De wereld omhelzen

Sommige filosofieboeken maken het debat over normen en waarden overbodig, meent Marc Van den Bossche. ’Eindelijk buiten’ van Ann Meskens is zo’n boek. „Anders kijken, voortdurend lezen van de ander, leidt tot een heel ander samenleven.”

En als filosofie nu eens een manier van kijken was? Of beter: van anders kijken. Noem het een kijken dat niet de blik, het oog als hulpinstrument par excellence hanteert. Probeer iets als een kijken met je gehele zintuiglijke experimentendoos. Kijken met het lichaam misschien. Maar ook met de verbeelding. En zie dat de westerse filosofie lange tijd stekeblind is geweest. Door eenzijdig te kijken. Louter rationeel en gericht op efficiëntie. Een lichtvoetige filosofe uit een Vlaamse provinciestad maakt van dat kijken een dans. Ann Meskens is ’Eindelijk buiten’. Nu nog de filosofen. Of beter: ieder van ons.

Hoe zouden die Vlaamse en Waalse politici hier elkaar bekijken aan de inmiddels wereldberuchte onderhandelingstafels? Zij illustreren netjes wat ik bedoel met dat eenzijdige kijken, wat betekent: het louter kijken vanuit je eigen standpunt. Het ontbreekt hen aan de verbeelding om kortstondig het perspectief in te nemen van waaruit aan de andere kant van de tafel wordt gekeken. Dus verstaan ze elkaar niet.

De hermeneutiek, de leer van het verstaan zegmaar, van de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer (1900-2002), toont dat – om tot een ware dialoog te kunnen komen – het verstaan altijd een anders verstaan tot gevolg heeft. Dat is een meer dan stevige kritiek op een trekje van een groot deel van de westerse moderne filosofie: vertrekken vanuit de eigen subjectiviteit, die niet te betwijfelen valt, en vanuit dat standpunt nagaan hoe de ander naar dat standpunt zou kunnen geplooid worden. Dialoog betekent er: gelijk krijgen. Twijfel is er: twijfel aan alles, behalve aan jezelf. In een vraaggesprek met een journalist antwoordde Gadamer ooit op de vraag om zijn hele oeuvre in een zin samen te vatten, met wat ik een van de moedigste oneliners uit de geschiedenis van de filosofie vind: ’Dat de ander misschien gelijk had’.

Dat verstaan van de ander betekent dat je haar of hem, bij wijze van spreken, gaat lezen. Je luistert naar een verhaal. Wat ook betekent dat je de verhaallijn volgt van: in het begin* Een paragraaf middenin een boek versta je pas als je de hele narratieve lijn hebt gevolgd die naar net die woorden heeft geleid. Ik denk dat onze politici het tegenovergestelde doen: fragmenten plukken uit het verhaal van de ander zonder het gehele plaatje te zien. De weg die naar een standpunt heeft geleid, wordt compleet genegeerd. Ze willen dan geen dialoog, maar een confrontatie. Ze ’lezen’ elkaar niet en gedragen zich als wolven.

Wat zouden dichters en filosofen daarover te vertellen hebben?

In een recent nummer van het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel heeft dichter en essayist Stefan Hertmans het in een brief aan de Canadese literatuurwetenschapper Gilles Pellerin over het kijken als een soort van lezen. Ik gebruik een citaat van Hertmans om duidelijk te maken wat ik ook bij filosofe Ann Meskens meer dan 180 bladzijden lang heb gelezen. Hertmans: ’Kijken naar wat men om zich heen ziet, en dat proberen te lezen als een tekst met een boodschap – het is een vorm van lezen die we elke dag opnieuw moeten uitvinden. Ik ben er, zoals ik je eerder meldde, van overtuigd dat in deze leeswijze ook tolerantie schuilt, begrip, openheid van geest. En dan vooral de liefde voor wat kwetsbaar, van voorbijgaande aard of marginaal is geworden’.

De briefwisseling gaat over het leren kennen van de ander. Het ontmoeten dat een lezen is, gaat dan uit van wat een hermeneutische ervaring kan genoemd worden: verstaan van waaruit het verhaal van de ander gegroeid is. En ’verhaal’ staat hier eigenlijk synoniem voor ’leven’. Of een culturele traditie als verhaal.

In deze paar zinnen zit een kritiek vervat op die manier van kijken die enkel uitgaat van het eigen standpunt. We kijken dan naar de wereld als van achter een spiegelglas. De wereld raakt ons daar niet. De ander is er wel, maar alleen gezien vanuit het eigen perspectief. Zouden we niet iets als een ’esthetisch kijken’ kunnen uitproberen? Een esthetisch kijken heeft dan te maken met verbeelding: het standpunt van de ander kunnen mee-denken. Esthetisch kijken is ook veel meer dan alleen maar zien. Het oude Griekse woord aisthesis verwijst naar een veel ruimere vorm van waarnemen en ervaren. Die heeft te maken met een helemaal ondergedompeld zijn in een omgeving. Kijken is eigenlijk een volledig voelen van de wereld. En door die wereld getekend worden.

De traditie van het westerse denken heeft die wereld eeuwenlang veronachtzaamd. De wereld was iets daar buiten ons, waar we van achter ons spiegelglas naar kijken. Ann Meskens heeft een schitterende metafoor bedacht om die verschillende manieren van kijken duidelijk te maken. Ze zegt dat de mens geen wolf is, maar eerst een kind van de moeder. Een wolf sluipt, houdt zich schuil om dan plots verscheurend toe te slaan. De priemende blik van de wolf is de blik van die westerse traditie van het ’eenrichtingskijken’.

Het is niet moeilijk om overal om ons heen wolven te ontwaren. Ze zitten aan beide kanten van de onderhandelingtafel, ze staan met ons in de file, ze azen op net dezelfde job als wij. Ze slaan ook altijd radicale (van radix) taal uit. Radix betekent wortel. Ze zijn geworteld in het eigen gelijk. Gewortelde wezens zijn niet flexibel, ze vergroeien met het eigen perspectief.

Zullen we dan maar kinderen van moeders zijn? Ann Meskens schrijft: „Een mens begint zijn leven wezenlijk als ’kind van een moeder’, en dat is een twee-eenheid. Vanaf het eerste inademen wil een kind overleven. Daar heeft het ook koestering voor nodig. Even simpel en meer verbijsterend is dat de moeder haar eigen leven voor dat van haar kind zou geven nog voordat de boreling een naam heeft. Zo weerlegt ze doodgemoedereerd vanaf het begin elke poging om het mens-zijn te reduceren tot louter egoïsme”.

Dit zegt zó veel over een andere manier van filosoferen. Over hoe je denkend in de wereld staat en van daaruit de ander verstaat. Het eigen standpunt, de eigen weg wordt er steevast doorkruist door andere voorbijgangers. Ze horen dus tot jouw wereld. Een wereld die je deelt. Wolven delen hun wereld niet.

Ann Meskens schrijft met heel haar lichaam. Emotioneel betrokken. In vergelijking met het gros van het Nederlandstalige filosofenrijk loopt zij daarom voorop. Niet omdat ze zoveel waarheid vertelt, maar omdat je met dit boek kunt leven. Ik bedoel: er echt mee leven, het binnen in jou stoppen, de woorden ervan uitademen bij elke ontmoeting, je ogen de multifocale lenzen geven voor dit soort kijken. Proef haar woorden: ’Ik weet. Ik moet de straat op, mijn blik verruimen, mijn gehoor scherpen, naar buiten durven gaan’. ’Ik moet het lef hebben de mensen in het gezicht te kijken, één voor één, hun naam durven vragen, hen de mijne willen noemen.’ En dan een beetje verder: ’Elke voorbijganger is vol van betekenis’. Leg maar de nadruk op ’elke’.

Een hier nagenoeg onbekende Duitse filosoof, Wolfgang Welsch, publiceerde in 1990 een boekje met als titel ’üsthetisches Denken’. Een esthetisch denken in onze contemporaine situatie moet voor hem – met een in het Nederlandse incorrecte term – oog hebben voor het anesthetische. Een anesthesist is een arts die je verdooft voor een chirurgische ingreep. Dat betekent: elk ervaren en waarnemen wordt je onmogelijk gemaakt. In de esthetische ervaring van en ontmoeting mét de ander gaat het net daarom: iemands gevoeligheden ter sprake laten komen, er het oor voor lenen en van daaruit begrip ontwikkelen, maar ook weten dat dit de eigen bodem wankel kán en mág maken.

Ann Meskens’ esthetische blik heeft onafgebroken oog voor wat in onze samenleving ’geanesthetiseerd’ is. Haar vertrekpunt omschrijft zij als de onverzettelijkheid en natuurlijkheid waarmee moeders in hun kinderen het individuele kind zien. ’Dit ene kind en geen ander, niet en nooit inwisselbaar, te allen tijde niet slechts als middel maar als doel op zich’.

Zo’n eenvoudig, bijna naïef en onschuldig beeld. Maar probeer dat eens uit in je eigen leven. In alle soorten relaties die je er op nahoudt. Tot aan de onderhandelingstafel toe.

Filosofieboeken als dit maken eigenlijk het steeds terugkerende debat over normen en waarden overbodig. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat een anders kijken, een voortdurend lezen van de ander, een buiten willen zijn – wat ook betekent: buiten jezelf – dat dit een heel ander samenleven tot gevolg heeft. Normen en waarden leef je er, zonder ze opgelegd te krijgen.

’Droom toch niet’, zegt u nu. Of zouden dit misschien de juiste woorden zijn om Ann Meskens lof toe te zwaaien: ze laat een mens nog eens dromen van een betere wereld. Die zit verscholen in hele kleine, eenvoudige dingen. In dingen die je niet ziet. Tenzij je anders gaat kijken.

Ann Meskens: Eindelijk buiten. Filosofische stadswandelingen. Lemniscaat, 190 blz., euro 17.95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden