DE WET BESCHERMT STEEDS MEER PLANTEN EN DIEREN

Tom van Ewijk: Beschermde planten en dieren in Nederland. De Natuurbeschermingswet. Illustraties: Ulco Glimmerveen, Rein en Taco Westra. Uitg. Kosmos-Z & K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Gebonden, 142 blz., ¿ 39,90.

Alle soorten die in de eerste Natuurbeschermingswet werden genoemd, prijken nog in de laatste versie. Bescherming heeft dus niet gezorgd voor een verbetering van de situatie, zou men denken. Maar dat is lang niet altijd waar. Vaak zijn vraagtekens gezet achter de beschermde status van planten en dieren. Is het strafbaar stellen van verstoring, uitgraven, vangen of doden wel een voldoende garantie voor hun bescherming? Is het niet veel beter hun leefgebieden en groeiplaatsen van aantasting te vrijwaren?

De blauwe zeedistel is een van de aardigste en meest illustratieve voorbeelden van het nut van soortbescherming, zoals de Natuurbeschermingswet toch is. Vóór 1973 was de soort zeldzaam. Waar hij groeide, in de zeereep bij de zeedorpen, kwam hij vrijwel niet tot bloei, omdat hij direct door badgasten als gemakkelijk te drogen souvenir werd geplukt. Nu groeit de zeedistel zelfs tussen de straatstenen van de Zandvoortse boulevard, waar hij in de zomer uitbundig bloeit.

De beschermde bittervoorn is het algemeenste visje geworden in de sierwateren van de Amsterdamse wijk Buitenveldert, waar de zwanemossel overal voorkomt. Met die grote zoetwatermossel onderhoudt de bittervoorn een innige band: in feite is de mossel de broedmachine voor de jonge voorns. Soortbescherming kan wel degelijk helpen een door menselijke activiteiten bedreigd gebied voor de natuur te redden. Een enkele beschermde soort legt nog niet genoeg gewicht in de schaal als het gaat om de afweging van natuurbeschermings- en economische belangen. Maar het voorkomen van veel in de wet genoemde planten en dieren op een planologisch bedreigd terrein is een stevig argument in de handen van ijveraars voor behoud van dat terrein.

Om welke soorten gaat het nu? In de jongste versie van de wet worden alle walvissen beschermd en hebben egel, hamster, eikel- en hazelmuis en alle vleermuizen gezelschap gekregen van das, otter, bever, noordse woelmuis, eekhoorn, zeehond en grijze zeehond. De otter is volgens sommigen in ons land geheel uitgestorven, anderen menen dat hier en daar nog otters leven, ondermeer aan de Swalm in Limburg. De noordse woelmuis, een veldmuizesoort, wordt in zijn voortbestaan bedreigd door steeds verdergaande ontwatering. De Nederlandse populatie, ver van het hoofdverspreidingsgebied in Scandinavië en Oost- Duitsland, vormt een aparte ondersoort, die voorkomt op Texel, in Friesland, het Hollandse veenweidegebied en het Deltagebied. Dat de eekhoorn op het lijstje voorkomt, wekt misschien bevreemding, maar is het gevolg van het overhevelen van sommige tegen jagers beschermde zoogdieren van de Jachtwet naar de Natuurbeschermingswet.

Alle reptielen en amfibieën zijn beschermd gebleven, wat wel te verwachten was: een enkele plaatselijke verbetering van de stand van sommige soorten daargelaten blijft het over de hele linie slecht gaan met slangen en hagedissen, met kikkers, padden en salamanders. De enige soorten waar niemand zich zorgen over hoeft te maken, zijn bruine kikker en kleine watersalamander.

Steur en houting zijn twee vissoorten die bij rivierdonderpad, gestippelde alver, kleine en grote modderkruiper, bermpje, elrits, bittervoorn, meerval, rivier- en beekprik zijn gekomen. In de oude wet kwamen maar vier soorten ongewervelde dieren voor: het vliegend hert, de grote vuurvlinder, de rivierkreeft en de wijngaardslak. Sinds 1973 is duidelijk geworden dat dagvlinders en libellen tot de meest bedreigde diergroepen in Europa behoren. Daarom zijn daar nu acht libellen en negentien dagvlinders en nog eens vier kevers aan toegevoegd.

Deels zijn rode lijsten bepalend geweest voor de onderbrenging in de Natuurbeschermingswet. Rode lijsten geven een overzicht van soorten die verdwenen zijn en soorten die sterk achteruitgegaan of zeldzaam zijn en daardoor bedreigd worden en kwetsbaar zijn. Er zijn rode lijsten voor planten, vogels, zoogdieren en dagvlinders. Toch zijn lang niet alle op de rode lijsten voorkomende soorten wettelijk beschermd. Soms zijn ze zo onaanzienlijk dat geen mens het in zijn hoofd haalt ze te plukken of te vangen. Maar de onaanzienlijken kunnen ook aanwijzers zijn van bijzondere habitats, leefplekken voor planten en dieren. Dat is bijvoorbeeld het geval met het zeldzame klein glaskruid en stijf hardgras, die op muren groeien en van maar een paar groeiplaatsen bekend zijn. Anderzijds komen plantesoorten in de Natuurbeschermingswet voor, die helemaal niet zeldzaam, bedreigd of kwetsbaar zijn, zoals grasklokje en rietorchis. Het grasklokje is tegelijk met andere klokjes beschermd, omdat verwisseling mogelijk is met wel zeldzame klokjessoorten. De rietorchis, die bijvoorbeeld rondom Amsterdam op dit moment bij duizenden ondermeer bloeit in ettelijke bermen van grote uitvalswegen, lijkt veel op de brede en de gevlekte orchis, die zeldzaam zijn geworden door veranderd agrarisch grondgebruik.

Verzurende neerslag is ook een grote factor, die de natuur en plante- en diersoorten bedreigt. Jeneverbessen zijn gelukkig nog op tal van plaatsen te vinden - in Hattem zag ik laatst een geweldig bos van uitsluitend jeneverbessen -, misschien vooral ook dank zij de Natuurbeschermingswet, die deze naaldboom al sinds 1973 bescherming biedt. De stekelige struiken dragen zelfs nog wel bessen, maar de zaden willen nergens in ons land meer kiemen. Omdat de bodem niet meer geschikt is, vermoedt men. Nu kunnen jeneverbessen verschrikkelijk oud worden, dus misschien zijn er nog veel overlevenden als ooit de omstandigheden verbeteren (als de mensen wijzer zijn geworden).

Bij de planten zijn vooral nieuw de muurplanten, waaronder een groot aantal varens, die uitsluitend op oude muren voorkomen. Hun wettelijke bescherming is van groot belang, omdat nog in lang niet alle gemeenten in Nederland rekening wordt gehouden met bijzondere muurbegroeiingen bij het herstellen van kade-, sluis- en andere muren.

Er is een boek uitgekomen over de planten en dieren, die onder de Natuurbeschermingswet vallen, met kleurentekeningen, die het herkennen gemakkelijk moeten maken, niet in de laatste plaats voor opsporingsambtenaren die met de handhaving belast zijn. Het boek is zo mooi uitgevoerd dat het ook wel zijn weg zal vinden naar de boekenkast van menige natuurliefhebber. Jammer dat verwarring kan ontstaan over de kikkers: een lelijke plaat van de bruine kikker had blijkbaar vervangen moeten worden door een veel betere, die nu onder de naam poelkikker in het boek staat, terwijl de oude tekening van de bruine kikker er ook nog in staat. En wat mij betreft had de waterhoofdige knoflookpad ook wel door een betere vervangen mogen worden.

NATUUR DEZE WEEK

Metallic rood, blauw en groen zijn de juweelwespen, die op zonnige muren nestjes van wilde bijen zoeken. Bij afwezigheid van de rechtmatige eigenaar sluipen ze naar binnen en leggen ze een ei bij die van de bijen. Hun steelse gedrag stempelt ze tot echte parasieten. - Er vliegen spierwitte, zwart gestippelde vlindertjes rond, die vaak op licht afkomen: stippelmotten van verscheidene soorten die voornamelijk door de keuze van de voedselplanten van de rupsen van elkaar te onderscheiden zijn. Die rupsen zijn de beruchte spinselmakers, die een paar weken geleden vogelkersen, kardinaalsmutsen en meidoorns aantastten. De resten van hun uitgebreide spinselnesten zijn nog te zien aan de struiken, die inmiddels nieuw blad zijn gaan maken. - Andere vlinders die op het lamplicht af komen, zijn vooral spannertjes zoals de gerande spanner, de goudspanner, de vliervlinder, de bonte bessevlinder en de kleine en grote zomervlinder. De laatste twee zijn prachtig matgroen van kleur en verschillen van elkaar in hoofdzaak in grootte: de kleine meet maar de helft van de grote. De grootste spanner is de vliervlinder, een lichtgeel gekleurde, als zijde glanzende vlinder met een kaneelbruine vlek aan de achterrand van de achtervleugel. De bonte bessevlinder of harlekijn, zo groot als een koolwitje, is zwart met geel getekend op een witte ondergrond. De porseleinvlinder lijkt op de bonte bessevlinder, maar is veel minder gewoon. Overdag vind je hem wel op planten in bosranden. - Het loont de moeite op zandige plekken in heidevelden naar insekten te kijken. De bijenwolf is een graafwesp, die in kolonies leeft en zijn nest proviandeert met verlamde honingbijen. De slanke, zwart met rode rupsendoder doet hetzelfde met verlamde rupsen. De willoze insekten dienen als levend voedsel voor de wespelarven. De snelpotige zandloopkevers overmeesteren rennend hun prooi. Hun larven overvallen insekten uit een in het zand gegraven hinderlaag.

EN VERDER

Vandaag en morgen is er van alles te doen in de Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1 te Hoofddorp: rondleidingen door Ton Engelman, om 14 uur een kwartiertje proza en poëzie, buttons maken van gedroogde bloemen en een schilderijententoonstelling. Open van 14 tot 17 uur. - Morgen begint om 11 uur een insektenexcursie in de oeverlanden ten noorden van het Nieuwe Meer bij Amsterdam onder leiding van Siem Langeveld. Volg vanaf het viaduct na de Schinkelsluizen de bordjes met pijlen naar het verzamelpunt, het veldstudiecentrum 'De Waterkant' aan het Anton Schleperspad. De excursie kost niets voor leden en donateurs van de vereniging 'De Oeverlanden Blijven'. Anderen betalen ¿ 2,50. - Publieksactiviteiten van het IVN (gratis): morgen van 12 tot 16 uur activiteitenmiddag in het Amsterdamse Amstelpark in en om IVN-gebouwtjes over weide, weidevogels en weidebeheer, met om 14 uur excursie bedreigde flora; rondleiding Broersepark in Amstelveen, om 14 uur van voorlichtingscentrum Parklaan 20; anderhalf uur wandelen in de Laarder Eng, om 14 uur Zevenenderdrift hoek Schuilkerkpad te Laren; insektenexcursie in Oisterwijk, om 14 uur van bezoekerscentrum Van Tienhovenlaan; insektenwandeling De Berken, Asten-Someren, om 14 uur van kerk te Ommel; beekdalwandeling De Bundertjes, om 14 uur van Jan Visser Museum in Helmond; donderdag excursie van twee uur in De Blauwe Kamer bij Rhenen, om 20 uur van parkeerplaats bij de ingang, laarzen aanbevolen. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie organiseert voor jongeren tussen 12 en 25 jaar van 11 tot 21 juli een zomerkamp in het Warchedal in de Hoge Venen (België), een gebied met bijzondere planten en insekten. Info: Joris Benschop, 030- 800826. Een zoogdierenkamp in Mechelen in Zuid-Limburg (zoogdieren vangen en weer loslaten, met bat-detectors naar vleermuizen luisteren) duurt van 16 tot 26 juli. Info: Kees Janssen, 01805-3805.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden