DE WIL IS WEG IN TWENTE

Op de plaats waar ruim tachtig jaar de Hengelose Schouwburg heeft gestaan, gaapt een groot gat. De dadendrang van Hengelo is ongekend. In twee weken tijd is het complex gesloopt om plaats te maken voor het ontwerp van architect Jan Hoogstad. De bouw van de nieuwe schouwburg (kosten 28 miljoen gulden) vergt zeker twee jaar, dus moeten schouwburgbezoekers elders hun heil zoeken.

Acht kilometer verderop staan in Enschede de Twentse Schouwburg en het Muziekcentrum. Met de trein ben je er vanuit Hengelo in tien minuten, met de auto in een kwartier. De programmering valt gedeeltelijk samen met 'Hengelo'. Dat komt mooi uit, zou je denken, zeker zo lang de nieuwe schouwburg in Hengelo nog niet klaar is. Maar nee, de schouwburg Hengelo heeft ervoor gekozen om met zijn bezoekers op reis te gaan. Naar Apeldoorn, Zutphen, Deventer, Amsterdam, Scheveningen en Goor. “En omdat u vroeger vertrekt en later thuis komt, gaan we u verwennen. Met luxe bussen; op de heenreis wordt u koffie in de bus aangeboden en op de terugreis kunt u een glaasje wijn of iets fris bestellen. Een hartig hapje wordt hierbij aangeboden”, schrijft schouwburgdirecteur Chris Lievaart wervend in de brochure voor het seizoen '97/'98.

En zo kan het gebeuren dat abonnementhouders zaterdagavond om zeven uur per bus naar Deventer vertrekken om daar het toneelstuk 'De Avonden' van Het Vervolg te zien. Een week later speelt hetzelfde gezelschap in de Twentse Schouwburg. Voor de musical 'Tewje' van het Hakisches Hof Theater is Schouwburg Hengelo uitgeweken naar Zutphen (22 november in Enschede), evenals voor 'Adèle's comeback nr. 1' (19 november in Enschede) en Jenny Arean met Lucretia van der Vloot (27 februari in Enschede). “U zult zich misschien afvragen waarom er geen aanbod uit Enschede komt. Heel simpel, iedere Hengeloër weet de weg in Enschede naar de Schouwburg en het Muziekcentrum zelf te vinden. Wij behoeven u daarbij niet te helpen of bussen in te zetten. U kunt het programma van de Twentse Schouwburg/Muziekcentrum het beste zelf opvragen”, legt Lievaart het 'geacht publiek' uit.

De inwoners van Enschede en Hengelo hebben al eerder kunnen genieten van een eenakter voor twee schouwburgdirecteuren en een burgemeester. Lievaart en zeker ook burgemeester Lemstra van Hengelo reageerden als door een adder gebeten op het plan van directeur Lex Kater van de Twentse Schouwburg om nauw samen te werken met Hengelo en op termijn te fuseren. Muziek- en dansvoorstellingen (van onder meer de paradepaardjes van Enschede, de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten) zouden plaatsvinden in het nieuw te bouwen Muziektheater in Enschede en toneel en cabaret in Hengelo. “Het zou toch op zijn minst mogelijk moeten zijn om gezamenlijk een programmaboekje uit te brengen”, zegt Kater enigszins vertwijfeld.

Als de belangen niet zo groot en de mogelijke gevolgen niet zo ernstig waren, zou de rivaliteit tussen de twee schouwburgen met een beetje goede wil nog grappig en curieus te noemen zijn. Nu is het eerder een pijnlijke illustratie van de danig bekoelde verhoudingen in Twente, waar meer energie lijkt te gaan zitten in het elkaar de loef afsteken dan in het opbouwen van een cultureel aanbod waarmee de streek zich kan onderscheiden. Enschede en Hengelo hebben beide afzonderlijke plannen voor een megabioscoop aan de rand van de stad. Hengelo beschikt al over het ExpoCenter voor grote evenementen, Enschede heeft ook plannen voor een grote hal annex beursgebouw. Het museum Jannink in Enschede en het Hengeloos Industriemuseum overlappen elkaar gedeeltelijk met het belichten van de industriële geschiedenis van Twente.

“Enschede en Hengelo doen nu dingen dubbel en dan allebei niet op het hoogste niveau. Met echt strategische zaken, zoals de schouwburg, lukt het niet om samen te werken”, stelt de Enschede wethouder van cultuur, Marco Swart (VVD), met spijt vast. Zijn Hengelose ambtgenote Marja de Waal (PvdA) oordeelt positiever. Beide gemeenten hebben een paar jaar geleden samen de behoefte aan culturele voorzieningen geïnventariseerd. Dat heeft geleid tot een zekere taakverdeling en onderlinge afstemming. Meer ambities heeft Hengelo ook niet, omdat de gemeente zich fel verzet tegen de samenvoeging van Enschede (150 000 inwoners) en Hengelo (80 000 inwoners) en eventueel Borne tot Twentestad, zoals de provincie Overijssel heeft voorgesteld. Zo'n operatie kan volgens Hengelo alleen slagen als het Rijk veertig miljoen gulden extra op tafel legt en daar is geen zicht op. “Zonder extra middelen is het niet mogelijk om de ambitie van een grote stad waar te maken. En een grote stad ben je pas als je de bijbehorende voorzieningen kunt realiseren”, zegt De Waal.

Nergens anders in Nederland liggen twee steden zo dicht bij elkaar met ook nog eens een fors Duits achterland. Maar ook nergens anders viert het stedelijk chauvinisme zo hoogtij als in Enschede en Hengelo. Al moeten ze ervoor tot de Germanen teruggaan, ze zullen bewijzen dat beide steden anders zijn. Op de achtergrond spelen aloude tegenstellingen tussen de armlastige textielstad Enschede en het welvarende Hengelo waar beter opgeleide werknemers hun brood in de machinebouw verdienden en nog verdienen. Vooral oudere inwoners bekennen zich nadrukkelijk tot hun eigen stad en voelen niets voor samenvoeging. Hoe moeilijk het voor een buitenstaander ook voor te stellen is, Hengeloërs gaan liever met de bus naar de schouwburg in Deventer of Zutphen dan naar Enschede. Wethouder Swart: “De grote tragiek is dat het verleden hier de toekomst in de weg staat.”

Het kan verkeren. Vijf jaar geleden - toen er nog sprake was van de vorming van een Dubbelstad - stonden de twee steden aan de vooravond van een baanbrekende samenwerking. Onder aanvoering van de toenmalige Enschedese wethouder van cultuur Henk van der Walle werd een ambitieuze aanzet gegeven tot een gemeenschappelijk cultuurbeleid. De schouwburgen zouden nauw gaan samenwerken, er zou een nieuw centrum voor beeldende kunst komen (in Hengelo), één instelling voor kunstzinnige vorming, een nieuw museum voor het Twentse cultuurgoed en eens in de paar jaar een spraakmakende muziekmanifestatie. Cultuur kreeg de functie van bruggenhoofd naar een nieuw te vormen stad, juist omdat voorzieningen als een nieuwe kunsthal en een nieuw museum zichtbaar maken wat de winst van de samenvoeging is. Mede door de aanwezigheid van door het rijk gesubsidieerde voorzieningen (Rijksmuseum Twente, het Orkest van het Oosten, Nationale Reisopera, jeugdtheatergezelschap Rosa Sonnevanck) was een dubbelstad met culturele pretentie “een ideaal dat gerealiseerd kan worden”.

Anno 1997 is dat nog steeds een vrome gedachte. “Van Enschede en Hengelo had een impuls kunnen uitgaan richting Den Haag. Zo'n sterk cultuurbeleid zou de landelijke overheid op dat moment in verlegenheid hebben gebracht. Nu is het de landelijke overheid die het initiatief neemt om met regio's cultuurconvenanten af te sluiten”, analyseert Giep Hagoort, directeur van het Centrum voor kunst- en mediamanagement van de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht. Hagoort was in 1992 een van de opstellers van 'Twentse Coulissen', het rapport dat de basis van het gemeenschappelijke cultuurbeleid had moeten worden.

De aanbevelingen zijn volgens Hagoort “helaas” nog volop actueel omdat er in de afgelopen vijf jaar nauwelijks iets mee is gedaan. Met het wegvallen van de Dubbelstad dan wel een provincie Twente als stok achter de deur is ook de bodem aan het gezamenlijke cultuurbeleid ontvallen. Andere stedelijke knooppunten zoals Arnhem/Nijmegen en Heerlen/Maastricht zijn wel voortvarend doorgegaan om zich op cultureel gebied te profileren. “Ik ben bang dat de aandacht van Enschede en Hengelo verslapt en dat Twente zakt op de ranglijst. Onverschilligheid kun je ten aanzien van culturele voorzieningen niet te lang volhouden.”

Wethouder Swart (Enschede) is het van harte eens met Hagoort en draait er niet omheen: “Als ik kijk naar wat er elders in Nederland en Europa gebeurt, dan zijn we de slag aan het verliezen.” Ook Hengelo onderkent het belang van een culturele manifestatie met nationale en internationale uitstraling. Wethouder De Waal zal aan de gemeenteraad voorstellen om in nauw overleg met Enschede plannen voor zo'n manifestatie te ontwikkelen. De les van onder meer het Tart-festival en de Folkloriade is om de manifestatie in elk geval niet over twee steden uit te smeren. “Dat werkte niet en had te weinig uitstraling”, oordeelt De Waal.

Schuin tegenover het stadhuis van Hengelo staat een zeventiende-eeuwse stadsboerderij. Tot zijn overlijden in 1992 woonde en werkte Cobra-schilder Gerrit Wolvecamp hier. Zijn terugkeer naar Hengelo was geen vlucht, maar een bewuste keuze. Karel Appel zei tegen Wolvecamp: 'Jij hoort thuis op het land'. “Hij had gelijk, ik hoor in de provincie. Ik zie liever een havik achter een prooi aanjagen dan een zwerver op een stuk karton in een Amsterdams portiek. De natuur heeft mij voor een belangrijk deel gevormd. Ik wil dagelijks kunnen wandelen in de bossen en in alle rust kunnen werken”, zei Wolvecamp in april 1991 in Trouw. Voor de ongeveer vierhonderd kunstenaars die in Hengelo en Enschede wonen en werken is het in Twente redelijk goed toeven omdat het leven er niet zo duur is als in de Randstad. Maar van een stimulerend cultureel klimaat kun je niet echt spreken, zegt Ruben Sinkeldam, audiovisueel kunstenaar en voorzitter van de Hengelose/Enschedese kunstenaars-belangenvereniging (HenK BV). “De mensen die afstuderen aan de Academie voor kunst en industrie (AKI) en het conservatorium blijven nu langer hier wonen. Carrièrekunstenaars gaan nog steeds weg naar de Randstad of het buitenland. Het zijn vooral de ideële kunstenaars die hier blijven.”

Als een van de weinige gefuseerde verenigingen is HenK BV voorstander van de vorming van Twentestad. Met één gemeente ontstaan meer mogelijkheden voor grotere culturele evenementen en komt er een einde aan de onpraktische verschillen. Zo is voor Hengelo (“Die potten alles op”) vijfhonderd gulden al een hoog subsidiebedrag, terwijl Enschede (“Die maken het geld op”) vlotweg tweeduizend gulden verstrekt. HenK BV-bestuurslid Peter van Roosmalen: “Door samenvoeging wordt er meer mogelijk. Er kan een soort basisklimaat ontstaan waarin creativiteit kan opbloeien.”

In het Natuurmuseum vlakbij het station van Enschede holt een groep schoolkinderen joelend naar het practicumlokaal. De praktijkles is onderdeel van de succesvolle tentoonstelling over Boris, de mammoet die vorig jaar in Borne is opgegraven. Hub Bloemen, directeur van het Natuurmuseum en van Museum Jannink, kan er enthousiast over vertellen. Het is de bedoeling dat beide musea samen met het Van Deinse Instituut opgaan in Environ, een nieuw museum over de Twentse cultuur en natuur. Volgende maand neemt de gemeenteraad van Enschede een besluit of de bouw van het nieuwe museum (kosten 70 miljoen gulden) doorgaat. Los daarvan heeft Bloemen het idee ontwikkeld om een netwerk van professionele musea te vormen die samen een mooi totaalbeeld van Twente geven. “Wat zou nu logischer zijn geweest dan zo'n idee los van de gemeenten met de museumbesturen uit te werken? Maar daar is geen platform voor. Het is in Twente ieder voor zich met een eigen koninkrijkje. Iedereen holt om z'n eigen stukje veilig te stellen en het eindresultaat bestaat uit kleine voorzieningen die wel aardig zijn, maar per saldo heb je van alles een klein beetje en nergens een voorziening van echt niveau. Zo blijven we steken in de folkloristische sfeer van krentenwegge. Dat is best lekker, maar Twente heeft veel meer te bieden.”

Tot verdriet van Bloemen doet Hengelo niet mee aan het 'netwerkmuseum', maar zet de buurgemeente haar kaarten op het Hengeloos Industriemuseum (Heim), dat een subsidie van 3,2 miljoen gulden heeft gekregen. Met dergelijke solo-acties geeft Hengelo weinig blijk van historisch besef, vindt de museumdirecteur. Beide steden zijn altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Dat Hengelo er nu door min of meer toevallige omstandigheden beter voor staat, is geen rechtvaardiging om zich tegen Enschede af te zetten. Zeker niet als je de economische betekenis van een goed cultureel klimaat serieus neemt. Dat is een van de belangrijkste vestigingsfactoren voor burgers en bedrijven, werd ook al in 'Twentse Coulissen' betoogd, en zorgt voor inkomsten uit toerisme en recreatie. Verschraalt het klimaat door het uitblijven van echte samenwerking, dan kan dat voor bedrijven een extra reden zijn om zich niet in Twente te vestigen of - zoals de laatste tijd al op flinke schaal gebeurt - de streek te verlaten. Toonaangevende bedrijven trekken geheel of gedeeltelijk naar het westen, vooral vanwege het tekort aan hoog opgeleid personeel.

Dat sombere scenario is volgens wethouder Swart van Enschede ook bepaald niet ondenkbaar voor culturele voorzieningen. “Van niets is vanzelfsprekend dat het in Twente blijft. Als je deze situatie van twee aparte steden laat voortduren, verpruts je kansen en loop je het risico voorzieningen kwijt te raken. Ik ben met name bang voor de nationale voorzieningen en het kunstonderwijs. Die zoeken als het moet hun eigen weg waar ze wel kunnen bloeien. Het is dus de vraag of we op termijn te maken krijgen met totale uitverkoop of dat we de voorzieningen hier kunnen houden. Mijn grootste vrees is dat we pas tot een fusie komen als het kwaad al geschied is - zoals de ontnuchtering nadat je enorm gezopen hebt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden