De wereld waarvoor het woord zomer is uitgevonden

null Beeld George Harinck
Beeld George Harinck

Voor het NS station liggen kastanjes te glimmen in de septemberzon. Het is een indian summer - vandaag, in elk geval. Weer voor een terras. Maar ik ga niet zitten en stap in de trein naar een nog beter oord, naar de wereld waar het woord zomer voor is uitgevonden: la Méditerranée.

8 september

Ik ga op reis om met een IKON-ploeg (documentairemakers Hans Hermans en Martin Maat, cameraman Ton Vanderplas en geluidsman Mike Dam) een documentaire te maken in de voetsporen van Abraham Kuyper en een reisboek over Kuyper&vandaag te schrijven. Iets later in het jaar dan wij, in de eerste week van oktober in 1905, begon hij aan een reis om de Middellandse Zee. Hij dacht toen nog dat hij aan het einde van de winter thuis in de Kanaalstraat (thans Kuyperstraat) in Den Haag zou zijn, maar het werd midden juni. Een reis van een maand of acht dus.

Ruim honderd jaar geleden ging dat met de trein, op een kar of in een koets, te paard en een enkele keer al met de auto. Kuyper werd die oktobermaand 68 jaar, maar hij had de energie van een jonge god. Niet het lichaam trouwens, hij was een gedrongen mannetje, en bovendien klaagde hij een fors deel van de reis over pijntjes, vooral in zijn rug. Ik heb nergens last van, nog niet tenminste. Of het moet het gewicht van het dikke boek in mijn schoudertas zijn, zijn dat Kuyper over zijn reis schreef: Om de oude wereldzee. Maar dat boek is mijn reisgids en gaat overal me naar toe.

9 september

Het is helemaal niet erg als je zonder grand vision naar Israël komt, want je kunt ze er op de hoek van iedere straat krijgen. Het begint al bij de straatnamen in Tel Aviv: Allenby Street, Rothschild Street, Herzl Street. Er is geen ander verhaal dan dat van het zionisme: het ideaal van de joodse staat, niet in Oeganda, niet in Argentinië of in de Verenigde Staten, maar hier, in het heilige land. En ook niet een 'joods nationaal tehuis', zoals Balfour in 1917 nog vaagjes formuleerde, maar een zelfstandige staat, met een eigen regering en met grenzen.

De chauffeur die ons van het vliegveld naar het hotel rijdt, heeft ook een visie. Terwijl ik me vergaap aan de groene verkeersborden waar Jeruzalem op staat - ik ken die naam van jongs af aan als het woord voor onvervuld verlangen, en hier kun je er gewoon naar toe rijden! - vertelt hij dat niemand in de wereld begrijpt dat de net afgelopen Gaza-oorlog gaat over vrijheid versus onderdrukking. Als de wereld dat nu eens inzag, dan zou ze achter Israël staan.

Hamas is volgens hem een terroristische organisatie die uit is op de ondergang van de joodse staat en daarvoor geen middel schuwt. Een tweestaten-oplossing is voor Hamas volkomen oninteressant. Dus lanceert ze home made bommen richting Israël die het raketafweersysteem van Israël en de irritatiegrens van dat land testen.

Toen die grens bereikt was viel het Israëlische leger deze zomer Gaza binnen, voor de zoveelste keer. Halverwege is de oorlog onder internationale druk afgebroken, zodat het pesten weer van voren af aan kan beginnen. De Israëlische bevolking is het zat en wilde maar liefst dat het leger voluit zou kunnen gaan voor de inname van Gaza en de verdrijving van Hamas. De wereld begrijpt het niet, thematiseert de chauffeur zijn relaas.

Maar er loopt ook een ander draadje door zijn verhaal, eigenlijk ook een grand vision. Worden de Israëliërs niet moedeloos van het eindeloos oorlog voeren en van de weerstand die ze overal in de wereld ontmoeten, vraag ik. Ik had het antwoord natuurlijk kunnen weten, want elke stad in Israël heeft zijn Herzl straten als gebedsrolletjes op de plattegrond staan. Zionism is here to stay.

Welnee, zei de chauffeur, Hamas is irritant, maar uiteindelijk zal het nooit Israël werkelijk kunnen bedreigen. Het is een mug die om je hoofd zoemt en die je dood slaat, zei hij. En hij zei het nog eens. Ja, dat was een mooi beeld. Hij was heel tevreden met zijn vondst: zo'n mug maakt net zo'n onrustbarend geluid als aan raket van Hamas. Het raketschild is de vliegenmepper die de mug even plat tegen de muur slaat. Einde ergernis. That is all. En er komt nog bloed uit de mug ook. Een beeld om te onthouden.

10 september

Toen Kuyper door het heilige land reisde, was het gebied onderdeel van het Ottomaanse Rijk en viel onder de bestuurlijke eenheid Syrië. Er woonden omstreeks 1905, schrijft hij in Om de oude wereldzee, een miljoen mensen, het merendeel islamitisch. Veel joods was er dus niet aan het heilige land en ook wat er niet-Arabisch was, leefde volgens Kuyper in dezelfde indolentie als de Arabieren. Tenzij je op de joodse bevolking lette. Daar ritselde leven. Voor de uitbraak van pogroms van begin jaren tachtig in Rusland en delen van Oost-Europa leefden in Zuid-Syrië nog geen 20.000 joden, maar een kwart eeuw later, toen Kuyper het gebied aandeed, waren dat er meer dan 80.000. Tiberias was weer een joodse stad geworden en met een omvang van 40.000 maakte de joodse bevolking ruim twee derde van de inwoners van Jeruzalem uit.

Die kolonisten onder hen waren het interessantst en Kuyper bezocht een van de oudste joodse kolonies. Wij bezochten een van de laatste, de kibboets Degania Alef, aan de zuidpunt van het meer van Galilea.

Het kibboets-ideaal loopt op zijn laatste benen. Dit gemeenschapsideaal laat zich kort samenvatten als: ieder krijgt naar behoefte, en draagt bij naar vermogen. Deze kibboets is gesticht in 1910, vijf jaar na Kuypers bezoek dus. Een tiental joden had een kapitaaltje bij elkaar weten te brengen en daarmee pachtten ze een stuk grond bij het meer. Ze waren niet van Herzls zionisme en streefden geen Israëlische staat na. Ze hadden evenmin een religieus motief. Deze joden waren van het socialistische hondje gebeten en koesterden het gemeenschapsideaal zonder particulier eigendom. Dit heeft nergens zo gebloeid als in Israël. Toen na 1948 Israël moest worden opgebouwd werd de kibboets het symbool van 's lands gezamenlijkheid en elan.

Yitzak, die hier vanaf de jaren veertig actief deel van de gemeenschap is, kan er enthousiast over vertellen. Hij rekent de teloorgang van het kibboetsideaal het kapitalisme aan - een oude gewoonte in deze ideologische traditie. Aan het begin van deze eeuw is het kibboets-ideaal in zijn strikte vorm aan de wilgen gehangen. We lunchen in een zaal waar allen op de kibboets de maaltijd gebruiken - het klassieke ideaal - maar we moeten ons eten individueel afrekenen bij de kassa - en dat vloekt met alles wat kibboets is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden