De wereld van Asterix geen oorlog, maar humor.

Je hoeft maar een willekeurig Asterix-stripboek open te slaan of je ziet de Romeinse soldaten rondparaderen in kekke groene met zwartwitte banden afgezette tunica’s. Er overheen dragen ze een stoer segmentpantser. In Asterix en het 1ste legioen trekken de heldhaftige Galliër en zijn maatje Obelix de outfit aan als ze zich in het Romeinse leger laten inlijven om Tragicomix uit Africa terug te halen.

Het is een vrijheid die René Goscinny en Albert Uderzo, de makers van de Asterix-strip, zich hebben veroorloofd, want historisch is het onjuist. „In de tijd dat Asterix speelde - 50 voor Christus – droegen de soldaten in het Romeinse leger geen groene tunica’s”, weet Ruurd Halbertsma, conservator van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. „Ze waren roodachtig. En het segmentpantser is pas in de eerste eeuw na Christus gekomen. Tot dan droegen ze metalen vesten, die gemaakt waren van ijzeren ringetjes. Een maliënkolder. ” En de helmen in Asterix, wijst Halbertsma aan, zijn uit de tweede eeuw. De fictie en de werkelijkheid zijn door hem samengebracht in de tentoonstelling ’Asterix en de Romeinen’, die de komende tijd in het Leidse museum is te zien.

Zelfs wie van de strips rond Asterix en Obelix maar terloops heeft gehoord, kent waarschijnlijk de entourage wel: Gallië – zeg maar: Frankrijk – is 2050 jaar geleden vrijwel geheel bezet door de Romeinse legioenen. Alleen een klein dorpje, zonder naam, aan de kust van Normandië biedt dapper weerstand aan de Romeinen. Alles dankzij de toverdrank van de druïde Panoramix. Om het dorpje heen liggen de kampementen van het Romeinse leger, met namen als Aquarium, Babaorum, Laudanum en Petibonum. Het zijn namen die in elk geval bij Franse lezers op de lachspieren werken. Net zoals de doodsbange legionairs, die patrouilleren door het bos en soms peterselie in hun oren dragen om niet te worden overvallen door het erbarmelijke gezang van de bard Assurancetourix. Halbertsma: „De wereld van Asterix is in feite de samenleving, een universele wereld die bol staat van de humor.”

In werkelijkheid woedde in de periode voor het begin van de jaartelling een wrede oorlog in het gebied. Gallië werd onder de voet gelopen door de legioenen van Gaius Julius Caesar. In de Romeinse Senaat leidden de acties tot jaloezie, een burgeroorlog – met de dood van Caesar – en het einde van de republiek.

De Galliërs waren in aantal de Romeinse legionairs de baas en hun moed dwong respect af bij de militairen, maar toch delfden zij het onderspit. „Dat een dorpje weerstand kon bieden aan de gestaalde legioenen van Caesar is een leuk fabeltje, maar een fabeltje”, zegt de conservator. Maar de makers van de strip hebben zich, voordat aan hun werk begonnen, goed geïnformeerd over het leven in die Romeinse tijd en, stelt Halbertsma, er klopt veel in hun werk. Alles bij elkaar weerspiegelt het de werkelijkheid.

Met ’Asterix en de Romeinen’ – de expositie is een opvolger van ’Asterix en Europa’, die het museum zeven jaar geleden presenteerde – willen de samenstellers op speelse manier laten zien hoe de werkelijkheid in het Gallië van 2050 jaar geleden was. Dus komen vragen aan de orde als ’Hoe zit het nu precies met de menhirs, die Obelix hakte?’ en ’Wat was de positie van de bard in de gemeenschap en hoe klonk die harp waarop hij zichzelf begeleidde?’ Naar de aard van het museum leveren de Asterix-strips de rode draad voor een archeologisch relaas over het leven van Galliërs en Romeinen. Bijzonderheden uit die twee werelden worden weergegeven met reconstructies van scenes uit de strips, interactieve spellen en authentieke voorwerpen uit die tijd.

Uitgangspunt bij de inrichting van de expositie was de vraag wat je kunt illustreren, zegt de conservator. „We hebben dus bij eten en drinken gezocht naar elementen in onze collectie die daarbij zijn te gebruiken. Maar we hebben ook een deskundige op de vraag gezet hoe een Gallische hoorn kan hebben geklonken. Het resultaat is te horen.”

Als entree is ’het dorp’ ingericht, met onder meer de vishandel van Kostunrix. Daarbij liggen in de vitrine voorwerpen uit de collectie van het museum, die door de visboer konden zijn gebruikt: messen, maar ook een prachtige koperen schaal in de vorm van een vis. Je kunt ook testen of je het verschil ruikt tussen verse en rotte vis. In de vitrine bij de smederij van Hoefnix liggen oude elementen als een pook en een klomp gesmolten brons. Maar ook snoeimessen en sieraden voor stamhoofd Abraracourcix. Die wordt in de strips regelmatig op het schild geheven. Daar doen de makers de werkelijkheid geweld aan. Het vaste gebruik bij Galliërs en Germanen was om diegene op het schild te heffen, die tot aanvoerder was gekozen. Hij stond dus boven zijn stamgenoten. Maar dat ritueel was eenmalig.

In de strips wordt ’het dorp’ beschermd door een pallisade van stammetjes en de poort staat meestal open. Ook dat was in werkelijkheid anders. De muren bestonden uit steenblokken en balken. Julius Caesar schrijft op een zeker moment zelf: „Niet alleen zien de muren er prachtig uit, maar ze zijn ook zeer veilig. Het steen beschermt tegen vuur en het hout is bestand tegen stormrammen.” Diezelfde veldheer wilde ook graag laten zien dat hij niet tot het gewone soldatenvolk behoorde. Dus nam hij mozaïekvloer mee om te velde zijn tent mee te versieren. Stukjes mozaiek staan uitgestald. En ook op andere terreinen was er verschil tussen de legerleiding en het gestaalde voetvolk. Op een plateau staan in een vitrine prachtige zilveren drinkbekers en eetschalen. Maar een laag later wordt het gerei van de soldaat getoond: een opgelapt pannetje en gekraste aardenwerken kommen.

Na de onderwerping van Gallië – die uiteraard in geen Asterix-avontuur is terug te vinden - volgt de pacificatie, ofwel de romanisering. De industrie bloeit op, er worden wegen aangelegd en kleine nederzettingen groeien uit tot steden met marktpleinen, theaters en tempels. Nogalfix, een Galliër die zich in alles aanpast aan de Romeinen, staat centraal op dit expositie-onderdeel. Hij laat een aquaduct aanleggen, want dat staat zo Romeins, en laat kinderen worstelen met Latijnse verbuigingen. Als voorbeelden van de romanisering staan er godenbeeldjes, inscripties en Romeins aardewerk, die in Gallië zijn gemaakt.

Het is een familietentoonstelling en dus hebben de samenstellers ook gekeken hoe ze de aandacht van kinderen en jongeren kunnen vangen. Daarvoor zijn er tal van knopjes, waarachter geluiden schuilgaan. En displays, waarop interactief vraag- en antwoordspel kan worden uitgeprobeerd. Er is een lees- en kleurhoek naar het idee van de ronde eettafel van de Galliërs en tijdens de voorjaarsvakantie worden er onder meer Asterixfilms vertoond. Voordat het hondje Idefix het eind van de expositie aankondigt staan er voor de stripliefhebber 37 originele gouaches opgesteld van tekeningen die Albert Uderzo heeft gemaakt voor zijn strips. Bij uitzondering uitgeleend door de studio.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden