De wetenschap moet opgeschoond

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. In een manifest pleiten wetenschappers voor een opschoning van het wetenschappelijke bedrijf. Zijn hun ideeën goed?

MARC VAN DIJK

In het monumentale Trippenhuis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam vond gisteren en vandaag de eerste conferentie plaats van 'Science in transition'. Vijf wetenschappers schreven een manifest over de universiteit van de 21ste eeuw, dat in de academische wereld op alle bureaus ligt en flink besproken wordt.

Twee elftalspelers reageren op stellingen uit het manifest: Bas Haring, Leids hoogleraar publiek begrip van de wetenschap en Liesbeth Noordegraaf-Eelens, afdelingshoofd bij het splinternieuwe Erasmus University College te Rotterdam. Wat willen de initiatiefnemers 'Science in transition'? En zijn hun ideeën goed?

Vertel het publiek hoe de wetenschap écht werkt. Diepgaande verschillen van inzicht zijn onderdeel van de wetenschap. Wetenschappelijke discussies zijn ook vaak morele of politieke discussies waarin wereldbeelden en ideeën over de samenleving een grote rol spelen.
Noordegraaf: "Mee eens. Het beeld van wetenschappers als 'onbaatzuchtige zoekers van de waarheid' is een mythe."

Haring: "Een deel van de mythe is wel waar. Ik zie het om me heen op de universiteit. En natuurlijk bij beroemde onderzoekers. Neem Watson en Crick, de ontdekkers van de structuur van DNA, zij werden gedreven door nieuwsgierigheid - niet door het eventuele nut van hun onderzoek - en misschien door status. Nieuwsgierigheid en geldingsdrang zijn de drijfveren van veel wetenschappers, zelden financieel gewin."

Noordegraaf: "Er zijn altijd meerdere waarheden, en de wetenschapper, onbaatzuchtig of niet, bepaalt niet wat de waarheid is. De wetenschap verzorgt een kritische functie, zowel naar andere wetenschappers toe, als naar de maatschappij. Wetenschappers zijn er om ideeën ter discussie te stellen, dat ter discussie stellen van ideeën is een belangrijk maatschappelijk goed. Ik vind dat we wetenschappers op dat ideaal aan kunnen spreken. De vraag of ze het met elkaar eens zijn, doet er veel minder toe."

Haring: "Het ligt er misschien aan of je het over exacte wetenschap hebt of over geesteswetenschappen. Maar ik zou zeggen dat 'ideeën ter discussie stellen' meer iets is voor filosofen. Wetenschappers zijn er om falsifieerbare uitspraken te doen die structuur brengen in de warrigheid van de werkelijkheid. Uitspraken die toetsbaar en eventueel weerlegbaar zijn door andere wetenschappers, zoals Popper heeft verwoord. Waarheid is een categorie voor filosofen, wetenschappers beperken zich tot 'houdbaarheid' of 'werkbaarheid'."

Formuleer nieuwe maatstaven om wetenschappers en wetenschappelijke resultaten te beoordelen, en waarin de maatschappelijke waarde van het onderzoek nadrukkelijk meeweegt.
Noordegraaf: "Het werken met ranglijsten en publicatie-quota om prestaties van wetenschappers te meten is weliswaar productief, maar ook pervers. Deze meetinstrumenten worden pervers als ze dominant worden, als het de toonaangevende criteria zijn om mensen mee te beoordelen. En in de wetenschap is dat helaas het geval. Publicaties, dat is waar het uiteindelijk om draait."

Haring: "Volgens de formele criteria ben ik een academische prutser, maar ik geloof niet dat ik dat in werkelijkheid ben. Ik heb maatschappelijk effect. Ik schrijf boeken die gelezen worden en houd overal verhalen. Ik vind dat belangrijk. Een groot deel van de universiteit is publiek gefinancierd. Dan moet je dus ook aan het publiek vertellen waarom je dat onderzoek doet. Er zou een manier moeten komen om de diversiteit onder wetenschappers te waarderen."

Noordegraaf: "Beoordelingscriteria op andere vlakken, zoals het onderwijs of een bijdrage aan de maatschappij, zijn veel minder uitgekristalliseerd. Prima als onderzoek in peer reviewed-tijdschriften een rol speelt, maar laten we ons daar vooral niet op blindstaren. Andere criteria zijn wellicht lastiger of ongrijpbaarder, maar minstens zo belangrijk."

Focus minder op onderzoek en meer op onderwijs.
Noordegraaf: "Goed idee, de vraag is wel: wat voor onderwijs? Wat maakt onderwijs tot 'academisch onderwijs'? In mijn ogen is academische kennis gelaagde kennis, academisch denken betekent denken op verschillende niveaus tegelijkertijd. Dat betekent dus niet alleen oplossingen zoeken voor problemen, maar wel met studenten verkennen wat voor problemen er nu allemaal zijn; hoe kan bijvoorbeeld het migratievraagstuk of het vraagstuk van de economische crisis op verschillende manieren doordacht worden?"

Haring: "Opnieuw: dat ligt eraan welk type wetenschap je bedrijft. Wetenschappelijke kennis is zeker niet per definitie gelaagd. Ik zou niet weten wat er gelaagd was aan de ontrafeling van DNA, om Watson en Crick nog maar eens te noemen. Wat betreft het belang van onderwijs binnen de wetenschap ben ik het helemaal met jou en de opstellers van het manifest eens. Onderwijs is op de universiteiten een ondergeschoven kindje geworden, en dat is zeer onterecht.

"Sommige wetenschappelijke onderzoeken zijn dermate specialistisch dat nauwelijks iemand zich er nog wat bij kan voorstellen. Ik denk dat het belangrijk is ruimte te geven aan vragen die wel door jan en alleman voorstelbaar zijn."

Zowel bij fundamenteel als toegepast onderzoek moet de maatschappij meehelpen bij het vaststellen van onderzoeksprioriteiten. De wetenschap kan haar eigen koers niet op wetenschappelijke wijze bepalen. Daarvoor zijn brede debatten en afwegingen nodig. De agenda van de wetenschap is een zaak van de samenleving.
Noordegraaf: "Hierbij hoort voor mij het ideaalbeeld van een universitair docent als een spil in een kennisnetwerk. Aan de ene kant komt dat kennisnetwerk voort uit de academische wereld waarin hij of zij werkt, aan de andere kant wordt dat netwerk gevormd in een dialoog met de samenleving. Ook in de samenleving zit kennis, misschien niet per se academische kennis. Maar het produceren van kennis betekent niet dat academici het monopolie hebben op kennis. Universitair onderwijs is er om kennis te produceren, kennis te delen en ook wel te herverdelen. Andere partijen daarbij uitsluiten, onder andere door de focus te leggen op wetenschappelijke publicaties, helpt daar niet bij."

Haring: "Natuurlijk is het goed als wetenschappers met de samenleving in contact blijven. Maar als je spreekt van 'een spil in een kennisnetwerk' klinkt dat mij net iets te veel alsof een wetenschapper voortdurend met iedereen in gesprek moet zijn. Ik kan me beter vinden in een beeld van Robbert Dijkgraaf, die wetenschappers 'walvissen' noemde. Meestal zitten ze ergens in het diepe, en af en toe komen ze boven water om zich aan de wereld te tonen.

"Ik denk dat je jezelf als wetenschapper af en toe ook vragen mag stellen waar je zelf nieuwsgierig naar bent. En dan moet je erop durven vertrouwen dat het maatschappelijk nut wellicht later komt. Of niet. De grote helden uit de wetenschap deden ook vaak onderzoek zonder dat vooraf duidelijk was wat voor nut dat onderzoek zou gaan hebben. Maar meestal kwamen die nuttige toepassingen na afloop vanzelf."

filosofisch elftal

Haring

Gude - Roeser - Ankersmit

Van Tongeren - Spruyt - Groot

Van Brederode - Huijer - Noordegraaf - Gescinska

Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, de thuisbasis van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden