Column

De wegen van kinderen zijn ondoorgrondelijker dan verwacht

Beeld Maartje Geels

Er kwam een corpulente late zestiger aanlopen. Ogenschijnlijk niks mis mee, behalve misschien zijn postuur. Ik sprak met hem, beroepsmatig. Hij werkte in de opvoedbusiness en had weleens wat van mij gelezen. 

Ik merkte op dat ik er niet voor had doorgeleerd, maar dat ik vier kinderen heb en er al een jaar of negentien over schrijf. “De rest heb ik in de vrije ruimte opgedaan”, zei ik een beetje lacherig. “En u dan?”

Hij hijgde nog na van het tochtje van de auto naar waar we elkaar zagen, de lippen paars van zuurstoftekort. Hij bleek wel pedagogisch onderlegd en, schamperde hij met iets in zijn blik wat ik nog niet kon thuisbrengen: “De rest heb ik ook in de vrije ruimte opgedaan”. Ik had zeker met hem doorgepraat, maar ik moest verder.

Later hoor ik van iemand anders die hem ook had gesproken dat hij zijn kinderen al 25 jaar niet meer gezien heeft. Het voelt als een stoot in mijn maag. 25 jaar, dat is een lange tijd. “Waarschijnlijk iets met een nare vechtscheiding ofzo.”

Mijn eerste reactie als ik hoorde dat ouders hun kinderen niet meer zagen, was steevast dat die ouders het dan vast wel heel erg verkloot hebben. Een kind is altijd loyaal aan zijn ouders. Op het pijnlijke af. Ook al wordt het mishandeld, geestelijk of lichamelijk. Er moet heel wat gebeuren wil een kind het contact verbreken. Dacht ik altijd.

Ooit was ik voor een reportage op een bijeenkomst van verlaten ouders. Ik zag de ouders, hoorde hun verhalen, er werd veel gehuild, geklaagd en ik moest de walging over het slachtofferschap onderdrukken. Bij iedere moeder en vader die ik sprak vroeg ik: ‘En wat deed je zelf fout?’ Die vraag trof hun recht in het hart en bleef onbeantwoord.

Duivelsgebroed

Die middag kreeg ik een telefoontje van een vriend van me die al drie jaar gescheiden is. Hij heeft drie zoons van zestien, veertien en twaalf. Sinds de scheiding heeft hij de jongens amper gezien. Alles probeerde hij, hulptrajecten, psychologen, jeugdzorg. Maar zijn ex is boos. En hij was, geeft hij toe, te snel met zijn nieuwe liefje gaan samenwonen.

Er is geen plek waar hij de kinderen kan ontvangen zonder haar en dus ging hij, op de dag dat hij ze dan eens kon zien, van speeltuin naar pretpark naar McDonald’s met ze. De jongens weigeren bij hem thuis te komen, omdat ze de vriendin dom vinden. Hierdoor, en door hun moeder die haar afspiegelt als duivelsgebroed, ziet hij ze al drie jaar nauwelijks. Zijn psycholoog had gezegd: laat het maar even, je legt te veel druk op ze. “En dat is acht maanden geleden. Moet ik dan maar wachten tot ze 24 zijn?”

De wegen van kinderen zijn ondoorgrondelijker dan ik dacht, weet ik nu, ook uit eigen ervaring. Iets wat goed was, kan slecht worden. Zo ook bij de vriend. “Nee, nee, geef ze niet op. Geef ze nooit op”, zeg ik met meer felheid dan me lief is. Ik denk aan de dikke zestiger van die morgen. Wat intens schrijnend. Zelf geen kinderen meer, maar er toch willen zijn voor andere ouders. Ik moest er een traan om laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden