'De witte werkster komt eraan!'

Economische groei mag dan “de koninklijke weg voor meer werkgelegenheid” zijn, in Nederland is het anno 1995 niet voldoende om alle werkzoeken- den aan een baan te helpen. Voor mensen die door gebrek aan scholing, ervaring of talenkennis - langdurig - aan de kant staan, zijn de afgelopen jaren tal van werkgelegenheidsprojecten opgezet. Trouw maakt een rondgang op de werkvloer.

HANS DE PRETER

De witte werkster en tuinman, die door particulieren voor 12,50 gulden per uur kunnen worden gehuurd, zijn er nog niet. Wel zijn de eerste beveiligingsmederkers actief, maar het zijn er nog maar tien.

Als een tovenaar had Hans Wittenberg, directeur van de Stichting Opmaat in Winschoten, een variant bedacht op de Melkert-banen waardoor op termijn zelfs duizend werkzoekenden aan de slag kunnen. De formule komt er op neer dat werkzoekenden tweehonderd gulden netto boven hun uitkering krijgen. Daarvoor werken ze 28 uur per week als schoonmaker, tuinhulp of beveiligingsbeambte.

In het Groningse project komen de werkzoekenden via de Stichting Opmaat voor een tientje per uur in dienst bij een bedrijf, dat ze vervolgens voor 12,50 per uur verhuurt. Dat is haalbaar dankzij de steun van de overheid van 18 000 gulden per jaar. Het was minister Melkert zelf die in februari het startsein gaf voor deze oost-Groningse variant op de Melkert-banen. Maar de hooggespannen verwachtingen van toen zijn nog niet uitgekomen.

Roel Koning (25) uit Winschoten is een van de deelnemers: “Momenteel werk ik bij een beveiligingsbedrijf en ik moet zeggen: ik vind het veel leuker dan ik had verwacht. Eerst denk je wat bitter: 'gut, moet ik in zo'n pakkie gaan rondlopen?'. Maar tijdens het werk krijg je toch veel waardering, het is zeer nuttig werk. Bovendien ben ik blij dat ik uit het uitkerings-wereldje ben. Een ander groot voordeel is dat ik een vak leer en werkervaring op doe.”

Koning is sinds juli van dit jaar werkzaam bij het beveiligingsbedrijf Snoek uit Slochteren. Zijn werkzaamheden variëren van het meerijden in een surveillance-wagen, tot het helpen bewaken van arrestanten of het diensten draaien in de meldkamer. Vaak heeft hij nachtdienst, wat hij wel als zwaar ervaart. Koning verdient er 1270 gulden netto per maand. Omdat hij nu officieel een baan heeft, en dus geen uitkeringsgerechtigde is, mag hij zijn bijverdiensten houden: hij geeft negen uur per week sportles. Voor Koning, die in september 1993 vroegtijdig de Academie voor Lichamelijk Opvoeding verliet, is dat een aantrekkelijk bijkomend voordeel.

Toch is het niet allemaal zonneschijn, betoogt Koning. Hij is blij met de werkervaring, maar vraagt zich af of dat uiteindelijk leidt tot een vaste baan en of zijn baan niet een 'gewone' werknemer verdringt. Ook ervaart hij het als scheef, dat hij aanzienlijk minder verdient dan een collega in vaste dienst, die met 2200 gulden schoon naar huis gaat. Samenvattend, zegt hij zeer tevreden te zijn met de werkervaring en het positieve werkklimaat. “Maar het is geen vetpot en ik heb m'n twijfels of Melkert wel het ei van Columbus is. Hoe dan ook: het is een kans, en in die zin ben ik er op vooruit gegaan”.

Kritische kanttekeningen bij de Melkert-banen plaatst ook Koning's werkgever, directeur T. Snoek. Zijn bedrijf trok deze zomer tien mensen van Opmaat aan. “Op zichzelf vind ik het interessant dat er dankzij 'Melkert' geëxperimenteerd wordt met betaalde banen voor werkzoekenden. En ook over de Stichting Opmaat ben ik zeer te spreken. Maar ik betwijfel of dit in de beveiligingsbranche grote kans van slagen heeft. Wij verdienen er niets aan: integendeel, tegenover de geringe opbrengsten staan extra kosten voor administratie, planning, kleding of opleiding. Nee, ik denk dat niet de beveiligingsbranche, die in Nederland werkt met een gemiddeld rendement van slechts één procent, er financieel ook maar iets mee opschiet.”

Een eerste tegenvaller kwam kort nadat hij de tien mensen had aangenomen. Twee huismeesters kwamen niet opdagen. “Dan sta je naar je opdrachtgever toe toch een beetje in je hemd. Dat verwacht je toch niet, dat ze gewoon niet komen opdagen?”. Maar over de andere medewerkers is hij zeer tevreden. “Daar zitten een paar knapen tussen die zeker wat in hun mars hebben en prima werk leveren. Het Melkert-project vormt een soort visvijver. Dankzij het project kun je de medewerkers leren kennen”.

Directeur Hans Wittenberg van de Stichting Opmaat blijft vol optimisme. “Ik heb gemerkt dat er bij de werkzoekenden veel belangstelling voor bestaat: de werkhonger is enorm groot”. Wat hem wel is tegengevallen is de belangstelling bij bedrijven. “Dat had ik niet verwacht, omdat de loonkosten zeer laag zijn en de voordelen duidelijk. Maar veel bedrijven denken dat ze laag gemotiveerd personeel krijgen, de onderkant van het werklozenbestand. Dat is beslist niet zo”, aldus Wittenberg.

Veel tijd heeft Wittenberg de afgelopen maanden moeten steken in bureaucratische procedures. Voor iedere arbeidsplaats moeten wel tien formulieren worden ingevuld. Toch blijft hij enthousiast. “We beginnen volgende maand een grote reclamecampagne om de witte werkster aan de man te brengen. Over een paar jaar is het veel gewoner om een witte werkster bij een schoonmaakbedrijf te huren dan om iemand zwart uit te betalen”.

Er zitten nu voldoende werksters, beveiligingsmensen en tuinhulpen in het bestand. Ook hebben zes schoonmaakbedrijven, twee beveiligingsbedrijven en vijf hoveniers laten weten mee te willen doen, als de vraag uit de markt er eenmaal is. “Voor het eind van het jaar hebben we veertig man in dienst, geen enkel probleem. En daarna rolt het balletje steeds verder. De witte werkster komt er aan!”.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden