De wereld mag wat verwachten van Obama

Republikeinen in het Witte Huis waren goed in strategie op het wereldtoneel, niet de Democraten. Maar voor Obama zijn de voortekenen hoopvol.

De verwachtingen over Amerika’s nieuwe president Barack Obama zijn hooggespannen. Dat geldt ook voor zijn buitenlands beleid. De historie leert dat de Democraten daarin geen grote staat van dienst hebben. Maar er is hoop.

Joe Biden, aankomend vice-president, heeft al tijdens de verkiezingscampagne gewaarschuwd voor de kans op (onaangename) verrassingen op het gebied van de buitenlandse politiek. In het algemeen is de begintijd van een nieuwe regering in de VS al een spannende tijd. De koers is niet altijd duidelijk uitgezet, het nieuwe team nog niet ingespeeld op elkaar, en het buitenlands beleid heeft niet altijd de prioriteit van de president.

De geschiedenis maant tot oplettendheid en voorzichtigheid. Het buitenlands beleid kan niet van de ene op de nadere dag drastisch worden gewijzigd en de wereld, van zowel tegenstanders als bondgenoten, vaart een koers met een grote mate van continuïteit, zelfs eigenzinnigheid. Dat hebben eerdere presidenten ondervonden en niet altijd naar hun tevredenheid.

Misschien is het belangrijkste onderdeel van een nieuw buitenlands beleid wel het vaststellen van een concept, waarop de koers in hoofdlijnen wordt vastgepind. Immers, zonder strategie geen regie. In dat opzicht hebben de Republikeinen een aanzienlijk betere staat van dienst dan de Democraten. Zelfs al was men het niet eens met het leidend concept en de gevolgde koers van eerdere Republikeinse presidenten, hun samenhang en consistentie waren niettemin van groot belang.

Nixon had een duidelijk idee van de gewenste wereldorde en de rol daarin van de VS. Met Kissinger hanteerde hij carrot and stick behendig zoals in de combinatie van het ontspanningsbeleid vis-à-vis de Sovjet-Unie en het uitspelen van de China-kaart.

De ervaren Bush sr. en minister Baker begrepen ogenblikkelijk de gevolgen van de val van de Berlijnse Muur en leidden het proces van verandering in Europa met verve. Ook Reagan had een consequente koers uitgezet tegenover de Sovjet-Unie. Hard, maar in de loop van de onderhandelingen met president Gorbatsjov voelde hij haarfijn aan dat die koers kon worden gewijzigd en hij beëindigde de Koude Oorlog samen met hem.

In schril contrast hiertegenover staat het onvoorzichtige optreden van de Democraat Kennedy met zijn slecht uitgevoerde avontuur in Cuba – Varkensbaai – in 1961, net na zijn aantreden en zijn overmoedige stap een topontmoeting met partijleider Chroesjtsjov te willen houden, twee maanden later in Wenen. Hij werd ontgroend. Mede door dat zwakke optreden van Kennedy heeft Chroesjtsjov de gok van de Cuba-crisis aangedurfd.

De Democraat Carter complementeerde zijn onervarenheid op buitenlands gebied met een moreel elan en overtuiging die de hoofdlijnen van beleid eind jaren zeventig bemoeilijkten. Voor buitenlands beleid had hij niet echt belangstelling.

Een lage prioriteit van het buitenland is ook het begin geweest van president Clinton. ’It’s the economy, stupid’, sneerde hij al tijdens de verkiezingen. En hij won van Bush sr. juist op dat punt. De ongelukkige landing van Amerikanen in Somalië, waarbij 18 doden vielen, maakte Clinton kopschuw voor militair ingrijpen. Hij keek bij de genocide in Rwanda de andere kant op; pas na het falen van Europa in de oorlog in Joegoslavië nam de onbetwiste supermogendheid de leiding van het Westen op zich. De president wilde liever niet, maar de leider van de supermogendheid kan zich niet onttrekken aan wereldpolitiek.

Obama richt zich in eerste instantie op de economische en financiële crisis en vermoedelijk op een aantal binnenlandse problemen zoals onderwijs en gezondheid. Het woord Europa of Navo zijn nog niet vaak uit zijn mond vernomen. Maar het negatieve beeld van de VS in de wereld na acht jaar Bush zal zeker worden bijgesteld en veel meer in samenwerking met anderen.

We zullen even moeten wachten, maar de gave van Obama een perfect team en deskundige medewerkers rond zich te verzamelen – tijdens de verkiezingen en nu op weg naar het Witte Huis – is een hoopvol teken voor een doordachte koers en voor een buitenlands beleid waarin oplettendheid en voorzichtigheid – zeker in het begin – in acht zullen worden genomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden