De woeste tocht van de hannekemaaier

Eeuwenlang werkten arme ’Duitse’ hannekemaaiers hier als seizoensarbeiders op de boerderij. Niet zonder gevaar.

Chaja Zeegers

Arm waren ze. Bitter arm vaak: de Westfaalse en Nederduitse jongens en mannen die jaarlijks naar Nederland liepen om hier als hannekemaaiers bij een Friese, Groningse of Noord-Hollandse boer te werken. War in der Heimat bittere Not, in Holland gabs Verdiensten und Brot was hun motto. Vanaf de 17de eeuw tot ver in de 19de eeuw was hier beduidend meer te verdienen dan daar. Met spek en brood in de zak en de zeis over de schouder togen de arbeidsmigranten gewoonlijk na Pinksteren deze kant op om te helpen bij het grasmaaien en hooien op de boerderij. Vanaf verzamelpunten trokken ze groepsgewijs door en zo zwol de groep vanzelf aan. Samen reizen was immers veiliger.

Een belangrijke route liep via een paar beperkte doorgangen in de Drentse veengebieden. Een groot deel van het reisgebied was woest en moerassig. Het kwam wel voor dat een reiziger verdronk. Net aan de andere kant van de grens bij Bourtange bijvoorbeeld, bij het Duitse Neurhede. Daar start de hannekemaaiersroute. Wij lopen de laatste etappe.

Na eindeloze turfafgravingen en ontginningen van woeste gronden zizagt de route hier en noordwesten van Assen nu langs aardappelvelden, graslanden, koeien en koren, over kronkelige zandpaden en holle wegen. Leuk voor de 21ste eeuwer die niet langs de doorgaande autoweg wil wandelen. Maar liepen de hannekemaaiers destijds niet gewoon via de meest rechte weg op hun doel af?

De werkkrachten boden zichzelf aan op de ’poepenmarkt’. Dat was meestal een hoekje op de veemarkt, de plek bij uitstek om boeren tegen te komen. Eenmaal bekend keerde de seizoensknecht vaak jarenlang terug naar dezelfde boerderij. Hoewel ze bekend stonden als harde werkers, is de vraag hoe vriendelijk de hannekemaaiers door de Nederlanders werden bejegend. Ze hadden in ieder geval bijnamen die in onze oren niet echt vleiend klinken: poep, mof, mier, spekvreter. Ook niet gastvrij klinkt het uit Overijssel afkomstige rijmpje Pikmaaier, hannekemaaier, bontekoe, mars noar ow land toe!

In oorlogstijd werd de grens nogal eens gesloten voor de Hollandgünger. Maar de kans op een oproep voor militaire dienst kon dan juist een reden zijn om illegaal de grens over te trekken. Al bleef geld verdienen in zijn algemeenheid de belangrijkste motivatie voor de Nederlandtrekkers.

Tussen Westervelde en Een zet de regen in. Wij schieten meteen in onze waterafstotende pakken. Maar hoe beschermden die arme trekarbeiders zich destijds tegen de nattigheid, kou en storm? Vooral ’s nachts zal dat geen pretje zijn geweest, l kamperend in de buitenlucht of een schamele tent. En wat hadden ze overdag aan hun voeten?

Hoewel de naam hannekemaaier naar het werk in de hooibouw verwijst, waren er ook ’gastarbeiders’ die langer kwamen. Eerder in het voorjaar was er werk in het wieden en uitdunnen van bijvoorbeeld vlas of suikerbieten. En na de maai- en hooitijd bleef een deel nog om granen en najaarsgewassen te helpen binnenhalen. Niet alleen op het land was er de mogelijkheid om de handen uit de mouwen te steken. In allerlei sectoren kwamen onze oosterburen aan de bak: bij het aanleggen van dijken, als turfsteker, bij blekerijen, steenbakkerijen, maar ook op de walvis- of koopvaardijvaart. Later volgden de ’kiepkerels’, die hier hun waren sleten. Van deze marskramers zijn de Westfaalse textielhandelaren het bekendst. Een enkeling van hen wist het ver te schoppen door de oprichting van grote concerns in ons land zoals C & A, Vroom & Dreesmann en Peek & Cloppenburg.

Eentonig en druilerig is de weg langs het Eenerveld. Rond Een-West enkele historische verdedigingswerken, zoals de Zwartendijkster Schans en een middeleeuwse landweer. Niet ver voorbij deze aarden wal, op de grens van de drie noordelijke Provinciën, begint een oude holle weg, vroeger dé toegangsweg naar Friesland. Hier in de Bakkeveenster duinen ligt ook de poependobbe, de plek waar de hannekemaaiers zich onderweg wasten en verzamelden voor de terugreis met hun verdiende loon op zak. Daarmee waren ze een aantrekkelijke prooi voor dieven. Bij Bakkeveen werd een van hen ooit beroofd en vermoord. Plaatselijke bewoners zorgden enkele jaren geleden voor herstel van het poepenkruis aan de Duerswâldmerwei dat herinnert aan het lot van de naamloos geworden hannekemaaier die zijn huis nooit meer terugzag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden