De wifi op school is zo brak, dat ik hem via mijn mobieltje laat lopen

René Kneyber. Beeld Maartje Geels

In de digitaliseringagenda die vorige week gepubliceerd werd door het ministerie en de bestuurdersverenigingen staat op pagina vier een opmerkelijk plaatje. 

Midden in het klaslokaal van de toekomst staat een man met een VR-bril op, die ondanks zijn omgeving – een knappe vrouw, en een leraar die iets aan het uitleggen is – gewoon lekker aan het gamen is in een heldhaftige pose. Ik snap dat. Soms wil je de wereld gewoon even vergeten. Maar goed, het kan ook anders zitten, misschien probeer ik er wel te veel in te zien.

Als niet-onderwijsmens zult u ongetwijfeld fronsen bij het idee dat er anno 2019 nog een digitaliseringsagenda nodig is. Maar als iemand die regelmatig wat vertelt op andere scholen en daarvoor zijn laptop moet aansluiten op iets dat projecteert, weet ik maar al te goed wat de erbarmelijke toestand van ICT op scholen in Nederland is. Tegenwoordig sleep ik daarom allerlei soorten kabels en verloopjes mee, laat ik het internet via mijn mobiele telefoon lopen in plaats van via het brakke wifi-netwerk van menig school, en had ik laatst uit voorzorg zelf een beamer en speakers meegenomen. En ik had ze dus nodig ook.

Het mag allemaal beter, en dat vindt de overheid gelukkig ook. Niet alleen de infrastructuur moet verbeteren. Leerlingen en leraren moeten ‘digitaal geletterd’ worden, de toepassing van ICT moet gaan passen in de onderwijsvisie van de school, de ethiek van digitalisering vereist structurele aandacht, en de beveiliging en de privacy mag ook beter.

Of dit ook allemaal gaat lukken, is nog maar de vraag. Zo werd deze agenda wel medeondertekend door de PO-raad en VO-Raad, de verenigingen van schoolbestuurders, maar het is goed om te weten dat de afspraken die deze clubs maken met de overheid nooit bindend zijn voor de leden. In theorie kunnen individuele schoolbestuurders dus gewoon de internetkabels doorknippen en is er dan niemand die ze iets kan maken.

Ook de voorgestelde middelen en acties zijn weinig hoopgevend. De ondertekenaars willen vooral weer nieuwe afspraken maken over de afspraken die er nu al gemaakt zijn. De overheid trekt slechts een miniem bedrag uit (drie miljoen euro per jaar) uit om de boel te ondersteunen.

Leerlingen van de Agora-school in Roermond volgens les via de computer. Beeld Koen Verheijden

Maar stel dat de overheid wel de portemonnee zou trekken en lekker duidelijke, bindende doelen zou nastreven. Dan is de realiteit nog steeds dat we over een paar jaar blij zijn als we überhaupt iemand kunnen vinden die voor de klas wil staan. Of die nu ethisch omgaat met technologie of niet.

Het mooie aan virtual reality is dat je je even helemaal in een andere wereld waant. Totdat je een knappe vrouw of een leraar in al je enthousiasme per ongeluk in het gezicht slaat met een controller. De echte wereld blijkt uiteindelijk nooit ver weg.

Lees ook:

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo. Zijn eerdere columns vindt u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden