De wereld is Zwitserland niet

Ondanks de vloed aan oorlogsromans zoeken Nederlandse schrijvers graag de veiligheid. De enige die de knusse vrede verstoort is Arnon Grunberg.

Beweren dat de Nederlandse naoorlogse literatuur sterk door de Tweede Wereldoorlog is getekend, is zoiets als zeggen dat Bach een groot componist is. Boeken als 'Het Achterhuis' van Anne Frank en 'Het bittere kruid' van Marga Minco hebben de Nederlandse kijk op de nazitijd wezenlijk gekleurd, maar het zijn nog meer de schrijvers van fictie die met de oorlog aan de haal zijn gegaan. Het werk van Hermans en Mulisch is voor een groot deel ondenkbaar zonder de Tweede Wereldoorlog en zelfs een boek als 'De avonden' van Gerard Reve uit 1947, waarin de oorlog opvallend afwezig lijkt, ademt toch die oorlogssfeer uit. Schrijver K. Schippers zei erover: "Als ik het boek herlees is die oorlog voor mij op iedere bladzijde aanwezig. Het boek is een monument van het verzwijgen."

Maar boeken over de oorlog zijn niet per se boeken die ook vragen stellen over onze vrede en veiligheid. Je zou kunnen zeggen dat schrijvers de oorlog graag thematiseren, maar de hamvraag komt niet aan bod: wat stellen onze vrede en veiligheid eigenlijk voor? Het is bijvoorbeeld opvallend dat de Nederlandse literatuur het tijdens de Koude Oorlog zo'n beetje liet afweten. De dreiging van een kernoorlog, destijds in de alledaagse realiteit zeer actueel en reëel, komt slechts incidenteel ter sprake, het onrustige gevoel onder gewone burgers haalde de letteren nauwelijks. Integendeel, auteurs bleven liever over die voorbije echte oorlog schrijven; zo verscheen op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in 1958 Hermans' fameuze oorlogsroman 'De donkere kamer van Damokles'. En dat terwijl in het buitenland, vooral Amerika, die angst voor een kernoorlog wel degelijk prominent op het programma stond, bijvoorbeeld in de veelgelezen roman 'On the Beach' van Nevil Shute over een stelletje overlevers dat na een kernoorlog het einde afwacht, of in de boeken van Kurt Vonnegut. Zeker, Mulisch schreef ook zijn 'Wenken voor de jongste dag', maar dat was een satire op de apocalyps. En verder raakte het onderwerp voornamelijk in handen van sciencefictionauteurs of schrijvers als Marten Toonder, die het onderwerp in de jaren vijftig drie keer in zijn strips verwerkte. Anderen brandden er hun vingers niet aan.

Het verschil tussen de Amerikaanse en de Nederlandse literatuur uit die tijd kun je misschien verklaren uit het feit dat veel Amerikaanse schrijvers zoals Shute in het leger hadden gezeten, of zoals Vonnegut zelf bombardementen hadden uitgevoerd (op Dresden), terwijl Nederlandse schrijvers in het algemeen waren afgekeurd voor militaire dienst. En met een heuse bom hadden ze al helemaal geen ervaring.

Een van de weinige teksten waarin oorlog en oorlogsdreiging niet slechts een spannend of schokkend verhaalmotief vormen, is Leo Vromans befaamde gedicht 'Vrede' met regels als: "Liefde is een stinkend wonder / van onthoofde wulpsigheden / als ik voort moet leven zonder / vrede, godverdomme vrede." Maar verder lijkt de houding van Nederlandse schrijvers vooral op die van de maatschappijkritische dichter Hans Magnus Enzensberger. Hij schreef, in een even zelfbespiegelende als cynische bui: "Ik hou in elk geval / liever afstand, / als het moet / zelfs van mezelf." Het is een houding die tot op de dag van vandaag onze literatuur kenmerkt: oorlog, vrede, veiligheid, het zijn soms aardige motieven (zoals bijvoorbeeld in Mulisch' bestseller 'De aanslag' met een verslag van de grote kernwapendemonstratie) maar zelden wordt het axioma van onze eigen vrede en veiligheid in twijfel getrokken.

Eén hedendaagse schrijver vormt de uitzondering in dit redelijk onbetrokken, ongeëngageerde klimaat: Arnon Grunberg. Van meet af aan en in toenemende mate gaat zijn werk over oorlog, veiligheid en vrede en stelt hij de vraag wat het allemaal eigenlijk voorstelt en wat voor waanideeën en vooroordelen we erbij hebben. Zijn werk heeft meer met het menselijke trauma dan met de heilige verbeelding te maken. Door heel wat collega-schrijvers wordt hij daarom met de nek aangekeken. Ik heb wel meegemaakt dat in kroegen en op festivals Grunberg achter zijn rug smadelijk werd uitgelachen om zijn fascinatie voor de werkelijkheid en de gevaarlijke wereld om ons heen. Fictie en fantasie lijken bij ons niet erg gediend van oprechte betrokkenheid. Grunberg zelf doet trouwens ook niet veel moeite om bij collega's in de smaak te vallen: "Het leven is een militaire operatie. Ik kan alleen vrienden gebruiken die tot dezelfde conclusie zijn gekomen." Het zijn echt twee verschillende werelden and never the twain shall meet.

Het is me ook wat, terwijl de meeste schrijvers als ware huismussen en pantoffelhelden thuis of in een keurig vakantiehuisje aan de stijl en de vorm van hun romans of gedichten zitten te schaven, trekt Grunberg de echte wereld in; niet bij 'Pauw' en 'De Wereld Draait Door' duikt hij op, maar aan de frontlinies van brandhaarden. "De mens heeft eigenlijk niet meer nodig dan een royale klerenkast. De rest is luxe", zegt hij ergens in navolging van Sartre, die ook voornamelijk in cafés leefde. En zo werkt Grunberg, terwijl hij nota bene de een na de andere literaire prijs in de wacht sleepte, intussen als masseur of 'kamermeisje' in hotels, deed aan couchsurfing en zelfs vertrok naar oorlogsgebieden in Afghanistan en Irak. De grote dreigende wereld als thuis.

Grunbergs obsessie met oorlog, vernietiging en onveiligheid is wel in verband gebracht met de Shoah, die hij als Joodse jongen via zijn ouders in de genen heeft meegekregen, maar ik denk toch dat dat geen afdoende verklaring biedt.

Andere schrijvers van zijn generatie met Joods bloed - Leon de Winter, Wanda Reisel, Marcel Möring - zijn helemaal niet zo bezig met de wereld als boobytrap. Het is bij Grunberg dunkt me ook vooral een kwestie van temperament.

Arnon Grunberg is een verontrustend schrijver, hij laat zijn lezers niet achter met het gevoel dat het allemaal maar fictie is en dat het wel goed komt. Ik heb wel eens verhalen van Jacob Israël de Haan gelezen die me ook een unheimisch gevoel gaven, maar het is toch geen gebruikelijke positie in de Nederlandse letteren. De meeste schrijvers zijn niet bezig je evenwicht grondig te verstoren. Grunberg daarentegen jaagt je op stang, zoals hij trouwens ook collega-schrijvers op stang jaagt. Denk maar aan de onverkwikkelijkheden met de diep gegriefde A.F.Th. van der Heijden die bij de uitreiking van de AKO-literatuurprijs 2007 niet met Grunberg samen in één ruimte wenste te verkeren. Het zijn ook twee uitersten, de ultieme stilist Van der Heijden en de provocerende praktijkdenker Grunberg.

Grunbergs ideeën over vrede en veiligheid komen misschien wel het best tot uiting in zijn roman 'De man zonder ziekte' uit 2012, een hoogtepunt in onze literatuur.

Eerder plaveide hij de weg naar deze onheilsfabel al met zijn traktaat 'De mensheid zij geprezen', waarin hij in navolging van Erasmus' 'Lof der zotheid' zijn visie op de mens ontvouwt, een tegendraadse, schokkende kijk, eentje die aan het denken zet in plaats van op instemmend geknik te rekenen. Zo stelt hij: "Beschaving is aan het zicht onttrekken. De geur van de wreedheid verdrijven, dat is het." Elders heeft hij het over 'de valse belofte van het paradijs' en 'haat opent de ogen, liefde wiegt in slaap'. Van het humanistische beeld van onze cultuur verwacht Grunberg zo te zien bijzonder weinig. In het verhaal 'Apocalyps' uit de gelijknamige bundel (2013) vat hij het deficit van onze beschaving samen: "Het geloof in de goedheid van de mensen verliet mij, het kwam eruit zoals braaksel uit een dronkaard."

Dat alles komt tot een climax in 'De man zonder ziekte', een boek over vermoorde onschuld - maar dan echt. De man zonder ziekte, het ideale, harmonische, veelbelovende, onschuldige schepsel is Sam Ambani, Zwitser van Indiase afkomst, die onbedoeld in levensgevaarlijke wespennesten belandt. Als hij naar Irak vertrekt om in Bagdad een operagebouw te ontwerpen wordt hij door een stelletje duistere lieden opgepakt en gemarteld omdat hij een spion zou zijn. Zijn kleren en zijn Zwitserse paspoort worden hem afgenomen, ze pissen over hem heen. Sam laat het eigenlijk, net als de hoofdpersoon in Kafka's 'Het proces', tamelijk gelaten gebeuren, in het vertrouwen dat het goed zal komen. Maar "wat had hij verwacht? Dat de wereld één groot Zwitserland is?"

Enfin, het loopt toch nog met een sisser af als Sam getraumatiseerd maar min of meer heel thuiskomt. Iedere schrijver, misschien zelfs Kafka, zou het hierbij hebben gelaten maar Grunberg gaat door. Het kan nog erger. Opnieuw vertrekt Sam, het onschuldige lam, vol goed vertrouwen naar het Midden-Oosten, nu naar het veilige Dubai, om als architect iets moois voor de mensheid te betekenen. Maar hij wordt met drank in zijn auto aangetroffen, vastgezet, krijgt keurig een advocaat toegewezen maar wordt uiteindelijk toch geëxecuteerd. Na de eerste bijna-ondergang van Sam restte nog de illusie van hoop, veiligheid en rechtvaardigheid, die vervolgens des te wreder de bodem in wordt geslagen. Dat is de eigenlijke schok in het verhaal van Grunberg, dat je na het min of meer verklaarbare onheil in het vuile, gevaarlijke land ook nog eens de ultieme onveiligheid in het veilige, schone land staat te wachten. Denk maar niet dat je ooit ergens safe bent, is de boodschap van deze bittere, onthutsende vertelling waarin goedheid en goedgelovigheid hardhandig worden afgestraft.

Prettig is het niet, geen blijde boodschap. Eigenlijk ondergraaft Grunberg je vertrouwen in een goede afloop, haalt hij de gedachte onderuit dat we hier of waar ook ter wereld een comfortabel en vredig bestaan kunnen leiden.

Ik geloof overigens niet dat hij helemaal gelijk heeft met zijn illusieloze kijk op de mens. Maar hij tornt in zijn boeken heftig aan de quasi-veiligheid die een gezin, een land of nationaliteit je biedt en zelfs aan de vredige bedoelingen van de hele mensheid. Met de beste wil van de wereld kun je niet ongevoelig blijven voor die totale omkering van het Zwitserlevengevoel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden