De weldoener

Ik ben eens overgestapt naar een andere supermarkt, omdat het tussen mij en de plaatselijke daklozenkrantdakloze niet boterde. Het was een klein buurtsupertje waar je meestal direct geholpen werd, maar voor de deur stond een donkere zeerover die me bij het verlaten van de winkel altijd kwaad aanstaarde omdat ik het verder geschopt had dan hij.

Vanwege zijn woeste voorkomen gaf ik hem niks, misschien was dat het. Ik heb ook weleens een lief omaatje gezien dat hem uit een piepklein beursje een euro gaf en toen glimlachte hij zowaar; ik heb ‘m nooit zover gekregen.

Ik weet niet of supermarkten enige zeggenschap hebben over de daklozen bij hun ingang, maar sommigen vertegenwoordigen een aanzienlijke hindernis. Met de daklozen van mijn nieuwe supermarkt, het zijn er twee, heb ik ook al geen smetteloze band. Een staat er de hele dag te dommelen, alsof hij ’s ochtends een paar stevige drugs heeft genomen om het etmaal door te komen. Ik kan me dat weliswaar goed voorstellen maar voor een supermarktdakloze is het toch niet de juiste houding, vind ik.

Ik hoor van kennissen weleens dat hun dakloze de deur voor ze openhoudt en tassen draagt, maar die van mij laat voornamelijk zien waarom hij dakloos is geworden. De ander geef ik weleens een euro, onder de stilzwijgende afspraak dat hij zijn blaadje mag houden, waardoor het toch een soort bedelen wordt. Na die euro veronderstel ik dat ik ongeveer een week lang ben vrijgesteld van betaald medeleven, maar hij denkt er anders over. De volgende dag hoor ik hem opnieuw lispelen: ‘daklozenkrant meneer’.

Ik probeer me zo’n leven weleens voor te stellen.

Ooit zag ik er eentje buiten diensturen op een heel behoorlijke fiets klaarwakker rondrijden en dacht: het valt wel mee, maar soms word ik ook met ontferming bewogen. Bijvoorbeeld in de schoolpauzes als de supermarkt wordt belaagd door opgeschoten jongens, die niet allemaal tegelijk naar binnen mogen en dan als een soort vloedgolf de dakloze overspoelen. ’Mag ik met mijn vader mee naar binnen’, roepen ze als ik naar binnen ga tegen de supermarktbeheerder die ze in toom probeert te houden. De hele wereld ligt nog voor ze open en dakloze willen ze natuurlijk geen van allen worden, je voelt hun minachting over de mislukte volwassene.

Zo’n lelijk gevoel ken ik niet; ik realiseer me altijd dat ik er met een iets andere levensloop ook had kunnen staan met dat blaadje in mijn hand. Zouden ze mijn empathie voelen? Ik stel me voor dat ze ook een soort klantenbestand in hun hoofd hebben: deze wel, die niet. Aardige vent, takkenwijf. Die groet wel maar koopt nooit. Ook bevangt mededogen mij als er, op zaterdag vaak, concurrentie komen opdagen. Jongens die je een krantenabonnement willen aansmeren. Het Astmafonds. Ondersteun de Cliniclowns!

Tegen zoveel doelgerichte colporteurs kunnen ze niet op. Grauw en verslagen trekken ze zich terug. Soms zit er ook een zigeunerachtig vrouwtje voor de deur accordeon te spelen. Dan is een gang naar de supermarkt helemaal een charitatieve beproeving. Het leed voor de weldoener niet te overzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden