De wereld plat? Bij lange na niet

Econoom: Grenzen, taal, geschiedenis, cultuur, afstand doen er nog wel degelijk toe

We leven in een wereld zonder grenzen, waar bedrijven zich moeiteloos van het ene naar het andere land verplaatsen, en waar we door McDonald's allemaal dezelfde smaak opgedrongen krijgen. Toch?

Die manier van denken is een typisch geval van globaloney, zegt de Indiaas-Amerikaanse econoom Pankaj Ghemawat. "Laten we eerst eens naar de cijfers kijken."

Globaloney, wat is dat?
"Dat is de neiging om de mate van globalisering sterk te overschatten. Als ik een lezing geef of een groep nieuwe studenten krijg, begin ik vaak met een aantal vragen. Hoeveel van de wereldproductie wordt geëxporteerd? Hoe groot is het aandeel internationale telefoongesprekken in het totaal aantal belminuten? Welk deel van de wereldbevolking wordt gevormd door eerste-generatie-migranten?"

En?
"Mensen komen bijna altijd met te hoge, vaak veel te hoge cijfers. Het antwoord op die laatste vraag is ongeveer 3 procent, en niet 30 procent zoals doorgaans wordt geschat. Bij telefoongesprekken gaat het om slechts 2 procent. Het aandeel van de handel is hoger, rond de 25 procent. Ook dat is minder dan vaak gedacht. En het is nu minder dan voor de economische crisis van 2007. Dat laat ook zien dat globalisering niet een onstuitbare ontwikkeling is die maar één kant op gaat.

"Er zijn nog veel meer van dergelijke gegevens waaruit blijkt dat de wereld bij lange na niet plat is, zoals de Amerikaanse journalist Thomas Friedman een aantal jaar geleden betoogde. De technologische ontwikkelingen zouden grenzen onontkoombaar doen verdwijnen, zei hij. Hij had een pakkend betoog, maar leverde geen cijfers. Het is data-free-analysis."

Maar Facebook dan? Daarbij spelen grenzen toch geen rol meer?
"Het feit dat de techniek iets mogelijk maakt, wil niet zeggen dat we er ook massaal gebruik van maken. Rond de 11 procent van de facebookgebruikers heeft contact met iemand uit het buitenland. Dat is zeker niet verwaarloosbaar. Maar de basis voor zo'n netwerk vormen al bestaande relaties. Negentig procent van de contacten komt uit het eigen land, voor het overgrote deel ook nog uit de eigen regio."

Wat betekent dat?
"Het betekent dat grenzen, taal, afstand, geschiedenis er nog wel degelijk toe doen. Wie denk je dat de belangrijkste handelspartner van de VS is?"

China?
"Nee, dat land staat tweede, Canada komt bovenaan. Landen met een gemeenschappelijke taal voeren aanmerkelijk meer handel met elkaar dan vergelijkbare landen die elkaars taal niet spreken. Hetzelfde geldt voor ex-koloniën met hun voormalige moederlanden.

"Bedrijven gaan daar vaak mee de mist in. Ze denken dat het ergens anders net zo is als thuis. Dat is ook een gevolg van globaloney. Ik herinner me een interview met de baas van Wal-Mart (een Amerikaanse supermarktketen, red). Hem werd gevraagd hoe hij het dacht te redden op de internationale markt. Nou, zei hij, als we van Arkansas naar Alabama kunnen verhuizen, hoe moeilijk kan het dan zijn in Argentinië? Dat hebben ze geweten. Alleen al een football bleek in de VS iets anders dan in Latijns-Amerika.

"Ook een bedrijf als Google moet moeite doen ergens binnen te komen. In Rusland is het pas de derde zoekmachine. Dat komt deels door politieke factoren - het wordt door sommigen gezien als een verlengstuk van de Amerikaanse overheid. Maar ook de structuur van de Russische taal speelt een rol. Zoekmachine Yandex weet daar beter mee om te gaan. Zelfs McDonald's past zich aan. De Franse frietjes moeten overal aan dezelfde eisen voldoen, maar de menu's en de smaak van de hamburgers zijn lang niet overal hetzelfde."

Waarom is het van belang dat we dit weten?
"Om veel onnodige angst voor globalisering weg te nemen. Mensen zeggen bijvoorbeeld; we vernietigen de aarde door al dat gereis van mensen en dingen. Maar als je naar de uitstoot van broeikasgassen kijkt, zie je dat internationaal luchtverkeer een beperkte rol speelt; lokaal autoverkeer en energieverbruik door huishoudens zijn veel belangrijker.

En neem de angst voor het verlies van banen: in de VS gaat minder dan twee procent van het gemiddeld inkomen naar producten die in China zijn gemaakt. Dat betekent dat je de werkloosheid niet oplost door de import van Chinese goederen te verbieden."

Toch zie je, ook in Europa, de neiging om zich achter nationale, soms zelfs regionale, grenzen terug te trekken.
"Het leidt niet tot de economische groei waar zo'n grote behoefte aan is. Daarvoor heb je echt meer internationale integratie nodig. Heel veel studies laten zien dat dat goed is voor de welvaart. Veel mensen zijn er bang voor, omdat ze denken dat ze dan overgeleverd zijn aan multinationals, dat regeringen niet meer corrigerend kunnen optreden. Maar daar zijn we echt heel ver vandaan. Globalisering en regulering sluiten elkaar niet uit.

"De grootste belemmeringen voor globalisering zitten in ons hoofd, we sluiten ons af voor buitenlanders, we vertrouwen ze niet. Afstand heeft invloed op onze interesse en onze sympathie voor anderen. We hoeven echt niet begaan te zijn met iedereen overal ter wereld, maar iets meer openheid zou al heel veel schelen."

Wie is Ghemawat?
Pankaj Ghemawat (1960) werd geboren in Jodhpur, India, en studeerde economie in de VS. In 1991 werd hij de jongste hoogleraar ooit aan de Harvard Business School. Nu is hij hoogleraar Global Strategy aan de prestigieuze IESE Business School in Barcelona. Hij schreef diverse boeken, waaronder 'World 3.0: Global Prosperity and How to Achieve It', waarin hij aannames over globalisering analyseert. The Economist rekent hem tot de invloedrijkste management-denkers ter wereld. Deze week was hij in Nederland op uitnodiging van de Dr. Hans van Mierlostichting.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden