’De woestijn biedt ook kansen’

(Trouw)

Entesar al-Ademat deinst geschrokken terug als de trainer een blad vol krioelende insecten voor haar neus houdt. Vanachter haar witte sluier klinkt een zenuwachtig lachje. Ze vindt het nog een beetje eng, geeft ze toe, maar ze is vastbesloten om haar cursus tot imker af te maken. Niet dat ze nou zo gek op bijen is, maar ze moet wat: als kind uit een bedoeïenenfamilie bracht ze haar jeugd door op de vlakten van de Jordaanse woestijn – niet op school. Zoals de meeste Jordaanse bedoeïenen heeft ook Entesar dat leven inmiddels achter zich gelaten en, 33 jaar oud, zoekt ze nu naar andere manieren om bij te dragen aan het inkomen van haar familie, in het kleine dorp waar ze zich gevestigd hebben.

De traditionele bedoeïen, de fiere woestijnbewoner die het hele jaar met zijn familie over de vlakten trekt, te paard of op een kameel, gevolgd door een kudde schapen, bestaat niet meer. Jaren van droogte, stijgende veevoerprijzen en een rap moderniserend Jordanië hebben ervoor gezorgd dat de meeste bedoeïenen hun geitenharententen hebben opgeborgen.

De badia – het woestijngebied dat 80 procent van Jordanië beslaat – is arm, met nauwelijks industrie en weinig handel. Officieus is zo’n 30 procent er werkloos – aanzienlijk meer dan het officiële Jordaanse gemiddelde van 12 procent.

Het Badia Research and Development Center (BRDC) probeert de bedoeïenen aan werk te helpen, juist door te benutten wat de badia te bieden heeft. „We wonen op een groeiend stuk woestijn”, zegt directeur Mohammed Shahbaz, „maar die woestijn biedt ook mogelijkheden.”

Zo werkt het BRDC aan de introductie van gewassen die het goed doen in het droge klimaat en schoolt het mensen in moderne technieken om meer uit hun vee te halen, met melk- en kaasfabriekjes als resultaat. Een van de meest ambitieuze plannen is de ontwikkeling van ecotoerisme: er vindt al een proefproject plaats waarbij Italiaanse toeristen onder begeleiding van bedoeïenen de noordoostelijke badia verkennen, en er zijn plannen om een gidsenopleiding op te zetten.

De bijen zijn er omdat bleek dat de beestjes zo zuinig worden van het woestijnklimaat, dat ze 30 procent meer honing produceren. In Anakeed al-Khair, het coöperatieve bedrijf in het hart van de woestijn waar Entesar haar imkercursus volgt, worden ook andere producten gemaakt: zo droogt men er tomaten die voor drie keer de normale prijs naar de VS worden geëxporteerd. Bedoeïenen die nog geiten houden, produceren er op bestelling peperdure handgemaakte geitenharen tenten voor de koninklijke familie en rijke Arabische expats in het westen.

De coöperatie, opgezet door het BRDC met geld van de regering, is inmiddels zelfvoorzienend. Het centrum creëerde twaalf banen en seizoenswerk voor zo’n vijftig anderen, en maakte vorig jaar bijna dertigduizend euro winst die werd verdeeld onder de ruim honderdvijftig leden. In de noordoostelijke badia heeft het BRDC nog eens veertien coöperaties helpen opzetten, die werk bieden aan duizenden inwoners.

Het is wennen, zegt Entesar, van rondtrekken met de veestapel naar het houden van bijen. Op de vraag of ze het bedoeïenenleven niet mist, is ze even stil, en vertelt dan hoe heerlijk ze het vond om rond te reizen: telkens nieuwe plekken ontdekken, altijd kans op avontuur, vrij als een vogel. Maar dan kijkt ze op en zegt resoluut: „Dat is voorbij. Nu wil ik een opleiding, een baan, een toekomst. En ik grijp elke kans aan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden