De wereld in het klein

Het Haags gemeentemuseum heeft een complete miniatuurwereld in huis gehaald. Poppenhuizen uit de 18de eeuw, barbies in designkleding en de boerderij van Juliana hebben één ding gemeen: te mooi om mee te spelen.

'Dit is zo'n tentoonstelling die je maar eens in je leven kunt maken", zegt directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum in Den Haag. "Het is een ongelofelijk omslachtig werk om een poppenhuis naar een expositie te verhuizen en daarom is het een wonder dat we dit allemaal bij elkaar konden krijgen."

De hele wereld is in het klein bijeen in deze groots opgezette expositie. Naast de ruim twintig oude en hedendaagse poppenhuizen uit binnen- en buitenland, kan de bezoeker zich vergapen aan zeer uiteenlopende miniaturen. Zoals een kunstig gesneden kersenpit waarin een gouden serviesje past. Of een poppenhuisinterieur in de stijl van Rietveld, fraai opgemaakte hemelbedjes en uitgebreide babyuitzetten, streekdrachten uit vervlogen tijden en modieus geklede barbiepoppen. Er zijn miniversies van beroemde Vitra designmeubels en hedendaagse mini-kunstwerken. Een enorme hoeveelheid miniatuurzilver staat te glimmen naast 18de eeuwse Delftsblauwe porseleinen vaasjes en stokoude aardewerk bakjes uit de Griekse Oudheid.

Poppenhuisspecialist en conservator kunstnijverheid Jet Pijzel-Domisse beseft dat het voor veel bruikleengevers nogal wat gevraagd was om hun schatten uit te lenen. Het kost soms drie tot vier dagen per poppenhuiskamer om alle spulletjes uit de miniatuurinrichting te documenteren, in te pakken en transportklaar te maken. "Het zilver komt voor driekwart uit particuliere collecties. In één vitrine staan voorwerpen uit wel vijf verschillende verzamelingen. Het is trouwens grappig dat vooral mannen zilveren miniaturen verzamelen." Een verklaring daarvoor kan ze niet geven

"Je ziet de maatschappij aan je voorbij trekken", zegt modeconservator Madelief Hohé. "En ook welke rol mensen daarin mogen spelen. De verschillende weeshuispoppen die hier staan opgesteld geven bijvoorbeeld een mooi beeld van de positie van Nederlandse weeskinderen vroeger. Zij droegen kleding die hen onderscheidde van de burgerkinderen en in sommige steden kregen wezen zelfs een nummer op de mouw. Zo werden zij er voortdurend aan herinnerd dat zij dankbaar moesten zijn voor de steun die de stad of kerkelijke instelling hen bood."

Die weerspiegeling van de maatschappelijke verhoudingen is ook te herkennen in een volledig ingerichte barak van een leprozenhuis uit Paramaribo, compleet met religieuze prentjes aan de muur. Waarschijnlijk werden Nederlandse gelovigen hiermee overtuigd geld te doneren aan de paters. Ook uit andere gebieden is het leven op schaal vertegenwoordigd. Nog voordat Japan in 1859 de grenzen voor de wereld opende, werden miniatuurgebouwen, poppen en gebruiksvoorwerpen uit dit geheimzinnige en gesloten land al in Nederland verzameld. Het 19de-eeuwse model van een ingerichte Japanse keuken oogt nogal sober in vergelijking met de overdadige inrichtingen van de westerse poppenhuizen. Een van ivoor gemaakt 'Bloemenschip' is van Chinese herkomst. Op een dergelijke boot ontvingen courtisanes hun clientèle. De Nederlandse vlootcommandeur Jan de With bracht dit miniatuurschip in 1746 als souvenir mee naar hier. Ook curieus zijn de drie popjes in een draagkussen die in de jaren dertig bij De Bijenkorf te koop waren: een blanke, roetzwarte en Chinese baby liggen knus naast elkaar, kennelijk om 'de eenheid der volkeren' te benadrukken.

Het museum beschikt zelf over een behoorlijke collectie poppen en poppenkleertjes, maar die was al enkele decennia niet meer aan het publiek getoond. Door royale nationale en internationale bruiklenen kan er nu een completer beeld van de kleding worden gepresenteerd. Bij de voorbereidingen werd Hohé vooral verrast door de gedetailleerdheid van de oudere stukken. "Er zijn veel 'losse' kledingonderdelen te zien, zoals een set 17de-eeuwse onderkleding dat nog in de maak is. Bij de rijglijfjes met baleinen zijn losse walvisbaleintjes bewaard die in het groot niet in deze vormen zijn overgeleverd. En ook bepaalde mini-japonnen zijn nergens in volwassenen formaat te vinden. Nu kun je die kleding toch van dichtbij bestuderen."

Ook moderne stukken zijn ruim vertegenwoordigd. Barbiepoppen gekleed in een outfit van Dior, Chanel of Armani en drie couturepoppen van de Nederlandse modevormgevers Viktor & Rolf zijn ware blikvangers. De pop met de miniatuurversie van de door het duo gemaakte trouwjurk van prinses Mabel is opgenomen in de ING collectie. Na een expositie zijn de ruim vijftig poppen van elk zo'n 70 centimeter hoog allemaal verkocht, de meeste aan particulieren.

Van échte Koninklijke herkomst is de forse boerderij met duiventil, waterput, schapenstal, hooimijt en andere toebehoren. Prinses Juliana kreeg de set in 1911 voor haar tweede verjaardag van haar ouders. Waarschijnlijk was dit uitgebreide complex bedoelt om haar al spelend iets over het boerenleven bij te brengen. Alles is met veel oog voor detail gemaakt en gezien de 'speelschade' heeft ze er waarschijnlijk plezier aan beleefd. Dat geldt niet voor de modelbungalow, compleet met 'Soestdijk-achtig' interieur en afneembaar dak, die de vier prinsesjes in 1951 via hun vader cadeau kregen van de firma Schokbeton. Dit bedrijf was gespecialiseerd in prefab montagebouw en dit huisje is op een vergelijkbare manier opgebouwd. De ruimtes zijn alleen van bovenaf bereikbaar en volgens de overlevering is er weinig mee gespeeld.

Twee 13-jarige meisjes staan met hun neus tegen een vitrine. Wat ze het leukste vinden? "Alles! Of het nou zo'n helemaal ingericht huis is met al die kamertjes of zo'n barbiepop. Het is vooral dat priegelige."

Tentoonstelling en boeken
Tentoonstelling 'XXSmall, poppenhuizen en meer in miniatuur' t/m 25 maart. Gemeentemuseum, Den Haag. www.gemeentemusem.nl

Catalogus door Jet Pijzel-Dommisse en Madelief Hohé (W Books € 27,95). Tevens verschenen: 'Nederlandse zilveren miniaturen uit de 17de en 18de eeuw' door John Endlich (W Books € 29,95) en een kinderkunstboek 'Nacht in het poppenhuis' (vanaf 4 jaar) door Thé Tjong King en Anna Woltz (Uitgeverij Leopold € 13,95).

Het museum organiseert activiteiten zoals een cursus over het dagelijks leven in het klein en garderobes in miniatuur, workshops poppenkleertjes en poppenhuismeubels maken en rondleidingen.

Eveneens in Den Haag is in Museum Bredius t/m 15 januari antiek miniatuur zilver van Nederlandse makelij te zien in de tentoonstelling 'Tall & Small'. Langevijverberg 14. www.museumbredius.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden