Review

De wolkenvergaarder en de godin met de rustige blik

Dertig jaar geleden maakte H. J. de Roy van Zuydewijn kennis met de Homerus-vertaling van Aegidius Timmerman. 'Dat moet beter kunnen', dacht hij. Inmiddels heeft hij dat bewezen. Het begon als een spel met fragmenten van Homerus en liep uit op imposante vertalingen van diens hele werk - de Ilias, het klaaglied dat mensen moeten sterven; en de Odyssee, de rusteloze zoektocht van de mens om de wereld te doorgronden. Een gesprek met een oprechte amateur en een meester in de kunst van de heldere hexameter.Homerus: Odyssee - De terugkeer van Odysseus; 407 blz., 1992. Homerus: Ilias - De wrok van Achilles, 511 blz., tweede, herziene druk 1993. Per deel f 59,90. Ingeleid en vertaald door H. J. de Roy van Zuydewijn. Uitg. Arbeiderspers, Amsterdam.

'Zo dan zaten die nacht op het slagveld de mannen te zamen,

trots en bewust van zichzelf, te midden van talrijke vuren.

Zoals wanneer aan de hemel, om 't glanzende maanlicht, de sterren

schitterend opkomen, hoog in de windstille lucht; elke bergtop

komt aan het licht, elk ravijn en de uitlopers van het gebergte;

ver aan de hemel breekt door de onafzienbare ruimte en

alle sterren zijn zichtbaar; het hart van de herder gaat open, -

talrijk als deze, tussen het kamp en de stroom van de Xanthos,

lichtten voor Troje de vuren door de Trojanen ontstoken.'

Een van de meest bewonderde kanten van de epische poezie is de Homerische vergelijking. Een aantal versregels lang onderbreekt de dichter zijn verhaal voor een vergelijking met een natuurgebeuren of een scene uit het dagelijkse leven. De beschrijving van een oeroud, mythisch en heroisch verleden maakt even plaats voor iets wat de zanger en zijn publiek kennen als een ervaring uit hun eigen leven. De 'focus', de belevingswereld van waaruit naar de vertelde gebeurtenissen wordt gekeken, komt op een dramatische manier even bij de toehoorder zelf te liggen.

De beschrijving van een storm, een naderend onweer of een ander natuurverschijnsel vindt, veel meer in de Ilias dan in de Odyssee, regelmatig plaats: de gebeurtenissen op het slagveld lenen zich daar ook toe. Maar in de beschrijving van de overweldigende sterrenhemel treft ons dan ineens de overgang naar die eenzame herder in de bergen die het allemaal beleeft: 'het hart van de herder gaat open'.

De vertaling die hierboven werd aangehaald, is van H. J. de Roy van Zuydewijn. In 1980 verscheen zijn vertaling van de Ilias, in 1992 die van de Odyssee. Kort geleden verscheen een tweede, herziene versie van de Ilias. Daarin heeft de vertaler duizenden verzen opnieuw geformuleerd - een gevolg van het feit dat hij niet alleen vertaalt, maar ook de literatuur over Homerus goed kent en de wetenschappelijke discussies over het epos volgt. Zijn vertaling van de twee grote epen uit de archaische periode van de Griekse literatuur hebben in de afgelopen jaren een gezag verworven dat uitzonderlijk is in de literatuurgeschiedenis van Nederlandse Homerus-vertalingen.

Mr. H. J. de Roy van Zuydewijn, bijna 66 jaar oud en nu ambtenaar in ruste, is een beminnelijke man die zijn liefde voor Homerus nuchter bekijkt. Aan een studie klassieke talen heeft hij nooit gedacht. Het was voor hem rechten of Nederlands, maar omdat hij beslist geen leraar wilde worden, koos hij voor de rechtenstudie met z'n talloze mogelijkheden. Zijn loopbaan is die van een Haagse ambtenaar geweest: als chef van het kabinet van de burgemeester; later bij de rijksoverheid, eerst bij ontwikkelingssamenwerking, en de laatste dertien jaar voor hij met de vut ging, bij de Gezondheidsraad.

Dertig jaar geleden stuitte hij toevallig, vertelt hij, op een boekje over Homerus waarin de citaten ontleend waren aan de vertaling van Aegidius Timmerman. “Ik las die, en dacht: dat moet toch beter kunnen. Ik ben toen wat stukjes gaan vertalen, en had absoluut niet het plan mij aan de hele Homerus te zetten. Ik ben geen Himalaya-beklimmer.”

Het was een spel om Homerus in de maat en het ritme van de epische poezie om te zetten in vloeiend en vooral duidelijk Nederlands. En uiteraard met behoud van de 'sfeer' van het Homerische gedicht met zijn vaste benamingen voor de personages van het verhaal: 'Hera, godin met de rustige blik' (de 'koe-ogige Hera' mag kennelijk niet meer) en 'Zeus, de Wolkenvergaarder', en met zijn formulaire verzen: 'Daarop sprak en gaf hem de snelle Achilles ten antwoord'. Het zinnetje over het hart van de herder dat opengaat, staat even nevenschikkend en onverwacht in de beschrijving van de sterrenhemel als dat bij Homerus gebeurt.

Het spel werd een gestaag groeiend magnum opus. “In 1977 had ik zes boeken vertaald en wat proeven van vertaling naar Hermeneus (het blad van het Nederlands Klassiek Verbond) gestuurd. Redacteur Marietje d'Hane Scheltema reageerde enthousiast en gaf nuttige aanwijzingen. Toen dacht ik: dan ook maar de rest, en ik heb in twee en een half jaar de hele Ilias (24 boeken) vertaald, gewoon door mezelf een strenge discipline op te leggen. Elke avond van zeven tot half tien naar boven, een vijftiental regels vertalen, en geen uitvluchten verzinnen om een avond niet naar boven te gaan. Na verloop van tijd is het dan af.”

Voor uitgever Martinus Nijhoff in Den Haag was het uitgeven van De Roy's Ilias een waagstuk. Vooral, omdat De Roy 'metrisch' had vertaald, in de dactylische hexameter (vijf maal lang-kort-kort, afgesloten door lang + onbepaald) waarbij de lang uitgesproken lettergrepen van de oudgriekse poezie worden vervangen door de beklemtoonde lettergrepen in het Nederlandse vers. Die maat is in de moderne literaturen altijd gekunsteld gevonden, en de Homerus-vertalingen in dactylische hexameters uit de jaren dertig, van Timmerman en P. C. Boutens, hebben in Nederland die weerzin alleen maar vergroot. Vooral de bizarre woordvolgorde van Boutens maakte zijn vertaling misschien wel knap, maar ongenietbaar; bijna spreekwoordelijk is het vers van hem:

'Gist'ren, den twintigsten dag, ontkwam wijnkleurige zee ik.'

Het is een opmerkelijke verdienste van De Roy, dat deze 'oprechte amateur' heeft laten zien dat het heel goed mogelijk is de Griekse hexameters over te zetten in Nederlandse die fraai en helder zijn, al is nog niet iedereen overtuigd. De classicus Wolther Kassies bij voorbeeld, zelf vertaler van epische poezie van Hesiodus en Apollonius Rhodius, houdt zijn twijfels over de 'vertaalbaarheid' van de hexameter, maar wel heeft De Roy “ . . zijn voorgangers naar mijn idee verre overtroffen. Zijn hexameters lopen meestal verrassend vloeiend en soepel, hij hoeft zich zelden te behelpen met een onnatuurlijke woordvolgorde, minder fraaie stoplappen, te gewaagde enjambementen en onwelluidende compromissen.”

In 1991 deed zich een merkwaardige situatie voor. Bij twee uitgeverijen, De Arbeiderspers en Querido, allebei gevestigd in het uitgevershuis aan het Amsterdamse Singel, lag een Odyssee-vertaling op de plank zonder dat ze dat van elkaar wisten. De Arbeiderspers had het restant van De Roy's Ilias-oplage van Nijhoff overgenomen, en zijn Odyssee was gereed. Querido bereidde de uitgave voor van de vertaling van kinderboekenschrijfster Imme Dros.

De Roy: “Toen we dit merkten, drong ik er bij mijn uitgever op aan de vertalingen tegelijk te laten verschijnen, zodat ze met elkaar vergeleken zouden worden. Maar De Arbeiderspers wilde om commerciele redenen eerst het restant van de Ilias via de ramsj kwijt. Zodoende is mijn vertaling bijna een jaar na die van Dros verschenen. Dat was, commercieel gezien, ook niet handig. De vertaling van Dros heeft weken lang in de top-tien gestaan, en de markt voor nog een Odyssee-vertaling was aanzienlijk gekrompen: men had het boek immers al.”

Was De Roy als vertaler beducht voor de concurrentie van Dros? “Toen ik hoorde dat zij ook een vertaling in hexameters had gemaakt, wel. Ik dacht: wie weet, kan zij het veel beter. Op de dag dat haar vertaling verscheen, ben ik met kloppend hart naar de boekwinkel gestapt. Ik heb daar een bladzij gelezen, en ben toen weer gerust naar huis gegaan. Het was geen concurrentie.”

Over de vorm van Dros' vertaling, de hexameter, is de laatste twee jaar in de vakpers van classici en neerlandici een negatief oordeel geveld. De verzen van Dros zijn geen hexameters, maar een vrij willekeurige opeenvolging van pompom-pom of pom-pom, en de vaste pauzes in het Homerische vers, waar woordgrens optreedt, verwaarloost ze. De vijfde voet, waar bij Homerus bij uitzondering de twee korte lettergrepen door een lange vervangen mogen worden, is bij haar vaak juist wel pom-pom. Het resultaat is lelijk, of liever: een tekst die je beter als proza kunt lezen, want het is bijna onmogelijk een aantal verzen achtereen als hexameters te lezen.

Een voorbeeld. Als Odysseus de vrijers, die in zijn huis dongen naar de hand van Penelope, heeft gedood, is het de beurt aan de slavinnen, die met de vrijers heulden. Zoon Telemachus spant een touw in de binnenplaats; daaraan worden de arme meisjes opgehangen. De Roy vertaalt (een streepje markeert de caesuur of woordgrens:

'Zoals een hele zwerm duiven / of langgevleugelde lijsters

die, naar een rustplaats op weg, / in een strik vliegt die daar in een bosje

opgesteld is en zo / in een gruwelijk bed wordt ontvangen, -

zo, in een lange rij naast elkander, / hingen hun hoofden,

elk met een strop om de hals, / waarin zij erbarmelijk stierven.

Even nog - gauw was het over - / spartelden zij met hun voeten.'

Niet helemaal smetteloos: de caesuur in het laatste vers valt precies in het midden, na de derde dactylus. In de Griekse versleer is dat heel zeldzaam, maar in het Nederlandse vers lees je daar nog wel makkelijk overheen. De vertaling van Dros is evenwel lastig voor te dragen:

'En zoals wanneer lijsters op hun lange vlerken

of soms ook duiven, op weg naar hun nest een strik inschieten

tussen dichte struiken - er wacht hen een gruwelijk nest op -

zo hielden zij ook hun hoofden in het gelid en om alle

nekken knelde de strop ontzettend tot aan het einde.

En ze spartelden wat met hun voeten, maar niet erg lang meer.'

De eerste regel komt wanhopig een lettergreep te kort in de derde voet, en heeft er een te veel in de vijfde: daar is met de beste wil van de wereld geen hexameter van te maken. Je maakt het je als verteller veel makkelijker, als je de tekst van Dros als prozatekst leest. Ook dan blijft natuurlijk de gruwelijke keuveltaal, waarvan Dros zich bedient: een strop die 'ontzettend' knelt, en het slordige herhalen van het woord 'nest' waar Homerus twee verschillende woorden gebruikt, waardoor de passage onduidelijk wordt.

Het is opvallend dat in de besprekingen Dros' vertaling zo uitbundig is geprezen, terwijl ze (zie de 'ontzettend knellende strop', waar bij Homerus erbarmelijk wordt gestorven) het hele gedicht lang zo achteloos omging met wat de dichter eigenlijk vertelt. Ook de taalregisters die zij hanteerde hadden weinig epische kleur. Kassies, die hierboven al werd geciteerd, viel er over, en wees de vertaalster er op dat 'oude man' - door haar consequent vertaald met 'ouwe jongen' - niets familiaars of volks heeft, maar de vaste wellevende aanspraak tot een ouder iemand is; en dat iemand die het neutrale werkwoord 'zich verzadigen' vertaalt met 'zich volproppen' zich geen vertaler, maar bewerker moet noemen. De Roy: “Ach ja, waar Homerus het gewone werkwoord 'stelen' gebruikt, zegt zij: 'jatten'. Dat is een volkstaal waarin het niet geschreven is.”

De Ilias is het klaaglied dat mensen moeten sterven; de Odyssee is de rusteloze zoektocht van de mens om de wereld, waarin hem zo'n kort verblijf vergund is, toch naar zijn vermogen te doorgronden. De Ilias is tragedie, de Odyssee roman. Zijn ze van dezelfde schrijver? De Roy denkt eigenlijk van niet, maar belangrijk vindt hij dat niet.

Wat hij wel belangrijk vindt, is dat Homerus werkelijk de dichter is. In de discussie over orale poezie, waarin de verhalen van generatie op generatie van zangers mondeling werden overgeleverd, is de balans naar zijn gevoel te sterk doorgeslagen naar een voorstelling van zaken, waarbij Homerus de bescheiden rol krijgt toebedeeld van degene, die de bestaande verhalen geordend heeft. “De gedachte dat het epische materiaal een soort van kant en klare bouwtekeningen vormde, gaat mij veel te ver. Homerus heeft in zijn hoofd die hele Ilias gecomponeerd. Het is het hoogtepunt en het eindpunt van de epische traditie: de Ilias vertegenwoordigt een visie, en die visie is van Homerus. Hij heeft de verzen gegroepeerd rond het centrale thema van de wrok van Achilles.”

Hoe sterk De Roy de Ilias als een visie ziet, maakt hij ook duidelijk in zijn voorwoord. Zo ziet hij in de Homerische vergelijking van de sterrenhemel een 'waaier van betekenissen', waarin de majestueus opkomende maan een zinnebeeld is van de stralende Hector. Hun hoop de volgende dag de Grieken in zee te drijven, “is vals; met de nacht zullen maan en sterren verdwijnen. Zij zijn daarom tevens het beeld van de overmoed die Hektor en zijn volk ten slotte noodlottig zal worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden