De woede van de dichter des vaderlands

Onlangs verruilde Gerrit Komrij de Arbeiderspers voor de Bezige Bij. En tot 18 oktober verblijft hij als Dichter des Vaderlands in Japan. Ondertussen is de schrijver bezig met het organiseren van de poëzie, teneinde een groter publiek te bereiken. En kwaad maakt Komrij zich ook nog steeds. Drukke tijden dus voor de landspoëet.

'Nu ik weer met een wakkere uitgever werk, komt er weer van alles aan. Allereerst verschijnt er een dichtbundel. Daarna een roman. Veel concreter kan ik op dit moment niet zijn. We zijn nog volop plannen aan het smeden'', zegt Komrij. Over de uitgeverswissel probeert de dichter zoveel mogelijk op de vlakte te blijven. De overstap is nog vers. Vreemd vindt Komrij het allemaal wel.

De Arbeiderspers gaf meer dan dertig jaar boeken uit van de schrijver. Romans, beschouwend proza en poëzie. De uitgever zelf noemde het ooit een spervuur. Alleen de bloemlezingen verschenen elders, bij Bert Bakker. ,,Het was wel even wennen. De eerste dagen wil de vreugde van een nieuw begin het ook nog niet winnen van de pijn van het afscheid'', brengt Komrij zijn gevoel onder woorden. Wie verwacht dat Komrij's boeken die de Arbeiderspers uitgaf voor een habbekrats bij De Slegte wordt verramsjt, kan lang wachten. ,,Ik ga niet in op de details van de afspraken die ik met mijn oude uitgever gemaakt heb, maar op dat gebied is alles kraakhelder. Het gebeurt niet.''

Voordat de landspoëet met de Bezige Bij in zee ging, verscheen '52 Sonnetten bij het verglijden van deze eeuw' nog bij Bert Bakker. ,,Het was een soort laatste poging om mijn in slaap gesukkelde uitgever wakker te schudden. En ik ken de mensen bij Prometheus; Bert Bakker als aardig en betrouwbaar. Alleen hielp die uitgave niets.''

Opvallend is wel dat 'De tranen de ecclesia's' al in 1999 bij de Bezige Bij verscheen. Komrij: ,,Die W. F. Hermans-lezing heeft er niets mee te maken. Er was destijds nog helemaal geen sprake van een eventueel vertrek bij de Arbeiderspers. Dat proces zette zich maanden later in. Ik heb in die periode natuurlijk wel een aantal mensen leren kennen bij de Bezige Bij.''

De uitgeverswissel heeft de dichter veel tijd en energie gekost. En er is al zoveel te doen. Hij is tenslotte ook nog Dichter des Vaderlands. ,,Het kan niet zo zijn dat ik me een titel laat aanmeten en daarna ga zitten veinzen. Ik probeer meer te doen dan af en toe een wijsje tokkelen op iets moois of op een ramp. Definitieve plannen zijn er nog niet, maar ik werk mee aan festivals, bladen en periodieken. Samen met andere dichters, in het belang van de poëzie.''

Het idee dat je daarvoor in Nederland moet wonen, wuift Komrij weg. ,,Dat is zo'n centralistische gedachte. Ver weg bestaat niet meer. Of ik nu met het vliegtuig uit Portugal kom of met de trein van Groningen. En bovendien: ik heb telefoon, internet, een televisie met 62 kanalen en een fax. De krant van donderdag ligt bij mij op vrijdagmorgen in de bus. Soms heb ik het idee dat ik wanneer ik mijn stille werkkamer in Portugal uitstap zo in het centrum van Amsterdam terechtkom.''

Het verraste Komrij dat het Nederlands publiek zoveel waarde hecht aan de titel die hem een klein jaar geleden ten deel viel. ,,Het is toch met de nodige ironie en afstand gebracht. Je zou op zijn minst denken dat mensen wat nerveus beginnen te giechelen bij het horen van de titel Dichter des Vaderlands. Dit blijkt allerminst het geval. Mensen nemen het heel serieus. Het krijgt vooral veel aandacht uit de groep mensen die er een beetje omheen hangt. De groep buiten die achthonderd personen die zich al met poëzie bezig houden maar die er wel open voor staat.''

De poëzie is volgens Komrij dan ook springlevend. ,,Als mensen niet weten hoe ze zich moeten uiten, zoeken ze hun toevlucht in de poëzie. Sla de overlijdensberichten er maar op na. Op zo'n moment kan er een heilzame werking van een gedicht uitgaan. Het werkt beter dan psychiatrie. En het is goedkoper. Mensen denken vaak dat poëzie iets is van dichters voor dichters over dichters. Maar als je ze laat zien dat dat niet waar is, geven ze zich ook meteen gewonnen.''

Van nationale gedichten maken, is het de laatste tijd niet gekomen. Even overwoog Komrij om een scheldsonnet te wijden aan staatssecretaris Rick van der Ploeg, maar hij heeft het erbij gelaten. ,,Sommige mensen maken zichzelf al genoeg belachelijk. Daar hoef ik niets meer aan toe te voegen. Ik begrijp dat politici het nooit goed kunnen doen zodra ze zich met kunst gaat bemoeien, maar om nu op kunst te willen bezuinigen? Want het budget mag dan gelijk gebleven zijn, bij een stijgende welvaart is dat in mijn ogen gewoon bezuinigen. De kunst blijft even arm. Het is toch te zot voor woorden dat een land dat zo vreselijk rijk is en van alles teveel heeft, een paar orkestjes gaat wegbezuinigen? Wat moet een violist nou met een uitkering. Die moet je laten doen waar hij goed in is. En wat maakt het nou uit als er een orkest te veel rondloopt?''

Komrij windt zich zichtbaar op als hij over de staatssecretaris van cultuur praat. ,,Wat Van der Ploeg wil is kunstenaars voor dingen op te laten draaien waar ze helemaal niet voor zijn. Ze zijn er niet om het allochtonenbeleid te sturen, dat moeten politici oplossen. Zij faalden op dit punt. Maakten grote blunders. En dan moet de kunst ineens zijn steentje bijdragen? Kom op, zeg. Trouwens, in veel gevallen gebeurde dat al. Ik denk heel vaak dat Van der Ploeg stront in zijn ogen heeft. Hij roept van alles en nog wat en heeft geen flauw benul van wat er eigenlijk gebeurt.''

Van der Ploeg is zeker niet het eerste mikpunt van Komrij's hoon. Vele anderen gingen hem voor. En altijd met een reden, vindt Komrij. ,,Ik heb nog nooit iemand aangepakt die het niet verdiende. Waarom zou ik zonder enige aanleiding iemand aanvallen? Men heeft me verweten dat ik te veel op de man speel. Maar dat is juist degene die ik kan aanpakken om iets aan de aanleiding te doen. Ik heb trouwens het idee dat het sommigen wel goed uitkwam wanneer ik iets onaardigs over ze schreef. Anders zouden ze helemaal door niemand worden opgemerkt.''

Komrij's scherpe pen is alom gevreesd. Zeker ook in de literatuur. Jaren geleden schreef hij al literaire kritieken voor Vrij Nederland. Toch heeft hij wel contact met andere schrijvers. ,,Het is niet zo dat ik voortdurend met een spreekwoordelijk mes rondloop om iedereen de keel door te snijden. Ik heb mezelf wel eens vergeleken met een chirurg. Die kan ook goed met een mes overweg zonder dat hij er voortdurend mee loopt te zwaaien.''

Toch mijdt de beul zijn slachtoffers. ,,Ik ga toch niet gezellig met iemand zitten kletsen in een café als ik van plan ben hem door de mangel te halen? Je komt elkaar wel eens tegen bij een boekenbal of zo. Als er dan camera's en publiek bij staan, stel je je wat gemanierder op. Dan zeg ik bijvoorbeeld dat ik het niet met de geachte meneer of mevrouw eens ben. Als ik het opschrijf, staat er iets anders. Schrijf ik dat ze niet moeten lullen. Het komt op hetzelfde neer.''

De kritieken uit Vrij Nederland hebben Komrij's schrijversloopbaan nog wel enigszins in de weg gestaan. ,,Toen ik zelf begon te schrijven heb ik het benauwd gehad. Want als je steeds weer pedante stukjes schrijft over hoe het wel en niet moet, dan moet je er extra alert op zijn dat je niet dezelfde stommiteiten begaat.'' Reacties op een aanval krijgt Komrij zelden. ,,En dat is ook niet de bedoeling. Ze moeten hun kop houden. Maar het komt wel voor. Als Heere Heeresma uit wraak een lelijke woonwijk naar me noemt, dan kan ik daar natuurlijk smakelijk om lachen. Maar iemand als Oek de Jong heeft me naar aanleiding van mijn W.F.Hermans-lezing van vorig jaar een briefje gestuurd waarin hij me verzocht om me als domme boer niet met verheven schrijvers als hijzelf bezig te houden.''

Ondanks zijn nog altijd weinig ontziende kritiek ten aanzien van De Jong en Van der Ploeg, vindt de schrijver dat hij minder hard om zich heen slaat wanneer hij in Nederland is. ,,Ik hoef er nu niet meer tussen te leven. Vroeger moest ik hard om me heen slaan. Ik had ruimte nodig om te ademen. Dat is sinds ik in Portugal woon anders. Als ik me hier erger aan iets stoms, laat ik het wat sneller gaan. Ik ben toch zo weer weg. Ik moet wel toegeven dat ik Nederland wat meer ben gaan waarderen. Al die jaren in het buitenland hebben me tot mijn eigen schade en schande geleerd dat ik een echte Nederlander ben.''

En als Nederlandse dichter is hij tot 18 oktober in Japan te bewonderen. ,,Ter ere van de handelsbetrekkingen tussen Nederland en Japan. Er is daar een soort academie voor poëzie waar ik samen met wat Japanse collega's optreed. Ik lees voor uit eigen werk en vertel er ook het een en ander over de moderne Nederlandse poëzie. Vind ik leuk. In het verleden was het wellicht moeilijk geweest om iemand aan te wijzen die daar heen zou kunnen. Mijn eretitel biedt wat dat betreft uitkomst.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden