De wereld staat in brand, het Westen kijkt toe

Geel: burgeroorlog, groen: conflict met djihadistische inmenging, oranje: epidemie, blauw: geopolitieke conflicten. Rood-blauwe pijl: vluchtelingenstromen. Beeld Trouw: Michel van Elk

Een zomer vol geweld en ellende: dertien jaar na de aanslagen van 11 september 2001 lijkt de wereld er slechter aan toe dan ooit en zijn we banger dan we ons kunnen heugen. Over chaoszones, nieuwe machtsverhoudingen en het westerse onvermogen.

Een mooie nazomerdag in 2014, 's ochtends vroeg. Snel even naar het belangrijkste nieuws kijken. 'Marioepol maakt zich op voor invasie', 'Boko Haram neemt stad in', 'Amerikaanse drone schakelt leider Al-Shabaab uit', 'Hevige gevechten Libië', 'Ebola-uitbraak bedreigt voedselproductie West-Afrika'.

Dan moet de avond nog komen, als een filmpje op internet verschijnt waarop een IS-strijder een Amerikaanse journalist onthoofdt.

Alsof de wereld wankelt
Wie heeft er deze zomer niet regelmatig gedacht: wat is er in 's hemelsnaam mis met de wereld? Ook al rekenen cijferaars ons voor dat we historisch gezien in een rustige periode leven met relatief weinig oorlogen - zo voelt het helemaal niet. Sterker, het voelt alsof de wereld die ons vertrouwd is opzichtig wankelt. Epidemieën, terroristen, landen in chaos, grootmachten die zich niet aan de regels van het spel houden, vluchtelingenstromen: alles gebeurt, en alles gebeurt tegelijkertijd.

Zelfs het Rode Kruis, een organisatie die toch wel wat gewend is, kan het nauwelijks meer bolwerken. Er zijn zoveel grote brandhaarden in de wereld, dat het gebruik om per ramp één rekeningnummer in het leven te roepen - en het geld dat daar binnenkomt alleen voor die ramp te gebruiken - is afgeschaft. Er is zoveel aan de hand en er is zo'n tekort aan middelen, dat die methode te omslachtig is om de miljoenen mensen te helpen die getroffen zijn door de conflicten in landen als Zuid-Soedan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Irak of Syrië.

Maar hoeveel ellende er ook is, hoeveel mensen ontheemd raken, of hoeveel oorlogen er woeden, dat zegt nog niet alles over hoe wij ons daardoor geraakt voelen. Darfur was (is) verschrikkelijk, of de kwart miljoen doden die vielen bij de tsunami in Azië. Het taliban-regime in Afghanistan, en natuurlijk de genocide in Rwanda. De bloedige oorlog in Bosnië speelde zich nota bene midden in Europa af, maar voelde toch lang zo bedreigend niet als dat wat er nu aan de hand is.

Daar zit 'm waarschijnlijk de crux: anders dan voorheen voelen we ons nu direct bedreigd in onze levenssfeer. Judy Dempsey, analist bij de Europese afdeling van de Carnegie Foundation, beaamt het. "De oorlog in Bosnië was verschrikkelijk. Maar het verschil was wel dat de bedreiging destijds regionaal, plaatselijk was, niet globaal zoals nu."

Beeld Intensiteit van oorlogen

Een gevoel van tastbaar gevaar werd versterkt door het vliegtuig vol Nederlanders dat uit de lucht werd geschoten boven Oost-Oekraïne, maar zelfs los daarvan zijn de huidige ontwikkelingen beangstigend. Niet alleen omdat grote onrust zich op onze drempel afspeelt - in het Midden-Oosten, in Oekraïne - tegen een achtergrond van klimaatverandering, overbevolking en oprakende grondstoffen.

Maar vooral ook omdat de wereldorde waar wij aan de touwtjes trekken verdwijnt. En hoe kunnen we al die crises te baas als we de baas niet meer zijn?

Dat de verhoudingen in de wereld veranderen is een proces dat al langer gaande is, maar dat zich pas sinds kort voor het eerst voluit in de openbaarheid - en zelfs in Europa - voltrekt. Richard Gowan, directeur aan het Centrum voor Internationale Samenwerking van de Universiteit van New York, noemt het 'klassieke' geopolitieke crises, waarin grootmachten elkaar betwisten. China en Rusland dagen het westers leiderschap uit in Oekraïne en in Azië, waar Peking met retoriek en wapengekletter territorium opeist in betwiste stukken van de Stille Oceaan. Europa en de Verenigde Staten kijken schijnbaar machteloos toe.

Botsing der beschavingen
Hoe anders was de sfeer in de jaren negentig - de tijd dat er zoveel (meer) oorlogen woedden, zelfs in Europa. Na het einde van de Koude Oorlog leek de strijd om de wereldmacht juist beslist, en wat er nog aan conflicten ontstond leek een achterhoedegevecht van landen en bevolkingsgroepen die nog niet in de schitterende nieuwe wereld van het democratisch liberalisme waren aanbeland. Het was het einde van de geschiedenis, zoals de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama destijds in een beroemd artikel stelde.

Dat idee lijkt nu héél oud en achterhaald. Inmiddels heeft het er alle schijn van dat niet Fukuyama maar juist Samuel Huntington gelijk krijgt - de politicoloog die in antwoord op (zijn student) Fukuyama voorspelde dat de wereld een 'botsing der beschavingen' te wachten stond, een aaneenschakeling van conflicten tussen verschillende culturele en religieuze blokken. Huntington liet zich (toen al) inspireren door de opkomst van de radicale, politieke islam, die eind jaren zeventig in het Midden-Oosten aan een opmars was begonnen.

Inmiddels is er in de wereld waar die radicale islam wortel schoot een bijna apocalyptische chaos ontstaan - waar overigens wel eerst de aanslagen in de VS van 11 september 2001, een westerse inval in Irak en daarna een 'Arabische Lente' voor nodig waren (Huntingtons voorspelling gaat zeker niet op alle vlakken op). Gowan noemt die conflicthaarden in Centraal-Azië, het Midden-Oosten en West-Afrika 'chaoszones', regio's waar allerlei spelers op zoek zijn naar een nieuwe machtsverdeling. Overal - maar vooral in de Arabische wereld - gaat dat gepaard met de opkomst van djihadisten, en met veel bloedvergieten.

Beeld TROUW | BRON: CENTER FOR SYSTEMIC PEACE

Deze chaoszones raken ons vanwege alle humanitaire ellende en de bijbehorende vluchtelingenstromen. Maar vooral zijn ze zo bedreigend omdat in de chaos allerlei onfrisse types floreren, die het (ook) op ons voorzien hebben. De islamitische extremisten die delen van Afghanistan, Pakistan, Irak, Syrië, Libië, Nigeria, Somalië en Mali in handen hebben, vormen een bedreiging omdat ze strijders uit het Westen importeren en hun terreur willen exporteren.

In plaats van de veilige en rustige wereld, waar we ons in de jaren negentig op verheugden, kampen we nu dus met twee bedreigingen: die van onze afnemende globale macht en die van het internationaal djihadisme. Tot overmaat van ramp versterken de twee elkaar, zegt Gowan. "China en Rusland profiteren van het feit dat westerse landen hun handen vol hebben in andere regio's." Andersom geldt hetzelfde: als de wereld met Oekraïne bezig is, kunnen Assad in Syrië of de strijdende partijen in Libië straffeloos hun gang gaan.

We hebben in Europa zitten slapen, vindt Dempsey, die de Arabische Lente van 2011 in herinnering roept - het moment dat de Arabische wereld begon te desintegreren. Toen zaten we te slapen, en eerder ook al, in 2008, toen Rusland Zuid-Ossetië in Georgië zomaar binnenviel. Zelfs begin dit jaar nog, met de annexatie van de Krim, drong de ernst van de situatie niet tot ons door. "Alsof we niet uit onze comfortzone wilden komen."

Afname van Amerikaanse macht
Nog steeds bestaat bovendien de verwachting dat de Amerikanen de kastanjes voor ons uit het vuur gaan halen, ook al lijken die dat al een tijdje niet meer van plan. De Amerikaanse president Obama heeft al laten weten dat hij om Oekraïne niet zal vechten. De VS zullen hoogstens helpen in het Midden-Oosten, waar Obama met een 'coalitie van bereidwilligen' IS wil aanpakken. Tegen de taliban en Al-Kaida zet hij slechts drones in.

De Amerikaanse macht wordt nu eenmaal minder, zegt Gowan. "Rusland en China ontdekten hoe ze de VS uit hun regionale conflicten kunnen houden. Tegelijkertijd is er simpelweg geen behoefte in het Westen om nog eens tienduizenden militairen naar een van de 'chaoszones' te sturen zoals in Afghanistan gebeurde. In veel regio's kunnen de Verenigde Staten hun macht niet ten volle inzetten, en dat ondermijnt zeker hun geloofwaardigheid."

Die afnemende Amerikaanse macht maakt ons in Europa onzeker. Want als wij er niet meer automatisch op kunnen rekenen dat de VS ons komen helpen als het echt spannend wordt, wie doet het dan wel? Tegelijkertijd gaat het immers ook niet goed met het internationale (rechts)systeem waar we in de jaren negentig zo enthousiast aan begonnen te bouwen. De Verenigde Naties en de Veiligheidsraad boeten aan relevantie in. "Voor Europese regeringen die de wereld willen managen via de VN en het internationaal recht is dat heel slecht nieuws", zegt Gowan.

Intussen zijn we in Europa zelf verdeeld, zoveel blijkt ook nu weer in onze reactie op Oekraïne en IS. We aarzelen of we Poetin moeten straffen of moeten paaien, en pas toen de Amerikanen het voortouw namen, kwam de bestrijding van IS echt op de agenda. In Nederland zijn we nu juist weer bang dat we niet mee mogen doen aan militaire actie van de 'bereidwilligen'.

We moeten in Europa niet zo wankelmoedig doen, meent Dempsey. "We klagen altijd over de VN en over de Amerikanen. Maar we hebben waarden te verdedigen, die van pluralisme, van mensenrechten, van economische vrijheid. Die waarden worden ernstig bedreigd door systemen die niet van onze manier van leven houden en we moeten daar voor vechten. We hebben lang in onze comfortzone geleefd. Maar nu we de bedreiging eindelijk echt voelen, moet dit misschien het moment zijn waarop we besluiten op te treden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden