De winter klinkt bij Greetje Bijma het mooist met een krakkemikkig kerkorgel.

De klank van de winter en de winter in de mens is het centrale thema van 'Winterlûd', Fries voor wintergeluiden, de jongste cd van zangeres en stemkunstenares Greetje Bijma. Sober, maar intiem laat ze zich begeleiden door Klaas Hoek met de huiselijke klanken van het harmonium.

door Armand Serpenti

Haar bekende rol als improviserend vocaliste verruilt Bijma nu eens voor interpretaties van 'echte' liedjes. Zoals 'Down By the Salley Gardens', een Ierse traditional op een tekst van Yeats, en 'Blow the Wind Southerly', een Engels volksliedje, beide vooral bekend in de vertolking van de beroemde in 1953 overleden alt Kathleen Ferrier.

Bijma: “Zij heeft mij enorm beïnvloed. Haar stem is zo helder en direct. Vooral de volksliedjes die ze op haar repertoire had, het simpele werk, daar steekt ze zoveel liefde in, ze kruipt er gewoon helemaal in. Dat wilde ik ook proberen. Improviseren komt direct uit je ziel, er zit niets tussen, maar wanneer je met een bestaande tekst en melodie uit de voeten moet zien te komen, moet je echt gaan ontginnen en er diep in duiken om iets bijzonders neer te zetten.“

Als je Bijma live aan het werk ziet, valt op hoeveel aandacht ze besteedt aan de fysieke kant van haar presentatie. “Mijn stem en lichaam horen bij elkaar. Als ik beweeg tijdens het zingen ontspan ik, waardoor mijn stem er heel natuurlijk uitwaaiert. Soms wil ik mezelf tot rust dwingen door te gaan zitten, maar dan voel ik al snel dat mijn hand of voet weer wil bewegen, dat gaat vanzelf.“

“Door de ruimte te 'betasten' ontdek ik steeds weer nieuwe stemmogelijkheden. Ik kies ook wel eens bewust een positie waarin ik meer stress voel, dat is misschien niet de juiste houding om lekker te zingen, maar het is wel leuk om zo een spelletje met mijzelf te spelen. Sta ik roerloos te zingen, dan klinkt alles statisch. Ik hoef maar een beetje met mijn hoofd te draaien en meteen krijgt mijn stem een andere kleur, dat is soms maar minimaal, maar ik hoor het onmiddellijk.“

Bijma is geheel autodidact. “Ik heb het vak thuis en op het podium ontdekt. Als kind vond ik het al heerlijk om te zingen. Mijn stem wilde naar buiten. Ook stemmen van anderen, geluiden om mij heen, fascineerden mij. Net als veel andere zangeressen zat ook ik in een kerkkoor, daar zong ik altijd de tweede stem, zo heb ik heel goed leren luisteren. Tijdens kerkdiensten zat ik tussen mijn vader en moeder in, mijn vader zong dan eerste stem, mijn moeder tweede en ik fladderde daar wat doorheen.“

“Pas veel later besloot ik van zingen mijn vak te maken. Ik wilde eigenlijk actrice worden, verhalen vertellen, in een andere huid kruipen. Al snel kwam ik erachter dat je dat ook zingend kunt doen. Ik zag het totaal niet zitten om een zangopleiding te volgen, al die regeltjes... Nog steeds kan ik geen noot lezen. Problemen levert dat nauwelijks op; ik heb mijn eigen trucjes. Zo schrijf ik woorden op de partituur, pak wat kleurpotloden en teken bijvoorbeeld een vogeltje of zonnetje bij de nootjes.“

Je zou denken dat iemand die nooit een zangopleiding heeft gevolgd en haar stem zo tot het uiterste benut - Bijma heeft een bereik van dik vijf octaven - vaak blessures oploopt, zoals knobbeltjes op de stembanden. Maar Bijma heeft nooit zulke problemen gehad.

“Natuurlijk ben ik wel eens verkouden, maar tijdens een optreden ben ik nog nooit in een hoestbui uitgebarsten. Als ik voel dat ik mijn stem ga forceren door op een bepaalde manier te improviseren, dan gooi ik het meteen over een andere boeg, dat ideetje pak ik dan later wel weer op. Goed luisteren naar je lichaam, dat is het belangrijkste, en zingen met veel 'passione', dan zit ik goed in mijn vel en doet mijn stem wat ik wil.“

Net als in veel van haar eerdere werk vindt Bijma ook op 'Winterlûd' inspiratie in het geschreven woord. Zo zingt ze muzikale bewerkingen van de poëzie van Yeats, Thomas Moore en de Friese dichter Douwe Tamminga.

“Als ik een mooi boek of gedicht heb gelezen komen er allerlei beelden in mij op en vertaal ik met mijn stem wat ik in mijn hoofd zie. 'In Memoriam' bijvoorbeeld, een gedicht van Tamminga over een vader die in de sneeuw staat te treuren bij het graf van zijn enige zoon; het is de winter in een mensenleven, daar kon ik op 'Winterlûd' niet omheen. Vooral ook omdat het in het Fries is geschreven, de taal waarin ik denk.“

“Het menselijke dat uit de teksten spreekt in mijn stem leggen, is voor mij de grootste uitdaging. En die vind ik naast de Friese, net zo goed in de Engelse, Franse en zelfs Occitaanse liedjes die ik voor de cd selecteerde. In een kerk klinken ze het mooist; dan kan Klaas namelijk zijn harmonium omruilen voor het grote orgel; bij voorkeur een beetje krakkemikkig exemplaar dat zucht en steunt in de winter van zijn leven.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden