De Weimarjaren van Rusland

'Weimar' heet de periode in de Duitse geschiedenis die ligt ingeklemd tussen het einde van de Eerste Wereldoorlog en de machtsovername door Hitler in 1933. Ze duidt op de Republiek van Weimar, de eerste parlementaire democratie op Duitse bodem, een gewaagd experiment dat na veertien jaar volledig mislukt bleek te zijn. Sterke man Adolf Hitler nam de macht over, vernietigde de democratische instellingen en verwierf niettemin bij de bevolking een immense populariteit.

Ook 'Rusland' bestaat momenteel ongeveer veertien jaar. Ze vormt de eerste democratie op Russische bodem, even wankel als Weimar destijds, en momenteel in handen gevallen van de sterke man, Vladimir Poetin, die geleidelijk en onopvallend de democratische instellingen ondergeschikt maakt aan een autoritair regime. Zijn populariteit is onverminderd buitengewoon groot.

Vergelijkingen als deze zijn altijd tot op zekere hoogte misleidend, al was het maar omdat oppervlakkige waarnemers in Poetin dan een nieuwe Hitler willen zien, wat hij natuurlijk niet is. Bovendien bestaan er tussen het Duitsland ten tijde van het interbellum en het Rusland van heden uiteraard tal van fundamentele verschillen. Toch zijn er ook frappante overeenkomsten die kunnen bijdragen tot verklaring van wat zich momenteel in Oost-Europa afspeelt.

In de eerste plaats zijn beide jonge democratieën voortgekomen uit -en dus onlosmakelijk verbonden met- een nationale catastrofe. Weimar ontstond uit Duitslands nederlaag in de Eerste Wereldoorlog die tegelijk de ondergang bewerkstelligde van het Duitse keizerrijk. Rusland kwam voort uit de nederlaag van het sovjetimperium in de Koude Oorlog. In beide gevallen gingen lang gehuldigde aanspraken op de positie van wereldmacht (voorgoed?) in rook op.

Beide landen verloren daarbij delen van hun grondgebied. Het gedwongen afstaan van Elzas-Lotharingen aan Frankrijk laat zich vergelijken met de afscheiding van de drie Baltische staten van Rusland: late verworvenheden uit gewonnen oorlogen en nu alsnog verloren. En zoals de geallieerden na 1918 de (militaire) omsingeling van het sterk verzwakte Duitsland voltooiden, zo streeft momenteel de Navo met de uitbreiding van Roemenië en Bulgarije naar inperking van de Russische macht rond de Zwarte Zee.

Ook mondiaal gezien werden enorme verliezen geleden. Duitsland raakte bij het Verdrag van Versailles al zijn koloniën kwijt en werd in zijn invloedssferen sterk beknot; Rusland, ooit gevreesd van Cuba tot Vietnam, moest bij gebrek aan economische en militaire potentie terugvallen op het oude grondgebied.

Behalve geopolitiek zijn er intern-politiek grote overeenkomsten tussen Weimar en Rusland. De nieuwe parlementaire democratie, min of meer afgedwongen door voormalige buitenlandse rivalen, doet sterk kunstmatig aan en toont weinig vitaliteit: zoals de Weimar-republiek, zo 'speelt' Rusland het parlementaire spel zonder overtuiging. Onder de politieke partijen zijn er maar enkele die serieus de democratie zijn toegedaan. De meeste zijn als partijen vermomde belangengroepen. Meerdere Weimar-partijen verlangden terug naar de glorie van het keizerrijk, zoals de communisten in de Doema nostalgisch de Sovjet-Unie herdenken.

Veel kwaad heeft de economische ontwikkeling gedaan. Weimar en Rusland hadden te lijden van een hyperinflatie waardoor een goed deel van de middenklasse verarmd raakte en tegen het nieuwe bestel een diepgeworteld ressentiment ontwikkelde. De inderdaad gerealiseerde economische vooruitgang kwam al te zeer ten goede aan kleine groepen: de walgelijke nieuwe rijkdom van de Russische oligarchen wekt reminiscenties aan de poenerigheid van de Duitse oorlogswinstmakers ten tijde van Weimar.

Poetin is geen Hitler, maar evenmin als deze een democraat. Hij streeft alvier jaar lang naar een sterke staat, geleid door een kleine gesloten groep die steunt op een gewillige meerderheidspartij. Die groep bestaat uit vertrouwelingen: Hitler omringde zich met veteranen uit de wereldoorlog, Poetin verdeelde de belangrijkste posten onder zijn collega's uit de geheime dienst van de oude Sovjet-Unie, waarschijnlijk even onscrupuleus als de alte Kameraden van de Führer.

Het grote verschil tussen beide leiders ligt in hun wijze van opereren. Hitler koos bij zijn machtsaanvaarding voor een radicale breuk met de Weimar-democratie. In verbazend korte tijd rekende hij af met alle democratische instellingen, inclusief de partijen en vakbonden.

Poetin, niet een oud-soldaat als Hitler maar een voormalige spion, gaat op kousenvoeten te werk. De partijendemocratie mag blijven bestaan maar haar wordt haar oppositionele kracht ontnomen. De media worden niet met één klap uitgeschakeld maar geleidelijk afgeknepen. Evenals de nazi's tasten Poetin en zijn economische hervormers de macht van het bedrijfsleven niet rechtstreeks aan, maar ze verhinderen elke invloed op de politiek. Het kost hem moeite, maar totnogtoe kon Poetin het imago instandhouden van een leider die de liberale marktpositie een goed hart toedraagt.

Poetin speelt het slim. Na 9/11 begreep hij onmiddellijk dat zijn bloedige oorlog met de Tsjetsjeense rebellen in Amerika bijval zou kunnen vinden indien ze opnieuw zou worden gedefinieerd als zijn bijdrage aan de strijd tegen het internationale terrorisme (Sjaron deed precies hetzelfde met de Palestijnse intifada).

Of Rusland de 'Weimarjaren' op den duur geheel achter zich zal laten, moet worden afgewacht. Gegeven de druk uit de internationale gemeenschap is het niet waarschijnlijk. Rusland zal een hybridisch fenomeen blijven, met alle kansen en gevaren die bij een dergelijke tussenvorm horen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden