De wil om te fiksen mag in Den Haag wat groter zijn

Adieu Den Haag | Ze zaten tijdens dit tweede kabinet-Rutte in het centrum van de macht. Toch vertrokken ze voortijdig van het Binnenhof. Hoe kijken politici terug? Aflevering 1: Otwin van Dijk, PvdA.

Begin tegen Otwin van Dijk niet over het gehandicaptentoilet. Als er één symbool is van hoe Nederland met zijn 2,5 miljoen inwoners met een beperking omgaat, is dat het wel. "We bouwen een herentoilet, een damestoilet en een gehandicaptentoilet", zegt Van Dijk. "Daar moet je vaak eerst nog de sleutel voor halen." Er zijn landen waar gewone toiletten rolstoeltoegankelijk zijn: de Verenigde Staten van Amerika bijvoorbeeld.

Tweeënhalf miljoen mensen in Nederland hebben een beperking, zegt hij, maar veel van hen kunnen in dit land niet eens behoorlijk met de trein. "Nederland zorgt goed voor zijn mensen. Maar heb je iets, dan zet men je hier vaak apart. Dat is onze cultuur. Dat we trots waren op Het Dorp, een plek waar mensen slechts een ding gemeen hebben: dat ze een lichamelijke beperking hebben."

Van Dijk is zelf een van de tweeënhalf miljoen. Sinds hij op zijn achttiende een duikongeluk kreeg, zit hij in een rolstoel. Eerder al vertelde hij in deze krant hoe lastig het daarna voor hem was om de deskundigen ervan te overtuigen dat hij zoveel mogelijk zelfstandig wilde zijn en gewoon mee wilde doen: studeren, werken. Hoe alles erop gericht was dat anderen voor hem zorgden, waardoor hij afhankelijk bleef.

Binnenkort neemt Van Dijk afscheid van de Tweede Kamer. Hij wordt burgemeester van Oude IJsselstreek. Dat kan hij doen, vindt hij, want de missie die hij in de Tweede Kamer najoeg is geslaagd. Nederland gaat de bepalingen uit het VN-verdrag voor de rechten van gehandicapten uitvoeren.

"Den Haag is the place to be als je echt grote dingen voor elkaar wil krijgen", zegt Van Dijk. Hij kwam met een hele waslijst. Dingen als zorg in de buurt, samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars, het recht van mensen om hun eigen indicatie te bepalen. Achter die onderwerpen staan nu vinkjes. En dus gaat Van Dijk met groot plezier terug naar het gemeentelijk bestuur. Want die cultuur van het uitvergroten van verschillen is misschien politiek nuttig, hij is meer van de praktijk. "Voor ik in Den Haag kwam, was ik wethouder in Doetinchem. Lokale politiek draait om praktische problemen die opgelost moeten worden. Hier in de Kamer draait het vaak om budgetten en wetten.

"Met die instelling, van laten we op zoek gaan naar de praktische oplossing, kwam ik hier ook binnen. Meteen al liep ik ertegenaan dat je als Kamerlid, om een probleem in het land op te lossen, eerst dat probleem groter moet maken. Natuurlijk, sommige problemen verdienen het ook dat ze groot worden gebracht. Maar dan begint het pas, dan moet de oplossing worden gezocht.

"In Doetinchem was het zo: dan kwam je met je eigen verhaal de vergadering in, maar dan was toch al snel de vraag: en nu? Hoe gaan we het fiksen? Je kan ook moeilijk anders: als je het probleem na de vergadering laat voortbestaan, dan kom je de burger de volgende dag weer tegen bij het voetbalveld en die wil weten wat je gaat doen.

"In Den Haag heet het een debat als alle partijen, meestal ook nog van papier, opzeggen wat ze ergens van vinden. Het is niet zoals het hoort wanneer je zegt: 'Goh, dat is een interessant punt, dat mevrouw Voortman daar inbrengt, zo had ik het nog niet bekeken'. Doe je dat, dan heet het draaien. Als je van standpunt verandert, moet je daar vooraf over nadenken, in termen van: hoe laat ik nu mijn draai landen?"

Smachten naar verbinding

Voor Van Dijk is het een onnatuurlijke houding. Hij vermoedt dat dat geldt voor meer mensen. "Je ziet dat we in een tijd leven dat de samenleving smacht naar verbinding. Mensen zeggen: ik ben tevreden met mijn eigen leven, maar ik maak me zorgen over de manier van omgaan met elkaar. De afgelopen tien jaar was de politiek op zoek naar nieuwe vormen. Na een periode van toedekken van problemen kwam een fase waarin alles benoemd werd. Nu komt voorzichtig de vraag op: het mag dan wel, maar móet je ook alles zeggen? Het zou wel mooi zijn als dat de volgende fase zou zijn."

Waarom, vroeg Otwin van Dijk zich vaak af, wordt er in Den Haag zo meewarig over gesproken als er een tussenweg is gevonden? Het is er of zwart of wit, goed of slecht.

Van Dijk: "Ik geloof heilig in het compromis. Niet in de grijze middelmaat, je moet natuurlijk zeggen wat je vindt. Maar daarna luisteren. Dat laat zien dat je niet alleen vasthoudt aan je eigen gelijk, maar ook bereid bent om te luisteren naar de ander. Daar is ons land groot op geworden. Toch wordt de waarde van het compromis hier niet herkend. Partijen die zich hier zo opstellen, die helpen om problemen op te lossen, die constructief zijn, die worden daar in de peilingen niet voor beloond."

Hij zegt ook: het gaat te vaak over maatregelen. Dan willen partijen per se die maatregel, niet die. Terwijl: wat kan het nou helemaal bommen of je a of b doet, als beide het probleem aanpakken? Toch kan zoiets in Den Haag weken in beslag nemen.

"Het is ook allemaal zo negatief. Het beeld dat alles slecht gaat met de zorg. Als je de Kamerdebatten volgt, en wat sommige partijen daar zeggen, dan zou je denken dat het niveau van de zorg in Nederland zich ergens bevindt tussen dat van Bangladesh en Zimbabwe. Als ik bij de commissievergaderingen over de Wmo zat dacht ik vaak: ik snap dat de PVV, of andere partijen, dingen wil aankaarten. Maar ze hoeven toch niet te doen alsof ouderen in Nederland onder de brug moeten slapen?

"Dat geldt niet alleen voor de politiek. Toen ik me inzette voor de ratificatie van dat VN-verdrag, deed ik dat grotendeels zonder er aandacht voor te krijgen. Totdat ik erover in conflict raakte met Van Rijn, mijn eigen staatssecretaris, en de VVD. Toen doken de media erop: 'Conflict in de coalitie!' werd er geschreven, met in een bijzin nog ergens waar het over ging."

Aandacht is van levensbelang voor een politicus. Dus of ze willen of niet, Kamerleden moeten dat conflict zoeken. "Als ik hier langer was gebleven, was ik daar ook gebruik van gaan maken. Dan had ik het conflict opgezocht om er aandacht mee te genereren."

Op de oude manier

Hij merkte het vorig jaar. "Ik deed een voorstel samen met Linda Voortman en Carla Dik-Faber dat ervoor moet zorgen dat gebouwen en voorzieningen algemeen toegankelijk zijn, tenzij die eis 'onredelijk' is. Ik vind het belangrijk dat daar echt iets aan gebeurt. Als je nagaat dat maar 7 procent van de overheidswebsites toegankelijk is voor mensen met een beperking en 93 procent dus niet, dan heb je het over een groot probleem. Er was een moment waarop VVD en PVV tegen mijn voorstel voor toegankelijkheid waren. Ik had dus nog geen Kamermeerderheid. Ik had toen kunnen zeggen: ik knikker mijn voorstel in het parlement, maar dan liep ik wel het risico uiteindelijk met lege handen te staan."

Dus zocht hij het uiteindelijk toch in zijn oude manier van werken. "Kees van der Staaij kwam naar me toe en vertelde zijn bezwaren. Samen met andere partijen hebben we toen een oplossing gevonden waarbij de begrippen eenvoudig, basaal, gelijkelijk en onredelijk beter worden uitgelegd. Ik vond dat Van der Staaij daar eigenlijk ook een punt had. Dus zijn we er samen uitgekomen. Met als resultaat dat het in Nederland nu verplicht wordt dat gebouwen en voorzieningen toegankelijk zijn."

Toegankelijke cafés

Het wordt, in navolging van de emancipatiestrijd van vrouwen en homoseksuelen, tijd dat mensen met een beperking ook voluit mee kunnen doen, zegt hij. Dat het gewoon is dat de burgemeester in een rolstoel zit. Dat, om maar eens dicht bij de leefwereld van Otwin van Dijk te blijven, de cafés rond het Haagse Plein ook toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel. Met deze wet zal dat langzaam maar zeker gebeuren.

Over een week is hij die burgemeester in een rolstoel, in Oude IJsselstreek. Voorlopig is hij de enige. Hij is zelf het voorbeeld van de inclusieve samenleving waar hij zo stevig voor vecht. Onlangs kwam Oude IJsselstreek in het nieuws: de gemeente wilde een contract sluiten waarin het bedrijf dat de keukentafelgesprekken ging voeren extra geld kreeg als bewoners minder huishoudelijke hulp nodig zouden hebben. De gemeente kreeg erom op haar donder van het ministerie van VWS.

Hij wil niet voor zijn beurt spreken. Maar zegt wel: "Mijn vingers jeuken."

Otwin van Dijk

Otwin van Dijk (41) werd in 2012 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Voor die tijd was hij wethouder in Doetinchem, waar hij net als in de Kamer onder meer zorg in zijn portefeuille had.

Van Dijk is tijdens zijn schooltijd afhankelijk geraakt van een rolstoel. Sindsdien merkte hij dat het voor mensen met een beperking minder vanzelfsprekend was om te gaan studeren of werken. Voor Van Dijk was dat wel zo: hij studeerde rechten in Nijmegen en werkte daarna als jurist bij dezelfde gemeente. Later werd hij wethouder.

Otwin van Dijk wil zich als burgemeester van Oude IJsselstreek blijven inzetten voor de rechten van mensen met een beperking.

Otwin van Dijk: 'Ik geloof heilig in het compromis. Niet in de grijze middelmaat, je moet natuurlijk zeggen wat je vindt. Maar daarna luisteren.'



Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden