De wisent: Draagvlak voor de wisenten van Kootwijk

Dat was een leuk toeval: nog geen uur nadat ik afgelopen woensdag de geniale moppercolumn had gelezen van collega Rob Schouten, die zich opwond over het epidemische gebruik van het woord 'draagvlak', verscheen op mijn beeldscherm een bericht met de eigenaardige kop 'Wisent kan rond Radio Kootwijk toch op draagvlak rekenen'. Het stond op de website van de Volkskrant. Als onbedoelde steun van de Volkskrantcollega's aan het betoog van Schouten viel verder te lezen: "De aangekondigde komst van de zeldzame bizonsoort naar het gebied rond Radio Kootwijk deed stof opwaaien in het dorp, waar sommige bewoners vrezen voor zwerftoerisme en verkeersdrukte. Staatsbosbeheer zet het meermaals uitgestelde plan nu toch door nadat een 'draagvlakpeiling' door de dorpsraad grotendeels positief is uitgevallen". Einde citaat. Het rare woord zwerftoerisme (vermoedelijk een contaminatie van de woorden bermtoerisme en zwerfafval) zullen we hier buiten beschouwing laten; het gaat om het draagvlak voor de wisent. Wat is dat in hemelsnaam, het draagvlak voor een diersoort?

Een bioloog denkt dan snel dat het gaat om de beschikbare hoeveelheid voedsel, de aanwezigheid van nestel- of schuilplekken, de populatiesamenstelling, en de predatiedruk dan wel prooidichtheid waarmee een diersoort te maken heeft. Dat alles bij elkaar levert het draagvlak voor een soort. Maar dat werd hier niet bedoeld. Het ging om de acceptatiegraad onder de dorpelingen - alsof het de komst van asielzoekers betrof, of een megawinkelcentrum aan de rand van het dorp.

Maar nee, het onderwerp van de draagvlakpeiling was de wisent, een groot wild rund waarvan over enkele weken vier exemplaren zullen worden losgelaten bij Kootwijk. Er is, zo bleek, 'toch' draagvlak voor. Daar zullen de wisenten ongetwijfeld blij mee zijn.

De wisent (Bison bonasus) leefde ooit in grote delen van Europa maar raakte als gevolg van bekende oorzaken als jacht, oorlogschaos en habitatvernietiging steeds verder in het nauw; de laatste wilde wisenten leefden tot het begin van de vorige eeuw in het Poolse oerbos van Bialowieza. Het zijn grote bruinharige runderen, nauw verwant aan de Amerikaanse bizons die ook bijna uitgestorven waren. Slechts zeven overgebleven wisenten vormden de basis voor de wederopstanding, tegenwoordig zijn er weer wilde populaties in landen als Polen, Wit-Rusland en Oekraïne. Een opvallend kenmerk is de slankheid van de enorme dieren die goed zichtbaar is op van voren gemaakte foto's; in vergelijking met hun op de prairie levende Amerikaanse neven lijkt het wel of wisenten zijdelings zijn samengedrukt. Het vergemakkelijkt voor de bosbewonende herbivoren het leven tussen bomen. Of in ons land ooit wilde wisenten hebben rondgelopen is zeer de vraag, maar we weten wel dat hier tijdens de ijstijd een nauw verwante soort leefde: de thans uitgestorven steppewisent (Bison priscus).

Sinds april 2007 struinen in ons land ge(her?)introduceerde wisenten rond in een semi-natuurlijke omgeving in het Kraansvlak bij Bloemendaal. Onlangs zijn acht wisenten van daaruit verhuisd naar een gebied in Noord-Brabant, de Maashorst tussen Oss en Uden. En half april komen er bij Kootwijk vier Duitse wisenten te lopen, die daar dus, zo weten we nu, gelukkig over een draagvlak beschikken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden