De werkelijkheid volgens Van Hanegem Bij Feyenoord wordt er blijkbaar op vuile spelers geselecteerd

ROTTERDAM - Het was een advies dat Wim van Hanegem ooit als speler van 'een trainer' kreeg: zodra er poep aan de knikker komt, tumult op het veld ontstaat, meng je dan met zo veel mogelijk spelers van jouw elftal in dat incident.

Feyenoord-RKC is 64 minuten oud, wanneer in een hoek van het veld diverse stoppen doorslaan. Feyenoord is de aanvallende partij, RKC brengt met name tegen de na rust sterk invallende debutant Glaucio nogal wat grof geschut in stelling. De kleine, doch opmerkelijk hoog springende Braziliaan, is sterk aan de bal. Jesus de Carvalho Glaucio duwt een beetje, hij trekt een beetje, hij speelt eens een balletje door de benen en ook neemt hij de bochten als een haas. Soms gaat hij ineens links af, soms ineens rechts af. Om één of andere reden irriteert dat spel de Waalwijkers. Glaucio krijgt een paar tikken van zijn directe tegenstander Bobby Schooners. Ook Alfred Schreuder probeert hem te grazen te nemen. En als dan die 64ste minuut is aangebroken reageert Glaucio heel impulsief op een rel, die door Henry Larsson is geïnitieerd. De Zweed glijdt grof door op Danny Muller. Deze zoon van ex-international Bennie reageert met een klap naar Larsson en dan neemt Glaucio het met een rare revanche-trap op voor zijn maatje.

Rood voor Glaucio na welgeteld negentien minuten voetbal in de Nederlandse eredivisie en rood voor Muller. Larsson, die dit vuurtje heeft aangestoken, krijgt van scheidsrechter Hugo Luyten niet eens geel!

Na de wedstrijd, die overigens pas na de vechtpartij echt interessant werd, blijkt weer eens hoe de coaches op dit niveau hun business beleven. RKC-trainer Bert Jacobs geeft 'de arbitrage' een fikse onvoldoende. Hij legt niet uit wat hem dwars zit. Men zou nog kunnen zeggen dat de grensrechters deze miezerige middag op het gebied van buitenspel de rood-witte bril hebben gedragen, maar dat aspect wordt door Jacobs niet benadrukt. Moest Muller dan maar niet voor zijn openlijk geweld worden beboet met rood? Wim van Hanegem begrijpt zijn collega in ieder geval niet. Hij heeft ook enige kritiek: Luyten had best een strafschop of twee aan Feyenoord mogen geven. Maar dát zal Jacobs toch niet bedoelen?

Vervolgens ziet Van Hanegem vooral de humor in van die 64ste minuut. “We hebben er weer een Bruce Lee bij”, grapt hij. De geboren Bressiaander, die in zijn tijd als speler op het gebied van gemeen spel geen zee te hoog ging, legt dan uit hoe 'een trainer' (meer dan waarschijnlijk doelt hij op wijlen Ernst Happel) hem indertijd leerde om te gaan met geweldssituaties op het veld. “Je moet nooit het risico lopen dat er eentje van jouw ploeg een peer krijgt, omdat hij in zijn eentje staat.” Die lessen van een trainer zijn ook de hedendaagse Feyenoorders sinds het bewind van Van Hanegem al lang en breed voorgehouden. Het beeld is dan ook over-bekend: bij rellen worden de spelers van de tegenpartij en ook de arbiter door een kluwen spelers van Feyenoord omgeven. Het gaat in die gevallen domweg om intimidatie. Een aantal straatvechters laat zich danig gelden, het gaat er hard aan toe, het is altijd de ronduit ordinairste kant van het profvoetbal dat bij die gelegenheden wordt uitgedragen. Wanneer Wim van Hanegem een kwartiertje na Feyenoord-RKC ook nog eens over die rel zegt: “Ik vind dit altijd wel aardig om te zien”, is de boot aan bij de nestor van de Rotterdamse sportjournalistiek, Dick van Polder. Zelf was deze voetbalschrijver van achtereenvolgens Het Parool, Het Vrije Volk en Het Rotterdams Dagblad semi-prof bij Excelsior. In de jaren zeventig maakte hij voor Het Parool met Van Hanegem een veelgelezen column. Van den Polder kritiseerde in de laatste jaren voor zijn VUT bij het RD echter ook in stevige termen de Feyenoord-coach Van Hanegem. In algemene zin (ver)oordeelde hij, dat De Kromme simpelweg niveau mist voor het leiden van een topclub.

Van Hanegem en Van den Polder zijn al jaren beslist geen vriendjes meer. Dat blijkt wanneer Van Hanegem nog eens zijn particuliere mening over vechten op het veld prijs geeft. Hij vindt dat dus 'wel aardig', zo zegt hij op de persbijeenkomst. Van den Polder zit zich al voor die uitspraak enigszins op te winden. Uiteindelijk zegt hij tegen Van Hanegem: “Dus je hebt niks geleerd van de Helderse affaire!” Van Hanegem kijkt even alsof hij die ouwe zak het liefst ter plekke de strot afbijt en reageert slechts als volgt: “Ben je hier in dienst, Dick?”

Het aardige aan Van Hanegem is intussen dat hij zich nooit anders voordoet dan hij in werkelijkheid is. Men kan gemakkelijk foei of bah roepen bij 's mans opvattingen over de ranzigste kantjes van het profvoetbal. Zoals men zich even goed de vraag kan stellen of niet duizenden mensen de persoonlijke mening van Van Hanegem delen dat het 'wel aardig' is om naar een geweldssituatie in een stadion te kijken. Voetbal, zeker topvoetbal, is een agressieve sport. Gelet op de vele fysieke contacten ligt het gewoon in deze sport opgesloten dat om de haverklap heibel ontstaat. Voetbal is qua aard een vrij ruw spel. De adrenaline en de emoties spelen voortdurend hoog op en dat appeleert ook aan bepaalde instincten op de tribunes. Wie voetbal speelt - op welk niveau dan ook - ervaart wekelijks dat het begrip sportiviteit nauwelijks bestaat en nogal gauw haaks staat op dit spel. In zekere zin is het zelfs al niet zo sportief per sé te willen te winnen! En als er iets centraal staat in het profvoetbal is het wel die hang naar de zege.

Zo bezien zijn de opvattingen van Van Hanegem over vechtpartijen en gemeen voetbal ook eerlijk. Hij maakt nergens een geheim van en gunt voortdurend een kijkje in de niet al te frisse keuken. Moraalridders kunnen daar schande bij roepen, maar het gaat wel om een zekere realiteit. Hooguit kan men twisten over de hoeveelheid vuile spelers in Rotterdamse dienst. Dat zijn er - bijvoorbeeld in vergelijking met Ajax - te veel. Er is de laatste jaren blijkbaar ook op geselecteerd. Neem Henk Früser. Buiten het veld schijnt hij een beste jongen te zijn, maar eenmaal aan het voetballen bestaat voor deze stopper het voetbal negentig minuten lang uit revanchegevoelens. Früser heeft zo te zien voor zichzelf het gevoel dat hij constant zijn gram moet halen; al dan niet met karate-achtige trappen en bewegingen. En zo zijn er veel meer bij Feyenoord die op basis van intimidatie spelen. John de Wolf, altijd als eerste present bij een rel, was er zo één. Ulrich van Gobbel, Ruud Heus, Rob Maas, de 'over de bal spelende' Arnold Scholten, zelfs de zo keurige Peter Bosz en John van Loen, zij zijn voetballers die in de geest van Van Hanegem spelen. Zij onderscheiden zich wel op één facet van hun baas: Van Hanegem kon er indertijd ook nog geniaal bij voetballen.

Dat mooie aspect van het spel zou bij Feyenoord meer benadrukt moeten worden. Maar neem nu vrije verdediger Orlando Trustfull. Hij is qua aanleg een prachtige speler. Te vaak is hij echter al het doelwit geweest van Van Hanegems bijtende kritiek. Uitgerekend Trustfull! In de gisteren ternauwernood gewonnen wedstrijd tegen RKC (Larsson maakte kort na de rust het enige doelpunt) leek er al enige onzekerheid in het spel van de opvolger van John de Wolf te zitten. Hij meed de risico's en voetbalde zo te zien met dit uitgangspunt: als de trainer maar niet boos op mij wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden