De wereld volgens de coach: 'Ajax is Europese top en Benfica is geen Ajax'

KERKRADE - Tegen zijn vaste gewoonte in heeft Huub Stevens zich aan de vooravond van Roda JC-Benfica met zijn selectie afgezonderd. De coach sprak zaterdagavond in Amsterdam nog heel luchtig over de 6-1 nederlaag tegen Ajax, maar signaleerde tijdens de thuisreis toch enkele mentale 'haarscheurtjes'. Daarom besloot de staf inderhaast tot een kortstondige retraite.

Op de pleisterplaats voor ruim een dag - het gewijde terrein van klooster Rolduc - valt de naam Ajax nauwelijks meer. “De wedstrijd tegen Ajax was een incident”, meent Stevens. “Een ongelukkig voorval waar we niet te lang bij stil moeten staan.” De spelersgroep heeft die les ter harte genomen. Op het trainingsveld is de stemming opperbest, melig bijna. Dus wordt er gejoeld bij vuurpijlen en steekt een enkeling soms plagerig een been uit.

Het echec in De Meer? Ach, er zijn excuses genoeg aan te voeren. Een substantieel deel van de selectie kampt met lichamelijke ongemakken. Pijnen en pijntjes, daar draait alles om op Rolduc. “De frisheid ontbrak zaterdag”, om in de terminologie van Stevens te blijven. Tel daarbij op dat Vurens (versus Blind) en Mores op het middenveld niet op hun verdedigende taak berekend waren en de monsterscore is snel verklaard.

Aan een herhaling van het fiasco wenst Stevens niet te denken. Waarom zou hij? “Ajax is de Europese top en Benfica is geen Ajax”, zegt hij met kracht. Het is de boude bewering van iemand die niets te verliezen heeft en zijn spelers, voor honderd procent fit of niet, op scherp wil krijgen. Natuurlijk is Benfica wel degelijk een club die internationaal door de wol geverfd is. De prestaties in de rijke historie liegen er niet om. De club uit Lissabon kwam zeven keer uit in de Europa Cup voor landskampioenen, waarvan het onder leiding van sterspeler Eusebio da Silva Ferreira - ook in Kerkrade aanwezig - twee edities won: in 1961 (tegen Barcelona: 3-2) en 1962. Vooral die tweede finale, een 5-3 overwinning tegen Real Madrid met drie goals van Eusebio, wordt nog altijd beschouwd als een van de mooiste in de Europa Cup-geschiedenis.

Ex-Ajacieden als Cruijff, Keizer, Suurbier en Swart weten nog hoe sterk Benfica in die dagen was. Zij kunnen verhalen hoe zij op een koude februaridag in 1969 in het Olympisch Stadion onaangenaam verrast werden. De voorspelling dat de Amsterdammers op de keiharde, besneeuwde ondergrond veel beter uit de voeten zouden kunnen, kwam niet uit. Ze kregen een keihard pak slaag van de op alle fronten superieure Portugezen (1-3). Voor Ajax kwam destijds het allemaal nog goed. In het Estadio da Luz gingen de Benfica-spelers met een zelfde score groggy van het veld en de beslissing viel in een extra duel in Parijs. Voor de ogen van 64 000 toeschouwers vernederde Ajax de favorieten in de verlenging met 3-0.

Ajax kreeg Benfica klein (de Amsterdamse club bleef ook in 1972 in de halve finale boven), maar of Roda tot een huzarenstukje in staat is moet worden betwijfeld. Benfica heeft, mede door een periode van financiële perikelen, niet meer de allure van weleer, maar vorig jaar mochten de prestaties in de Champions League er zijn. De dertigvoudig Portugese landskampioen had in de zes poulewedstrijden geen moeite Anderlecht, Steaua Boekarest en Hajduk Split achter zich te houden. Pas in de kwartfinale ging het mis. AC Milan bleek volledig hersteld van de deplorabele seizoenstart.

Roda kan slechts moed putten uit het feit dat Benfica vorig jaar van liefst veertien spelers afscheid nam en dus met een compleet ander elftal van start moest. Daarnaast is er het buitenlandersprobleem. Van de selectie gelden voor de UEFA negen spelers als buitenlander. In de nationale competitie houdt Portugal er zeer ruime bepalingen op na, maar op het Europese vlak is het voor coach Mario Wilson haast ondoenlijk een representatief team op de been te brengen. Vandaag zal hij van het kwartet meegereisde buitenlanders een keuze moeten maken uit Ricardo Gomez, Hassan Nader, Preud'homme en de maker van het doelpunt in de thuiswedstrijd, Panduru.

Huub Stevens moet naast de langdurig geblesseerden Van Galen en Luijpers de geschorste Senden missen en houdt de medische rapporten van René Trost, Eric van der Luer, Marco van Hoogdalem en Arno Doomernik nauwlettend in de gaten. “Het overvolle programma, met veel midweekse wedstrijden, begint zijn tol te eisen”, constateert hij. “Daar kon Ajax dankzij het grote arsenaal aan topspelers vorig jaar goed mee overweg, maar wij niet. Ons spel, gebaseerd op een agressieve, veel fysiekere aanpak, werkt daarbovenop een slijtageslag in de hand.”

Van de vier twijfelgevallen lijken Trost en Van Hoogdalem er het slechtst aan toe. Trost, die met elf EC-duels op de nodige ervaring kan bogen, strompelde al na een kwartier van het trainingscomplex. Zijn commentaar: “Ik zou, voor deze ene keer, best de spuit er in willen laten zetten, maar ik vrees dat de rust die ik tegen Ajax nam, niet afdoende geweest is.”

De bij Volendam weggeplukte André Ooijer zal in ieder geval zijn kans kunnen grijpen. Met slechts twee competitieduels in de benen - tegen Vitesse en Ajax - komt het er voor hem op aan zijn conditionele achterstand te maskeren: “Ik merkte tegen Ajax dat ik vaak een stapje te laat was. Maar angst voor Benfica, nee daar is geen sprake van. We vonden dat elftal in Lissabon wel imponerend, maar we waren niet geïmponeerd. Dat is een subtiel verschil. Zeker is dat we thuis de knop om moeten zetten en ons vertrouwde spel gaan spelen.” De deceptie tegen Ajax heeft de Limburgers niet van hun geloof gebracht, daar staat het verblijf op het door geestelijken bewoonde Rolduc garant voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden