de Westerse Ziekte

Volgens Victor Davis Hanson, druivenboer en classicus, zijn westerse intellectuelen, uit schuldgevoel over de weelde waarin ze leven, een treurig verbond aangegaan met de door schaamte beheerste moslimwereld. Dat bleek weer eens uit de reacties op de gevangenneming van Saddam Hoessein: ,,Terwijl een Europese commentator zich afvroeg of Saddam zich wel volledig bewust was van de nuances van de westerse rechtspraak, jammerde de Arabische straat over de smadelijke omstandigheden van zijn gevangenneming: Hij werd gevonden in een gat! Hij was smerig! Een Amerikaanse arts onderzocht hem als een besmette zwerver! Hij vuurde niet één schot af!''

Na de vangst van Saddam zag ik een serie journalistieke aanvallen op Amerika, uit binnen- en buitenland, en ik dacht terug aan wat er nu eigenlijk gepresteerd is in de afgelopen twee jaar. In 24 maanden versloegen de Verenigde Staten twee van de verschrikkelijkste regimes uit de moderne geschiedenis. De VS zijn hard op weg het ondenkbare te realiseren: het installeren van een democratische regering in het hart van de Midden-Oosterse autocratie, waar geen andere politieke erfenis bestaat dan tirannie, theocratie en dictatuur.

Bij de bevrijding van 50 miljoen mensen van zowel de Taliban als Saddam Hoessein hebben de VS tot dusver minder dan 500 soldaten verloren - van wie sommigen nu juist gedood werden omdat ze een oorlog voerden waarin gepoogd werd om niet alleen het aantal burgerslachtoffers te minimaliseren, maar ook het aantal doden onder de vijand. Anders dan de westerse intellectuelen in hun scheldkannonades beweren, is de fout van de Amerikaanse militairen eerder nalatigheid - plunderaars liever niet neerschieten en oproerlingen liever niet opjagen en doden - dan een keihard optreden.

Gemeten aan elke historische standaard is er de afgelopen twee moeilijke jaren een opvallende militaire prestatie geleverd. Toch zal niemand ook maar de geringste erkenning van dit succes vernemen uit de mond van onze linkse edelen. Al Gore noemde de bevrijding van Irak 'een moeras' en, volkomen absurd, de ergste fout in de geschiedenis van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Howard Dean (een belangrijke presidentskandidaat van de Democraten) deed het, nog absurder, voorkomen alsof de president van de VS voorkennis zou hebben gehad van 11 september. De meeste Amerikanen huiveren bij de gedachte dat de eerstgenoemde president had kunnen zijn in deze tijd van crisis - en dat de laatstgenoemde dat nog steeds kan worden.

Bij Amerikaanse en Europese schrijvers hoor je echo's van de woede van Gore en Dean. Op de dag voordat Saddam Hoessein gevangen werd genomen, kon je in de International Herald Tribune een lange tirade lezen van Paul Krugman, de Princeton-professor: 'Uiteindelijk zal de Bush-doctrine - gebaseerd op de waanvoorstelling dat Amerika machtig genoeg is om de wereld met geweld te overheersen - het niet houden. Wat we nu net geleerd hebben, is hoe hard en smerig de voorstanders van deze doctrine vechten tegen het onvermijdelijke.' Krugman was kennelijk furieus dat Amerikaans belastinggeld besteed wordt aan het inhuren van uitsluitend Amerikaanse en Coalitie-bedrijven om Irak op te bouwen, en niet aan de buitenlandse mogendheden die tegen het verwijderen van Saddam Hoessein waren. 'Hard en smerig'?

Op dezelfde pagina wist een columnist van de New York Times dat 'de Republikeinen de verkiezingen kapen, de schatkist leegroven, de Grondwet negeren en onze bondgenoten verbitteren'. Dat buitenlandse waarnemers de uitkomst van de verkiezingen in Florida bevestigd hebben, dat het Congres uitgaven en nieuwe wetgeving van de federale regering moet goedkeuren, dat een onafhankelijke rechterlijke macht onze wetgeving controleert en dat 60 landen betrokken zijn bij Irak, betekent blijkbaar niets. 'Kapen en leegroven'?

De dag nadat Saddam gepakt was, zapte ik langs tv-kanalen op de kabel. Een nogal beschaafd uitziende Fransman, een zelfbenoemd juridisch expert, hield een preek over wat nog juridisch 'acceptabel' is voor de internationale gemeenschap. Zijn dandy uiterlijk deed hem zo anders lijken dan de Amerikanen die Saddams hol inkropen om hem eruit te sleuren. Zachte macht is, denk ik, het gladde praatje van de salon; harde macht is het in de kraag vatten van massamoordenaars 's nachts in Tikrit.

Volgende kanaal: een ernstig kijkende Europese commentator maakt zich zorgen over de rechten van Saddam Hoessein en houdt daarbij zijn kijkers het schrikbeeld voor van een nieuwe onderdrukte gevangene in 'Guant namo'! Dat Frankrijk handel dreef met een massamoordenaar en profiteerde van de wapenverkoop waarmee die zijn eigen mensen afslachtte, is één ding; je druk maken of datzelfde monster zich wel volledig bewust is van de nuances van de westerse rechtspraak als hij is opgepakt, is weer iets heel anders. Natuurlijk was het onze Europese humanist nooit opgevallen dat de lafhartigheid van zijn eigen land de afgelopen tien jaar een steun betekende voor Saddams heerschappij van de angst.

Ik zou nog door kunnen gaan, maar u heeft al wel een idee van de huidige waanzin. Er is iets verschrikkelijk fouts en amoreels aan de westerse intelligentsia, voornamelijk in de universitaire wereld, de media en de politiek. We hebben Osama bin Ladens kleuterschool-geleuter niet nodig om ons zorgen te maken over de westerse ziekte: duizenden van de rijkste, meest vrijgestelde mensen in de geschiedenis van de beschaving zijn alleen nog maar met zichzelf bezig en leven totaal afgesneden van de natuurlijke wereld - de eeuwenoude, angstaanjagende realiteit van schaarste, pest, honger, plundering en oorlog. Een Paul Krugman of een Franse advocaat weten niets van het leven buiten hun kunstmatige cocon. Zij weten niets van het ondankbare werk dat anoniem wordt verricht om de overvloed in hun verwende wereldje mogelijk te maken. Geen van beiden weet hoe het is om in een dorp te wonen dat vergast wordt door Saddam Hoessein of hoe moeilijk het is om naar Tikrit af te reizen om dat monster in de boeien te slaan.

Onze westerse intellectuelen zijn beschutte orchideeën die geen idee hebben van de wereld buiten hun luxebroeikassen. De westerse ziekte van plaatsvervangende woede over alles wat het Westen doet, verschaft hun een soort psychische verlichting van het schuldgevoel dat ze kennelijk hebben over hun bevoorrechte omstandigheden.

De reactie van de moslimwereld op de gevangenneming van de moordenaar van zeer veel moslims, is even bizar als de nonsens van onze linkse broeders. Dezelfde omroepen die westerse professoren aan het woord lieten over Saddams rechten, interviewden huilende vrouwen in Palestina, sombere bezoekers van koffiehuizen in Cairo en hoogdravende intellectuelen in Libanon. Allemaal jammerden ze over de smadelijke omstandigheden van zijn gevangenneming: Hij werd gevonden in een gat! Hij was smerig! En een Amerikaanse arts onderzocht hem als een besmette zwerver! Hij vuurde niet één schot af!

Het blijkt de Arabische straat niets te kunnen schelen dat een Arabische psychopaat honderdduizenden landgenoten afslachtte, maar wel dat zijn anti-Amerikaanse opschepperij voor het oog van miljoenen werd ontmaskerd en dat uitgerekend Amerikanen de Irakezen moesten bevrijden. Eer en schaamte - de essentie van tribale samenlevingen - zijn belangrijker dan de levens van onschuldigen. De massa's op de Westbank jammerden dat Saddam niet eens een Amerikaan had neergemitrailleerd - of ook maar iets had gedaan om de Arabische tribale trots te redden. Tussen de geschifte sympathieën die de elite uit de Eerste Wereld en de clan uit de Derde Wereld delen, gingen de paar tranen om de doden - die rottende en uitgedroogde beenderen die met duizenden worden gevonden in het woestijnzand buiten Bagdad - verloren.

De westerse 'experts' en het gepeupel in het Midden-Oosten houden elkaar buiten schot. Een linkse publicist zal niet gemakkelijk schrijven hoe verachtelijk immoreel het is dat duizenden het einde betreuren van een massamoordenaar als je ergere dingen kunt zeggen over een Amerikaanse president die besluit geen Amerikaanse dollars te gebruiken om Franse bedrijven in te schakelen voor de wederopbouw van Irak. Een linkse columnist kan leugenachtig tekeergaan over de verkiezingen in Florida, maar je hoort hem weinig over verkiezingen die in de Arabische wereld nooit worden gehouden.

De zogenaamde Arabische straat en zijn nep-intellectuelen hebben wel door dat de invloedrijke progressieve westerlingen de Midden-Oosterse misdaden nooit zullen kritiseren als ze de kans hebben om te tieren over westerse wandaden. Het is precies deze parasitaire relatie tussen de buitenlandse en binnenlandse critici van het Westen die veel verklaart van het vreemde zelfvertrouwen van degenen die 11 september hebben beraamd. Het is toch het genie van Bin Laden geweest dat hij vermoedde dat, nadat hij 3000 westerlingen had verbrand, een elite meer geneigd zou zijn zichzelf de schuld te geven van deze ramp - op zoek te gaan naar de óórzaken van het terrorisme - dan een stam te vernietigen die volkomen beheerst wordt door theocratie, autocratie, sekse-apartheid, polygamie, antisemitisme en religieuze onverdraagzaamheid. Maar het was stom van Bin Laden om te denken dat de VS even ver heen waren als Europa en dat een minderheid van zijn beschaamde elites de volledige controle had verkregen over het politieke, culturele en spirituele leven van Amerika.

De haat tegen Israël is het meest opvallende symptoom van de westerse ziekte. Op het eerste gezicht is het dilemma daar voor een klassieke progressief niet overdreven ingewikkeld: een democratische regering wordt aangevallen door fanatieke zelfmoordterroristen die worden gesubsidieerd en toegejuicht door vele dictators in de Arabische wereld. De bommengooiers gebruiken dezelfde barbaarse methodes als de Tsjetsjenen, de 11 september-moordenaars, de Al-Kaida-terroristen in Turkije en wat we nu in Irak zien.

De progressieve Europeanen zouden Israël, waarvan de sociale en culturele instellingen - universiteiten, schone kunsten, bekommernis om de 'ander' - zo op die van henzelf lijken, moeten liefhebben. In het Israëlische leger zitten homo's en ze accepteren een sekse-gelijkheid waar elke feministe blij mee zou zijn. En terwijl Arabieren zijn uitgeroeid door Syriërs, vergast in Jemen door Egypte, etnisch gezuiverd in Koeweit, zonder vorm van proces gelyncht in Palestina, levend verbrand in Saoedi-Arabië, kunnen ze in Israël stemmen en genieten daar mensenrechten die je elders in het Arabische Midden-Oosten niet aantreft.

Als Europa moppert over het 'Recht op terugkeer', bedoelen ze dan de meer dan een half miljoen Joden die het vege lijf moesten redden toen ze werden verjaagd uit Egypte, Syrië en Irak? Vragen ze zich ooit af waarom een miljoen Arabieren vrij in Israël woont, terwijl nog eens 100 000 Arabieren de 'Zionistische entiteit' illegaal zijn binnengekomen? Vraagt een Europeaan zich ooit af wat er zou gebeuren als duizenden Joden een 'Recht op terugkeer' naar Cairo zouden eisen?

Maar de westerling uit de elite praat liever over 'bezette gebieden' -

vanwaaruit Israël de afgelopen zestig jaar vier keer is aangevallen - op een manier waarop de Duitsers niet praten over een bezet Westen dat ze hebben moeten afgeven aan Frankrijk of een bezet Oosten dat is geannexeerd door Polen. Rusland preekt over Jenin, maar niet over het Russische inpikken van Japanse eilanden. Turkije is bezorgd over de Westbank, maar niet over het Turkse opslorpen van een groot deel van Cyprus. China hecht belang aan de Palestijnse soevereiniteit, maar niet aan de cultuur van Tibet. Britse aristocraten jammeren over het vermeende landjepik van Sharon, maar niet over Gibraltar.

Al deze buitenlandse gebieden werden met geweld verkregen en vastgehouden om redenen van 'nationale veiligheid'. Alleen als er Joden bij betrokken zijn, wordt er anders tegen aangekeken. Maar toch: geef Israël een bevolking van 250 miljoen, zorg voor een enorme export van olie en terroristen - en gum het antisemitisme uit - en zelfs de linkse Europese pers verandert van toon.

Misschien wel het treurigste voorbeeld van dit vreemde verbond tussen de Eerste en de Derde Wereld in het afgeven op het Westen kon half december op tv gezien worden. Net toen de Amerikaanse regering waarschuwde voor nieuwe aanslagen was er een interview met de Indiase schrijfster Arundhati Roy, die Amerika door het slijk haalde. Haar act werd gevolgd door een zielige smeekbede van de interviewer om haar ongegeneerde haat tegen de Bush-regering niet uit te strekken tot alle Amerikanen. Terwijl ze de theatrale gebaren van de Amerikaanse intellectuelen imiteerde - haar handen maakten voortdurend aanhalingstekens in de lucht - deed ze de ene zelfvoldane beschuldiging na de andere, waarmee ze applaus van het publiek oogstte.

Er werd weing gezegd over de krater een paar straten verderop, over de sociale misstanden thuis in India, waardoor tienduizenden van zijn intelligentste burgers vertrekken naar Amerika. Ook van de aristocratische robe van Roy, rijkelijk met juwelen behangen, en haar bestudeerde accent werd niet gerept. Die kledij en gekunstelde gebaartjes illustreerden mooi het bekende spel dat ze speelt: afgeven op de globalisering en grote bedrijven en ondertussen over de hele westerse wereld vliegen - juist omdat die zo gul is - en voortdurend geld opstrijken door een elegant derde-wereldslachtofferschap op te dienen aan schuldbewuste westerlingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden