’ en in Bellini’s ’Norma’.

Met de rol van de waanzinnig wordende Lucia di Lammermoor brak Sutherland door. Het was 17 februari 1959 toen zij in het Londense Covent Garden onder leiding van Tullio Serafin en in een enscenering van Franco Zeffirelli overnight een wereldster werd. De zangeres was in 1951 naar Londen gekomen nadat ze in Australië een belangrijk concours had gewonnen. Ze studeerde aan het Royal College of Music en trad al snel toe tot het gezelschap van Covent Garden, waar ze in 1952 debuteerde als Eerste Dame in Mozarts ’Die Zauberflöte’. Daarna zong ze als Clotilde samen met Callas in een paar voorstellingen van ’Norma’. De grandeur van haar verschijning en het volume van haar stem kopieerde Sutherland naar eigen zeggen in deze leertijd door te kijken en luisteren naar de Noorse sopraan Kirsten Flagstad die toen regelmatig in Londen optrad. Ook van de toenmalige chef-dirigent Rafael Kubelik leerde ze daar veel.

Ze zong in de jaren vijftig veel verschillende partijen in Londen en ze creëerde de rol van Jenifer in de wereldpremière van Michael Tippetts ’A Midsummer Marriage’ (1955). Ze was Madame Lidoine in de Britse première van Poulencs ’Dialogues des Carmélites’ (1958), maar verder heeft ze met het hedendaags repertoire nooit veel opgehad.

Na haar Londense ’Lucia’ ging het snel. In 1960 volgde het aangehaalde debuut als Alcina in Venetië, en met die rol maakte ze in hetzelfde jaar haar Amerikaanse debuut in Dallas. Voor haar belangrijke debuten in de Parijse Opéra (1960), de Milanese Scala (1961) en de New Yorkse Metropolitan Opera koos Sutherland steeds haar paraderol van Lucia.

Ook in Nederland zong Sutherland in ’Lucia di Lammermoor’. Het was Hans de Roo, directeur van de Nederlandse Operastichting, die Sutherland en Bonynge meerdere malen naar Nederland wist te halen. In 1973 traden ze op in Händels ’Rodelinda’ samen met de Canadese Huguette Tourangeau. Beide zangeressen kwamen in 1977 terug voor Donizetti’s ’Maria Stuarda’ en een jaar later voor Bellini’s ’Norma’. In 1982 zong ze hier samen met Jan Derksen en Adriaan van Limpt in ’Lucia di Lammermoor’. Toen pas viel op hoe groot Sutherlands stem eigenlijk was, iets wat je op platen en cd’s nooit goed kunt horen. Een volkomen egaal geluid, dat zonder enige stembreuk van laag naar extreem hoog kon schakelen. Het ’wonderbaarlijke’ zat hem in het feit dat zo’n krachtige stem tegelijkertijd zo flexibel en beweeglijk kon zijn. Met het grootste gemak produceerde Dame Joan de lastigste coloraturen in de hoogste regionen.

Kritiek was er vooral op het soms omfloerste geluid van haar stem, een soort holle klank waardoor ook de teksten soms moeilijk verstaanbaar waren. Door haar lengte bewoog ze ook nogal onhandig op het toneel en was de verhouding met de meestal veel kleinere tenoren een probleem. Het was een groot geluk dat haar lievelingstenor Pavarotti een boom van een kerel was. Samen met hem oogstte ze in 1966 een grandioos succes met Donizetti’s ’La fille du régiment’, waaruit bleek dat Sutherland ook een komisch talent had.

Hoewel ze het podium in haar thuisland Sydney vaarwel zei, trad ze in Londen nog één keer op in Strauss’ ’Die Fledermaus’. De BBC zond dit optreden op oudjaarsavond 1990 rechtstreeks uit. In de ’feestakte’ werd ze toegezongen door haar oude vrienden Marilyn Horne en Luciano Pavarotti.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden