Review

De winden ontsnapten, en bliezen de wereld over

De Kinderboekenweek ligt net een week achter ons. Wie er mee te maken had zal het niet ontgaan zijn dat het thema dit jaar 'boten' was, een prachtonderwerp natuurlijk, want wie 'boten' zegt, zegt ook 'water' en wie 'water' zegt, zegt 'zee', 'reizen' en 'avontuur'. En wat is er nu leuker dan lezen over woeste baren, het ontdekken van verre landen en het trotseren van de elementen?

Dat de zee een mateloze aantrekkingskracht uitoefent blijkt wel uit de talloze verhalen, sprookjes en legendes wereldwijd waarin de zee en de wezens die de waterwereld bevolken de hoofdrol spelen. Daaruit hebben Maria van Donkelaar en Martine van Rooijen voor de verhalenbundel 'Zeemeerminnen, zeeschuimers en schuimkoppen' een mooie selectie gemaakt, met vrolijke tekeningen in kleur van Sandra Klaassen. Het duo Van Donkelaar en Van Rooijen dat eerder garant stond voor de bundels 'Het hele jaar rond' en 'Vuurvliegjes, tovervisjes en schatgravers', bracht eenentwintig vertellingen samen uit allerlei landen en culturen. Zo zien we verhalen uit Schotland, China en Brazilië.

Nederland is vertegenwoordigd met vijf legendes, bekende, zoals 'Het vrouwtje van Stavoren', maar ook onbekende, zoals 'De strooppot'. Het valt op dat deze vertellingen nuchter en vaak een tikkeltje moralistisch zijn. Maar ze weerspiegelen meer dan alleen de Hollandse 'volksaard'. Ongewild leer je veel over het leven in lang vervlogen tijden toen koopmansstadjes voor hun welvaart afhankelijk waren van de zee en haar grillen. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is ongetwijfeld 'Het vrouwtje van Stavoren', over de rijke koopmansvrouw die haar schipper de opdracht gaf haar het kostbaarste goed ter wereld te brengen. Toen hij thuis kwam met graan, liet ze woedend de lading voor de haven van Stavoren in zee storten. Dat kon vanzelfsprekend niet goed gaan. De haven verzandde en de koopmansvrouw verviel tot armoede en moest honger lijden.

We herkennen in die verhalen niet alleen de economische geschiedenis van onze zeevarende natie. Ook vertrouwde, met de zee verbonden tradities duiken op, zoals het strandjutten in 'De strooppot' waar in het gezin van een arme boer gejutte gouden munten gauw in de strooppot verdwijnen als de schout op bezoek komt. Dat Van Donkelaar en Van Rooijen nagedacht hebben over het hoe en waarom van hun selectie, zie je ook aan de keuze voor een modern verhaal van Peter Spier over een kleine jongen die in de voetsporen van zijn vader, grootvader, overgrootvader en bet-, bet-, betovergrootvader een drenkeling redt.

Maar in de allereerste plaats is deze bundel er natuurlijk niet om van te leren maar gewoon om van te genieten. En dat kun je vooral met de kleurrijke en fantasievolle vertellingen die van over de grens komen.

Prachtig is bijvoorbeeld het Franse 'De zak met de acht winden' waarin de herkomst van de wind verklaard wordt. Vroeger, zo begint het verhaal, was er geen wind en moest iedere schipper roeien. Daarin komt verandering als op een goede dag een kapitein van een visvrouw hoort dat in het hoge Noorden acht winden wonen in een grot. Om ze mee te nemen zal de kapitein ze eerst moeten temmen met een fluitje en ze vervolgens in een stevige zak moeten stoppen. Onderweg moet hij de zak aan de mast vastspijkeren en alleen de Westenwind loslaten die hem naar huis zal blazen. De andere winden mogen pas in de haven vrijgelaten worden, vertelt de vrouw. Wat er gebeurt laat zich raden, een nieuwsgierige scheepsjongen kijkt stiekem in de zak en laat per ongeluk de zuidwesterstorm ontsnappen. Als het schip met man en muis vergaat, scheurt de zak open en zijn alle winden vrij. ,,Ze bliezen zichzelf de wereld over. En ze zijn er nog steeds, want geen mens kan de winden terug in de zak krijgen''.

Zo zijn er meer verhalen in de bundel die verschijnselen in de natuur verklaren. In een grappig verhaal uit de Caraïben wordt uitgelegd hoe de krab aan zijn schild kwam en een minstens zo amusant Fins sprookje vertelt over hoe het zout in de zee kwam. Veel vertellingen gaan ook over een mythische wereld onder water, waar zeemeerminnen, meermannen en draken wonen, of waar, zoals in het ontroerende Schotse sprookje 'Het zeehondenmeisje' verteld wordt, de verdronkenen voortleven als zeehonden, wat je aan hun zachte ogen kunt zien.

Van Donkelaar en Van Rooijen hebben in het algemeen een gelukkige hand van kiezen gehad. Ik kon maar twee minpuntjes ontdekken aan de bundel. De eerste, voor de meeste lezers vast niet zo belangrijke, is dat een verwijzing naar de bronnen ontbreekt. Jammmer, want het is leuk en soms ook nuttig om te weten waar de verhalen vandaan komen. Wat zwaarder weegt is dat de samenstellers de verhalen hier en daar te sterk aan deze tijd hebben aangepast. Wie heeft er bijvoorbeeld ooit gehoord van een sprookjesprinses met huiswerk? Daar staat tegenover dat verhalenvertellers al eeuwenlang oude verhalen nieuw leven hebben ingeblazen door ze te veranderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden