'De wolken houden de eikels uit onze haren'

NABATIA - Het verkeer op de weg van Beiroet naar Sidon dunt net buiten de hoofdstad al uit. De stem van een dj komt uit de autoradio: “Vandaag geen opstoppingen in het zuiden. Verkeer noord-zuid kan worden beschoten vanaf Sidon, zuid-noord verkeer heeft tot drie uur de tijd om weg te komen. Het is 18 graden celsius in de hoofdstad, met een flink pak wolken, misschien houdt dat de eikels uit onze haren vandaag. En dan volgt hier de nieuwste hit van Lionel Richie.”

Tussen Sidon en Nabatia is het stil. Enkel ambulances, auto's met hulpgoederen en journalisten gebruiken de weg nog. Snelheid: 160 kilometer per uur. Nadat Israël dinsdag twee bommen heeft laten vallen op de weg, die net verbreed en geasfalteerd was, is het stadje slechts via een halve rijbaan te bereiken. De schade aan de Libanese infrastructuur is enorm. Elektriciteitscentrales en wegen zijn hard geraakt. Zeshonderd meter voor Nabatia, bij een eerstehulppost van het Rode Kruis, wachten journalisten tot de bombardementen afnemen en ze de stad in kunnen. Ze bieden tegen elkaar op. Wie durft naar binnen en wie durft het langst. Fotografen moeten wel, van veraf valt er door een cameralens weinig te zien. Nu en dan gaat er een personenauto met razende vaart het dorp in. Met grote letters is PERS op het dak geplakt, in de hoop dat de Israëliërs ze zullen ontzien. Vanaf de heuvels kijkt de rest van het perscorps toe hoe de ongelukkigen de weg opdraaien en de stad inrijden. Ze kunnen de auto 800 meter volgen voordat hij achter een bocht verdwijnt. Dan is het afwachten of hij weer uit het labyrint komt. Zo nu en dan volgt nog een auto met Hezbollah-strijders, herkenbaar aan baarden en strakke haarscheidingen. “Ze zitten nog overal, net als vroeger”, meent een Rode Kruis-werker. “Gisteren hebben ze nog een Katjoesja hier afgevuurd”, en hij wijst op bosjes aan de rand van de stad.

Vier jongens uit Nabatia hebben hun schuilkelder even verwisseld voor wat frisse lucht en staan voor de Eerste Hulp. Ze geven de journalisten een les in 'Israëlische oorlogstactieken'. “De MK (onbemand radiobestuurd vliegtuigje) filmt enkel de omgeving en let op troepenbewegingen. Hezbollahstrijders die door het veld rennen enzo. Helikopters komen altijd in paren, draaien 15 minuten rond voordat ze vuren, en schieten op kleinere doelen. Een geparkeerde auto, een schuur. De jets, die draaien zeker een half uur rond boven een plaats, verdwijnen, en schieten een half uur later plotseling uit het wolkendek omlaag. De eerste neemt een duikvlucht, vliegt over het doel, gevolgd door een tweede, die schiet. En die krijgen een flatgebouw om.” Ze wonen hier al sinds hun geboorte, 18 jaar geleden. Net zolang als Israël Zuid-Libanon bezet.

- Vervolg op pagina 5

Nabatia overleeft in de karateclub VERVOLG VAN PAGINA 1

Een ambulance van het Islamitische Medische Comité staat ook bij de Eerste Hulp. Ze zijn een van de vele hulporganisaties die aan Hezbollah gelieerd zijn. Ook zij kunnen nu en dan de stad in, maar komen niet met gewonden terug. Ze beantwoorden geen vragen. Als een korte onderbreking op de radio meldt dat in Tyrus net zo'n ambulance is geraakt, worden enkelen nerveus.

Doffe dreunen klinken door de heuvels, straaljagers vliegen hoog over. “Tyrus en omgeving”, vertaalt een verpleger het nieuwsbericht. “Vijftien luchtaanvallen tot nu toe.” Rondom Nabatia slaan nu ook onophoudelijk bommen in. Artillerie, gevaarlijk want willekeurig. Twee helikopters komen aanvliegen. Ze draaien wat rond, gooien lichtkogels uit, als plotselng een scherp gefluit klinkt, gevolgd door een zware explosie. Midden in de stad. Zwarte rookwolken stijgen omhoog. “Bij het kerkhof”, schatten de vier jongens. Het doelwit blijkt een geparkeerde auto in een tuin te zijn. Verwrongen, zwart geblakerd metaal. Glas, puin, gruis, aarde, de hele tuin omgeploegd. Een niet ontplofte granaat staat in een bloembed gepland. De eigenaar, een oudere man op slippers en in trainingspak, komt pas uit zijn kelder als hij boven stemmen hoort. Politie-agenten blussen met emmers en teiltjes water. Huilend loopt hij rond, iedereen aanklampend: “Ik werk voor niemand, ik help niemand, ik heb met niemand iets te maken.” Tegen een agent schreeuwt hij: “Ik maak nergens deel van uit”, alsof hij zich wil verantwoorden tegen Israël. Omstanders sturen hem naar binnen. Zijn vrouw staat stom toe te kijken. Ze gebaart naar haar oren. Ze wil wel iets zeggen maar kan, door de oorverdovende klap, even niets horen. “Ik werk voor niemand”, klinkt er jammerend uit het huis.

De Libanezen proberen een taktiek te zoeken achter de Israëlische acties, maar dat is moeilijk. “Deze man was een gewone burger”, zegt de politie-commandant. “Zijn kinderen zijn niet bij het verzet, hij is huisschilder. Ik weet niet waarom het zijn auto moest zijn”. Hij gebaart omhoog: Allah weet het. Een gebaar dat de laatste dagen telkens vaker wordt gemaakt.

Wil Israël de Libanese regering onder druk zetten? Maar die kan het verzet niet ontwapenen, voordat de bezetter het land heeft verlaten. Een halve burgeroorlog zou het gevolg zijn. Druk op Syrië? De Libanezen kennen de Syriërs. Ze hebben er ruim een miljoen in hun land. Veertigduizend soldaten en verder bouwvakkers, straatventers en vuilnismannen. Syrië laat zich niet zomaar dwingen iets te doen wat tegen hun belangen ingaat, zeker niet door Libanezen. Hezbollah is een stok voor de Syriërs om de Israëliërs te slaan''.

“Wij hebben onze kamikaze-commando's al klaar staan”, is het antwoord van Hezbollah, als het Amerikaanse voorstel voor een staakt-het-vuren ter sprake komt. Syrië zou, zwart op wit, Israël moeten beloven dat Hezbollah ophoudt met schieten. Dan zal Israël ook ophouden en zal er later ook over een Israëlische terugtrekking uit de 'veiligheidszone' worden onderhandeld, volgens VN-resolutie 425.

Het voorstel wordt honend ontvangen in de tot schuilkelder omgevormde karateclub 'Kiuku Shinkai' in het centrum van Nabatia. Sinds vrijdag zitten hier vierhonderd burgers onder de grond. Met een zaklantaarn stappen we achter de eigenaar van de club, Ibrahim, over benen, armen, slapende baby's, dekens, opgestapelde koffers, dozen met voedsel, butagasstelletjes en andere, onherkenbare dingen. De stroom is sinds een paar dagen uitgevallen. “We hebben douches en een klein keukentje, dat is het”.

De zure, bedompte lucht is vol geroezemoes. “We hebben contact met de buitenwereld via de telefoon, en we krijgen genoeg voedsel van een hulporganisatie. Die komt soms, net zoals jullie, het dorp binnen als het veilig is. Aan eten geen tekort, we houden het nog wel een tijdje uit”. Mensen hangen, slapen, liggen door elkaar heen. In het donker is moeilijk te schatten hoe groot de kelder is. “Zo groot als een kleine gymzaal, of een tennisbaan”, oppert Ibrahim, in vredestijd leraar van zo'n tweehonderd karatestudentjes. “Ik heb in Japan gestudeerd, daar mijn vierde dan gehaald”. Zijn club wordt vaker als schuilkelder gebruikt: “We zijn erop voorbereid. We hebben een generator, die staat even af te koelen”. Ze komen alleen naar boven als het even stil is. Sommigen hollen naar hun huizen, schade opnemen, douchen, verkleden, en terug de kelder in. “Ja, we leven net als ratten”.

Het Amerikaanse voorstel valt hier duidelijk niet in goede aarde. “Ik zou de vraag maar niet eens daar beneden stellen als ik u was”, zegt Ibrahim in zijn kantoor. “U kunt het proberen, maar ze gaan alle vierhonderd tegelijk roepen. Een proefpersoon in de gang wordt gepolst. Het blijkt een basischool-leraar geschiedenis te zijn die zijn graad op de Franse Sorbonne heeft gehaald. Ik moet een lang betoog aanhoren dat erop neerkomt dat tijdens de tweede wereldoorlog de Nederlanders hun verzet ook niet gingen ontwapenen voordat de Duitsers het land uit waren. “Maar wij vielen Duitsland dan ook niet aan”, probeer ik. “Aha”, en hij steekt zijn vinger als een schoolmeester omhoog “Maar als uw verzet naar Duitsland was gegaan om daar aanslagen te plegen, daar zou u het toch mee eens zijn geweest?”

Op de weg naar Beiroet staan vrachtwagens met voedselpaketten, dekens en matrassen die worden uitgedeeld aan hen die, zolang het kan, de huizen uitkomen om frisse lucht te scheppen. “Elk akkoord, wat voor akkoord dan ook, is goed voor ons. Alles beter dan dit”, zegt een vrouw als ze met haar eten naar huis holt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden