De wijze kater

In de Kalverstraat stonden twee jonge Russen. Ja, aan hun petten kon je niet zien dat het Russen waren, die hadden iets ondefinieerbaar militairs zonder rode ster, maar ze zongen uit volle borst bij een grote trekharmonica. En wat zongen ze? Het lied van het rode leger. Weten die jongens veel waarschijnlijk.

Mijn hart en mijn traanklieren openden zich - een presentje van de oorlog - en nadat ik ze geld had gegeven schoot ik snel de Heiligeweg in, want ze hadden heel wat volk om zich heen verzameld, met en zonder camera's en die hoefden dat gehuil van mij nu ook weer niet te zien. Maar twee oude dames klampten mij aan. "Zijn dat Russen?" , vroegen ze. "Ja" , zei ik. "Wat leuk." Die jongens hadden goodwill zat en ik was blij dat ze hun buikje rond zouden kunnen eten zonder uren in de rij te hoeven staan.

Maar daar op de Heiligeweg ontdekte ik opeens dat ik liep te neurien. Wat neuriede ik? Een Zuidafrikaans liedje over een kat die met geen bijlslagen, kruit of dynamiet naar de andere wereld kon worden geholpen.

Telkens als hij tot velletjes en beentjes was gereduceerd kwam het refrein "Maar . . . die kat kwam weer, die kon niet langer weg, die kat kwam weer de volgende dag." En op hetzelfde ogenblik verscheen voor mijn geestesoog het beeld van de oude Marx. Karl, jawel, zeker, de enige echte. Die had een lekkere dikke katerkop en al wordt hij nu door Jan en alleman weggezet, ik ben ervan overtuigd dat hij terugkomt op het wereldtoneel, net als de Zuidafrikaanse kat.

Niet dat ik zo doordrongen ben van zijn leer. Door het 'Communistisch Manifest' heb ik me heengeworsteld, maar met 'Het Kapitaal' was het op de tweede bladzijde al mis, dus op zijn theorieen kan ik moeilijk bouwen. Maar ik heb het nodige gelezen over zijn huiselijk leven en ik vind hem zo'n aardige man. Hij had gevoel voor humor. En hij hield veel van zijn kinderen, hij liet zich door hen afbeulen, ze reden paardje op zijn rug tot hij door zijn knieen zakte, noemden hem 'Mohr' en 'Old fellow' en 'Old Dick'. Welzeker, Hitler hield van zijn hond, dat weet ik ook wel, maar gevoel voor humor had die niet. O zo.

De behuizingen waar hij met zijn adellijke Jenny von Westphalen verbleef moeten ondanks de vaak bittere armoede warme nesten zijn geweest waar de liefde woonde. Ze gaven elkaar allerhande bijnamen, dat is een teken van tederheid. Zijn dochter Eleanor werd Tussy genoemd, maar na lezing van het Nibelungenlied ook 'Alberich, das grimme Gezwerg' en daar moet ik vreselijk om lachen. Dochter Laura heette om onnaspeurbare redenen 'vogeloog' en 'meester Kakatoe', Friedrich Engels 'de generaal'.

Hoewel Marx een revolutionaire leer opbouwde tegen de bourgeois gericht, deden hij en zijn vrouw altijd hun best hun kinderen een goed-burgerlijke opvoeding te geven. De laatste centen werden gespendeerd aan lessen, in het Italiaans, in het Frans en tenslotte werd er zelfs een gammele piano aangeschaft voor muzieklessen, dat hoorde zo.

De kinderen werden vanaf hun vroegste jeugd doordrenkt met politiek en cultuur: niet alleen revolutionairen kwamen bij Marx aan huis, ook kunstenaars. Heinrich Heine verscheen, toen hij in Parijs woonde, bijna dagelijks. Na de tragische mislukking van de Franse Commune werd zijn huis in Engeland overstroomd door vluchtelingen, die toch tenminste een hap eten moesten hebben, wilden zij niet van honger sterven op straat.

Hij heeft wat afgezworven, onze Mohr. Van het ene hok werd hij naar het andere gejaagd; toen hij werd uitgewezen uit zijn geboorteland Duitsland ging hij naar Parijs, maar daar lieten ze hem ook niet met rust. Hij ging naar Brussel, van Brussel weer naar Parijs, van Parijs naar Keulen . . . Tenslotte streek hij neer in Londen en dankzij kleine erfenisjes en de giften en gaven van kameraad Friedrich Engels die zich waarlijk engelachtig gedroeg, wisten ze het hoofd met veel moeite boven water te houden. Verdriet werd hem niet bespaard; drie van zijn kinderen, twee jongens en een meisje, stierven toen ze nog jong waren. Zijn oudste dochter Jenny, zijn lieveling, ging hem op haar negenendertigste voor in de dood en liet vijf jonge kinderen achter.

Er werd in het gezin Marx veel aan spelletjes gedaan. Een daarvan was het vraag-en-antwoord-spel dat telkens weer opduikt, door de eeuwen heen. De spelers moeten zo eerlijk mogelijk antwoord geven op vragen over hun karakter en voorkeuren. Marx antwoordde op de vraag wat zijn belangrijkste levensregel was met "niets menselijks is mij vreemd" en die naar zijn levensmotto met "aan alles dient getwijfeld te worden."

Het zijn niet bepaald antwoorden van een dictator en dat was hij ook zeker niet. Wel een sterke persoonlijkheid, die vooral zijn kinderen sterk aan zich wist te hechten. Niets menselijks was hem inderdaad vreemd. Hij had twee dode zoons en een levende, verwekt bij de trouwe huishoudster Helene Demuth, die na Marx' dood voor Engels zorgde. Niemand mocht dat weten, toen dochter Eleanor het later vernam werd zij woedend over 'die roddelpraat'. In alle Russische literatuur over het gezin Marx wordt het ook altijd krampachtig verzwegen. Er werd nog geprobeerd de brave Engels het vaderschap in de schoenen te schuiven, het kind verdween in een weeshuis. Weer die vreemde mengeling van zijn tijd ver vooruit zijn en onderwerping aan de heersende tijdgeest. Over het liefdesleven van weldoener Engels, die samenwoonde met een fabrieksarbeidster, was men bij de Marxen ook allerminst te spreken. Vooral Jenny stoorde zich eraan, waarschijnlijk zat haar blauwe bloed haar dwars. Maar Helene bleef wel de stut en steun van het huisgezin. Ze speelde vaak schaak met Marx en won niet zelden. Ook schijnt zij hem op liefdevolle wijze getiranniseerd te hebben.

Wat werd er in die jaren toch wat afgeleden. Marx' kinderen stierven aan tuberculose en je kunt wel neerkijken op de moderne geneeskunst, maar dat zou nu toch niet meer nodig zijn geweest. Aan van alles ging je dood: longontsteking, bloedvergiftiging, blindedarmontsteking. Ik moet denken aan de oude heer Trotta uit Joseph Roths 'Radetzkymarsch'. Die was ervan overtuigd dat je doodging als je ziek werd. Ja, er kon wel hier en daar ergens op de wereld iemand rondlopen die van een ziekte genezen was, maar dat mocht waarlijk een wonder heten.

De arme Mohr had chronische bronchitis. De dokter stuurde hem naar een warm klimaat, naar Algiers, maar wat wilde het geval? Het was er koud en het regende, wekenlang, iets wat sinds mensenheugenis niet was voorgekomen. Marx heeft daar, tussen zijn hoestbuien door, vast heel hartelijk om moeten lachen. Maar ik wilde niet over Marx schrijven, ik wilde over zijn drie dochters schrijven, allemaal intelligent en artistiek begaafd, die een interessant leven hebben geleid. Niet erg gelukkig, nee. Daarover een volgende keer dan maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden