'De wereld krimpt met een havik op je arm'

Na de dood van haar vader wil Helen Macdonald niet alleen een havik hebben, ze wil een havik zijn: solitair, beheerst en ongevoelig voor de pijn in het leven. De vogel helpt haar bij het verwerken van haar verdriet. Ze schreef er een boek over.

JANN RUYTERS

Als Helen Macdonald (1973) midden 30 is verliest ze plotseling haar vader, persfotograaf Alisdair Macdonald. Haar moeder belt haar op. Haar vader is naar het Londense Battersea Park gegaan om een naderende storm te fotograferen en niet meer teruggekeerd; een zware hartaanval heeft hem geveld. Niets in Helens leven is meer wat het was na dit onverwachte verlies.

"Mijn vader was niet alleen mijn vader maar ook een vriend, een trawant", schrijft Macdonald in haar boek 'H is voor havik' waarin ze verslag doet van het eerste jaar na haar vaders sterven. Haar vader was 'vol vreugde over de wereld'. Hij leerde haar kijken, hij nam haar mee op tochten door de natuur, ze deelden dezelfde fascinaties.

Als kind was hij een fanatiek vliegtuigspotter, zij - inmiddels valkenier en onderzoeker aan de Universiteit van Cambridge - is vanaf haar twaalfde in de ban van roofvogels.

Macdonald schrijft in haar boek dat ze bevangen raakte door een 'kalme, gevaarlijke gekte', waarin ze op zoek ging naar houvast - iets waaraan het haar ontbrak: geen partner, geen kinderen, geen baan van negen tot vijf.

De oplossing is Mabel, een havik. "Andere mensen beginnen misschien een heftige affaire of gaan aan de drank, ik ging van haviken dromen en kon aan niets anders denken dan dat ik een havik wilde hebben", zegt Macdonald nu, acht jaar later. Die droom komt niet uit de lucht vallen. Op haar twaalfde gaat Helen voor het eerst kijken bij de havikiers. Ze ziet hoe een havik een fazant doodt en is getuige van het nukkige gedrag van deze roofvogels, die er op een gegeven moment de brui aan geven en zich terugtrekken in de boom. "Het leek wel alsof ze ons niet konden zien, alsof ze onze wereld uit waren geglipt en een andere, veel wildere wereld zonder mensen waren binnengegaan." Later gaf ze zelf de voorkeur aan valken, een opgewektere roofvogelsoort, behendiger, niet zo eenzelvig en eigenzinnig. Maar nu ze zelf in de wildernis is beland, lokt de havik om de afgrond te kunnen overbruggen. Macdonald koopt een havik, zes weken jong, die ze expres de ontnuchterende naam Mabel geeft. Met de vogel trekt ze zich eerst terug in haar huis in Cambridge - gordijnen dicht. Vervolgens trekt ze de wijde natuur in, op jacht naar eekhoorntjes en konijnen. In haar ontreddering wil Macdonald niet zozeer een havik hebben, ze wil havik zijn, 'solitair, beheerst, vrij van verdriet en ongevoelig voor de pijn in een mensenleven'.

De rouwmemoir is inmiddels een veel beoefend genre, denk aan Joan Didion, A.F. Th. Van der Heijden en Connie Palmen. Maar het boek van Helen Macdonald is anders: lyrisch en inspirerend in haar beschrijvingen van het landschap en de vogels, aangrijpend en herkenbaar in de verwoording van het grote verdriet, spannend in de vraag of het haar zal lukken de havik te temmen.

Anders is ook dat dit niet één boek is, maar eigenlijk drie boeken ineen. Naast een rouwverslag en gids is 'H is voor havik' ook een biografie. Helen Macdonald verweeft haar belevenissen met die van haar grootste inspirator, T. H. White, hier vooral bekend als de schrijver van de Arthur-legende ('The Once and Future King'), maar voor Macdonald allereerst auteur van 'The Goshawk' (1951), het boek waarin White verslag doet van zijn vergeefse pogingen een havik te temmen. Ook voor White dient het temmen van havik Gos als speelveld van onverwerkt verdriet, in zijn geval een jeugd bij wrede ouders en verborgen homoseksualiteit.

undefined

Wanneer wist u dat er een boek school in wat u meemaakte?

"Ik wist niet dat het een boek was maar wel dat het een verhaal was. Dat er in het jaar met Mabel iets gebeurde wat groter was dan ikzelf, iets wat ging over leven en dood, over geweld en liefde. Dat voelde ik in dat jaar al, maar het duurde lang, zeker vijf jaar, voordat ik ging schrijven. Ik moest eerst afstand nemen, niet alleen van de rauwheid van het verlies van mijn vader, maar ook van de mens die ik daarna was. Toen ik begon met schrijven ging het niet meer over mij, maar over een personage."

undefined

Als je uw boek leest, besef je niet dat het pas zoveel jaar later is geschreven, het leest als een hier en nu.

"Mijn herinneringen aan dat jaar waren ook heel helder. Ik begrijp van gesprekken met

mensen die een verlies hebben meegemaakt dat er eigenlijk twee soorten reacties zijn. Of je vergeet alles, of je herinnert je alles met een verwoestende helderheid. Ik herinner me alles. Ik zie mezelf nog steeds buiten met de havik in de regen. Ik zie nog de druppels langs haar veren gaan. Bij het schrijven moest ik terug naar die donkere tijd, wat ook lastig was, ik heb mezelf wel vervloekt, al schrijvend."

undefined

Joan Didion schrijft in haar boek over het verlies van haar echtgenoot dat ze schreef om de rouw uit te kunnen stellen. Werkte het temmen van de havik ook als uitstel?

"De havik was inderdaad een vlucht, een afleidingsmanoeuvre. Wel een ironische soort van ontsnapping want ik zag de dood iedere dag omdat de havik op van alles jaagde. Maar ik identificeerde me zo met de havik dat ik mezelf kon vergeten. Die behoefte om te verdwijnen is heel normaal in de rouw en kan vele vormen aannemen. Mijn vlucht was effectief, ik was nog steeds in de rouw maar ik voelde het niet meer. Dan was ik de hele dag met de havik buiten geweest, en dan werd ik de volgende dag toch huilend wakker."

undefined

Jullie ontwikkeling was tegenovergesteld, schrijft u. Hoe tammer de havik werd, hoe wilder u werd.

"Ja, ik ging de wereld zien met een haviksoog. De wereld krimpt, als je zo'n vogel op je arm hebt. Iris Murdoch schrijft daarover hoe je ontredderd in je kamer kunt zitten en dan kijk je uit het raam en zie je een torenvalk; en dat je dan helemaal door die aanblik wordt opgezogen, de wereld wordt helemaal die torenvalk, en alles valt van je af in dat moment van opperste concentratie. Dat gebeurde mij ook. Ik leerde veel van Mabel in het begin. Zo kon ze minutenlang haar blik fixeren op een glimp van zonlicht op de muur. Die concentratie op iets heel kleins maakte de wereld weer groter voor me. Eenmaal buiten met haar, op jacht, voelde ik me meegenomen als ze ging vliegen. Ik voelde me als een dier - smerig, vol vegen en krassen - ten diepste verbonden met het land ook. Maar als ze dan een fazant te pakken had, veranderde dat. Ik moest ervoor zorgen dat het dier niet leed. En als ik een dier moest doden voelde ik me menselijker dan ooit. Zeer verantwoordelijk voor wat ik aan het doen was. Het was nooit makkelijk."

undefined

Waarom koos u ervoor om naast uw eigen verslag ook over T.H. White schrijven?

"Ik wilde verschillende verhalen in het boek. Dat is ook wat rouw met je doet, het zorgt voor versplintering, en ik wilde die verwarring ook in de tekst hebben. Ik wilde al die dingen samen. Zo wilde ik ook anders dan anders over de natuur schrijven, niet al te uitleggerig en pedagogisch: uitgaan van bepaalde kennis, gebruikmaken van jargon, dat trekt de lezer meer naar binnen. In het begin had T.H. White zelf nog niet zo'n belangrijke plaats, maar toen ging ik naar Texas om zijn archieven te lezen en werd zijn stem steeds belangrijker. Zijn stem was zo eerlijk en zo droevig in zijn dagboeken. Het maakte zijn relaas over het trainen van de havik extra aangrijpend. In zijn boek hangt hij de expert uit, maar eigenlijk heeft hij geen idee."

undefined

Het verschil tussen u en T.H. White is dat hij bezig was de vogel aan zijn wil te onderwerpen, wat niet lukt, terwijl het u om identificatie te doen is. Vrouw wordt havik. Is dat een sekseverschil?

"Oh nee, niets daarvan. Daar wil ik me verre van houden. Ver van het idee dat vrouwen dichter bij de natuur staan of zoiets. Ik ken een heel enge roman 'Lady into Fox', een man die schrijft over zijn vrouw die in een vos verandert. Dat is een boek uit de tijd van White; een griezelige beschouwing over dierlijkheid van vrouwen, het verlies van controle, beangstigende vrouwelijke verlangens. Mijn boek gaat helemaal niet over sekse, het gaat over een hart in nood, en over de relatie van de mens tot de wildernis. Er zijn trouwens ook veel mannen die zich in teksten hebben vereenzelvigd met dieren. Dieren zijn in het verleden vaak gebruikt om de dingen te zeggen die geheim moesten blijven. Zo is er in de Engelse literatuur van de negentiende en vroeg twintigste eeuw een bijzondere traditie van homoseksuelen die niet over hun homoseksuele verlangens konden spreken, maar wel over hun vriendschap met hun huisdieren."

undefined

U houdt zich verre van de bekende metaforen. De havik is geen stand-in baby, geen minnaar.

"Ik zag Mabel ook niet als een kind. Eén moment misschien toen ze een fazant gevonden had en die opat en dat hele tafereel eruitzag als een kind dat doorkrijgt waar het voor bedoeld is. Toch waren er wel veel vrouwen en een paar mannen die het boek hadden gelezen en me vertelden dat het begin, wanneer ik met de havik in mijn kamer zit, heel erg lijkt op hoe het leven is met een pasgeboren baby. Je zit opgesloten in huis met iets wat niet kan spreken, het is heel kostbaar, je weet niet of het goed is wat je doet en je maakt je daar de hele tijd zorgen over."

undefined

Uw boek is in Engeland bekroond maar het werd ook onderwerp van controverse in het debat over natuurschrijven, dat te slap zou zijn, te weinig activistisch, te stads.

"Dat mensen grenzen stellen aan wat wel of niet behoort tot het genre van het natuurschrijven, vind ik heel zinvol. Hoe meer debat onder natuurschrijvers, hoe beter. Voor mij gaat het in mijn eigen werk vooral om hoe we betekenis geven aan de natuurlijke wereld. Hoe we de natuur gebruiken als spiegel. Hoe wat we zien in het dier, niet het dier zelf is. Dat is al een politieke daad. We moeten tegen het licht houden waarom we bepaalde landschappen en schepsels waarderen en beschermen. Waarom we ons opwinden over een enkele leeuw, maar niet over een bedreigde kikkersoort. Zulke vragen zijn relevant nu."

undefined

In Nederland staat juist de nieuwe wildernis ter discussie; boeren die protesteren dat akkerland wordt teruggegeven aan de natuur.

"Maar dat begrijp ik heel goed. Mensen zijn opgevoed met de gedachte dat mensen het land moeten gebruiken. Als je door boerenland werd omringd, door aardappel- en wortelvelden, en dat wordt nu overspoeld door water, dan is dat heel ondermijnend en kwetsend. In Engeland zijn de meeste natuurschrijvers van mijn leeftijd, die staan in een andere traditie. Ze maken zich zorgen over alles wat er al verloren is; de miljoenen vogelsoorten."

undefined

Wie is Helen Macdonald?

Het contrast kon niet groter zijn. Eerst een jaar van vereenzaming en verwildering, met havik, in Cambridge, nu reist Helen Macdonald de wereld rond voor interviews en presentaties over haar boek. Haar memoir 'H is voor havik' won de Samuel Johnson Award (prijs voor het beste non-fictie boek in Engeland) en is in diverse talen vertaald. In interviews steeds weer praten over het verlies van haar vader en de slechte tijd daarna, is niet moeilijk, zegt ze. "Als pottenbakkers een pot bakken, gooien ze de klei heel hard op het wiel voordat ze gaan kneden. Die klap dat is mijn verdriet, het gevoel ergens tegenaan te zijn gegooid. Daarna ben ik er mee aan de gang gegaan en nu ben ik het niet meer, het is iets geworden dat ik kan bekijken." Vóór 'H is voor havik' werkte Macdonald als docent en onderzoeker aan de Universiteit van Cambridge. Nu is ze voltijds schrijver met een maandelijkse column in The New York Times. In die krant schrijft ze beschouwingen over mens en natuur; variërend van een geestig verhaal over sociaal ongemak in de schuilhut, tot een empathisch stuk over 'solostalgie': het verdriet om ingrijpende veranderingen in een vertrouwde omgeving.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden