’De Wende was chaos, ik genoot ervan’

Gabriele Stötzer, (FOTO WERRY CRONE, TROUW) Beeld
Gabriele Stötzer, (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

„En opeens, door wat wij deden, viel de DDR. Dat was niet eens de bedoeling.” De schrijfster/kunstenares Gabriele Stötzer kijkt met plezier terug op Die Wende. Zij verzette zich tegen het systeem door het te negeren en haar eigen weg te gaan. De Stasi negeerde Stötzer echter allesbehalve, ontdekte ze later.

Er komt rook uit de schoorsteen van het Stasi-gebouw, melden twee vriendinnen aan Gabriele Stötzer. Het is de vroege ochtend van de vierde december van 1989. De Muur is gevallen, de chaos in het Oost-Duitse staatsapparaat is compleet, de toekomst ongewis. De veiligheidsdienst acht het verstandig om eventueel belastend materiaal te vernietigen.

De vriendinnen maken deel uit van ’Vrouwen voor Verandering’, in oktober dat jaar opgericht om meer inspraak op de door mannen gedomineerde volksopstand te krijgen. Stötzer wrijft zich de slaap uit de ogen, en besluit met haar vriendinnen naar het Stasi-bureau in haar woonplaats Erfurt op te rukken. Onderweg mobiliseren zij de burgerbeweging, en formuleren ze een juridische aanklacht tegen de Stasi. Het is tenslotte hún leven, gedetailleerd opgetekend door medewerkers van de dienst, dat straks door de schoorsteen walmt.

Stötzers dossier bleek later meer dan een halve meter te bevatten. Volgens de Stasi vormde de toen 23-jarige al sinds 1976 een bedreiging voor de staat. Zij had een petitie tegen de verbanning van protestzanger Wolf Biermann verspreid, en dat was aanleiding de toch al verdachte Stötzer (toen nog Kachold) op te sluiten.

Daar, in de vrouwengevangenis Hoheneck, „werd ik wakker”, vertelt de levendige Stötzer (1953), die tegenwoordig in Utrecht woont. Niet alleen besefte ze in Hoheneck hoe de verhoudingen werkelijk lagen in de DDR. Ook had zij tot dan toe het vlakke leven geleefd van de gemiddelde DDR-burger. Een leven dat, beschrijft ze met haar arm, een lichte boog omhoog vertoont en dan stopt. Nooit mocht je streven naar iets hogers, verheffends, iets eigens. Uitgerekend in Hoheneck leerde Stötzer haar eigen individualiteit kennen. „De gevangenis is een eiland, je bent daar van alles losgeslagen, van je familie, van je vrienden. Je moet daar wel jezelf zijn.”

Hoheneck was de hel, maar wel één waar ze ontdekte wat onderlinge steun en solidariteit in kan houden. De jonge vrouw ontdekte het verzet, door met andere vrouwen te spreken via de toiletpot of klopsignalen. Ze wisselde geheime briefjes uit met een medegevangene – een kunstenares – met gedichten, toneelteksten, de Venus van Milo geboetseerd uit kaarsvet. En in haar cel durfde ze voor het eerst te dromen van wat ze het liefste wilde: schrijven. Eenmaal uit de gevangenis tekende Stötzer op hoe het is om tussen moordenaressen en politieke gevangenen te verkeren, met hen een smerige klo te delen. Ze beschreef de beschimpingen en vernederingen door bewaaksters. Ze is nog altijd trots op haar lef van destijds. Met gebalde vuist op het cafétafeltje hamerend: „Ik vond de moed om het te beschrijven in een nieuwe vorm.” In experimenteel proza schreef ze: „... altijd is er het daglicht, altijd tellen de uren, de uren putten mij uit, ik beleef niets, de gedachten bloeden leeg, het verleden zinkt weg tussen de muren...” (Zügel los, 1982/’83).

Na de gevangenis zou ze alleen nog doen wat zij zelf goed achtte, geen compromissen meer, zo besloot Stötzer. Was ze haar angst kwijtgeraakt? „Nee”, zegt ze na enig nadenken. „Ik was mijn gevoel kwijt, ik voelde mijn angst niet.”

„Maar ik zag wel een afgrond.” Stötzers handen tekenen een groot gat in de lucht. Ze zet de vingers aan de slapen en staart voor zich uit – even is ze heel ergens anders.

„Het was erg moeilijk. Pas later is me duidelijk geworden hoe eenzaam ik ook na de gevangenis was.” Vrienden vonden haar veranderd, koud. Haar huwelijk liep op de klippen, en ze moest zichzelf – ze trekt aan haar haar – als een Baron von Münchhausen uit het moeras trekken. Ze schreef en tekende, maakte zeefdrukken, fotografeerde en weefde. Ze opende een galerie, die de Stasi een jaar later dichtgooide. Stötzer werd onafhankelijk kunstenares, een status die niet bestond in de strak georganiseerde staat waar iedere kunstenaar bij een bond was aangesloten. Alleen daardoor al wekte ze de argwaan van de autoriteiten. Ze sloot zich aan bij ondergrondse kunstenaars zoals de Szene van Prenzlauer Berg, raakte bevriend met avant-garde dichter (en Stasi-informant) Sascha Anderson en toonde haar eerste teksten aan schrijfster Christa Wolf (ook Stasi-informant). „Elke zin was waar”, zou deze later schrijven. „Ze moet het niemand laten zien. Deze pagina's kunnen haar weer in de gevangenis doen belanden.” De teksten vonden evengoed hun weg, in eigen kring. Pas in 1989 werd haar eerste officiële boek gepubliceerd.

Stötzer was een mobiliserende kracht in de kunstscène. Ze werkte nauw samen met andere vrouwen, en creëerde in de vroege jaren tachtig zo een Oost-Duitse versie van het feminisme. Niet in de vorm van een georganiseerde vrouwenbeweging zoals in het Westen, en ook niet als ideologie; na Hoheneck geloofde ze nergens meer in. De vrouwen in haar groep wisten hun individuele kracht te vinden, en ondersteunden elkaar. Met hen trad ze de nogal aanwezige mannen in de kunstscène tegemoet.

Nu woont ze in het Westen, toen was ze een van de weinigen uit haar kunstenaars- en vriendenkring die bleven. „Ik wilde niet weg bij mijn familie, en ik had het idee dat ik in de DDR meer kon betekenen dan daarbuiten. De enkele zanger of dichter die wat te zeggen had, was heel belangrijk voor de achterblijvers.”

„Ik zag mezelf als deel van de oppositie, van de menselijke oppositie, niet de politieke. Ik heb me nooit tegen de DDR gekeerd. Ik negeerde het systeem, en leefde naar mijn eigen waarden.” Stötzer predikte weliswaar geen revolutie, maar haar kunst bood een alternatief voor „de normencanon van het staatssocialisme”, zoals ze dat formuleerde. Alleen al het experimentele en anarchistische karakter van haar werk en dat van andere artiesten maakte de autoriteiten zenuwachtig.

„En opeens, door wat ik deed en door wat anderen deden, viel de DDR. Dat was niet eens de bedoeling”, zegt ze, nog steeds een beetje verbaasd.

Het was een donderdag, de dag van de grote demonstraties in Erfurt, zoals die in Leipzig op maandagen plaatsvonden. „Net toen ik namens Vrouwen voor Verandering het woord zou voeren zei een stem achter mij: De grens is open, als je wilt kan je dat zeggen.”

Voor haar was een open Muur op dat moment onvoorstelbaar. Ze hield zich aan haar oorspronkelijke tekst, net als de sprekers na haar. Pas thuis, voor de tv, besefte men wat er gaande was. Ze glimt als ze aan die dagen terugdenkt. „De Wende was chaos, ik genoot ervan.” Ze ging niet meteen drüben, ze bleef in Erfurt en organiseerde daar actiegroepen, bijeenkomsten, acties.

Toen kwam de vierde december. Voor Stötzer betekende de bestorming van het Stasi-gebouw een climax, iets waar zij, zonder het echt te beseffen, sinds die dagen in de cel naar toe had gewerkt. Daarna werden ook elders in de DDR gebouwen van de inlichtingendienst bezet.

Na heftig aandringen door Stötzer besluit de openbaar aanklager de vertrekken in de Stasi-centrale te verzegelen. Alles lijkt echter al leeggehaald, als de bezetters in het gebouw aankomen. Dan ontdekken zij een kelder met een onafzienbare hoeveelheid dossiers. Vijfduizend strekkende meters papier die, zoals de maanden en jaren daarop zal blijken, schokkend gedetailleerde informatie bevatten over inwoners van Erfurt en omstreken.

Zoals ’Toxin’ en ’Kapitün’: twee aliassen voor Gabriele Stötzer. Haar netwerken bleken diep geïnfiltreerd. Meer dan twintig informanten hadden zich sinds 1976 in Stötzer verdiept, onder hen goede vrienden en collega’s met schuilnamen als ’Breaky’ en ’Wallenstein’. In elke groep waar ze zich ophield zat een Stasi-infiltrant, maar niet, zegt ze nu triomfantelijk, in haar groep van vrouwelijke kunstenaars. „Ze geloofden niet dat vrouwen gevaarlijk konden zijn voor het systeem.”

Met enige ironie zou men dat ook als gebrek aan erkenning kunnen opvatten. Maar zo ziet Stötzer dat niet. Temeer omdat er met alle activiteiten rondom het jubileum van Die Wende ook aandacht is voor haar en andere kunstenaressen uit de DDR. Onlangs heeft ze in Dresden met andere vrouwen een optreden gegeven, vanaf eind november is haar werk in Berlijn te zien op een tentoonstelling over vrouwelijke kunstenaars in de DDR. In Nederland houdt ze lezingen, en op de tentoonstelling ’DDR: Ostalgie & Paranoia’ in Den Haag hangt werk van haar.

Ze geniet ervan. Stötzer heeft geen last van te veel Ostalgie, of ergernis over de wijze waarop de Bondsrepubliek de val van de Muur ’claimt’, volgens sommigen. „Ik wil me juist herinneren hoe het was, toen, en de kracht uit die tijd laten zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden