De weg naar Santiago begint in Friesland: volg het Jabikspaad.

Lachend kijkt de schoffelende vrouw op van haar werk als de twee randstedelingen haar huis – en vooral haar gigantische tuin en erf – voorbijfietsen. „Wat een uitzicht is het hier, niet te geloven”, hoort ze de toeristen zeggen, met veel jaloezie in de stem. Het compliment doet haar gezicht goed. Ze bukt en gaat verder schoffelen.

Het is hier in het hartje van Friesland ook ongelooflijk mooi. En op deze heldere, zonnige maar ook nog een beetje kille junidag kun je kilometers ver kijken. In het noorden is de Achmeatoren van Leeuwarden te zien, terwijl net een ANWB-bord heeft gemeld dat de Friese hoofdstad zeventien kilometer verderop is.

Hier en daar ligt een boerderij, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht. En helaas staat ook hier en daar een windmolen. Als je ze op een rij ziet, bij Lelystad bijvoorbeeld langs de snelweg, is het een mooi gezicht. Maar hier vallen ze in negatieve zin op, en ze maken ook nog eens een hoop herrie.

We hebben net Rauwerd (Reard op z’n Fries) verlaten en zijn op weg naar Irnsum (Jirnsum, maar nu houden we op met vertalen), de volgende halteplaats van het Jabikspaad, een pad dat loopt van Sint-Jacobiparochie in het noordwesten van Friesland naar Hasselt in Overijssel. Het Jacobspad is niet alleen een fiets-, maar ook een wandelroute – en dat is het opmerkelijke ervan. De wandelaar of fietser hoort onderweg vier verschillende talen: het Bildts, het Fries, het Stellingwerfs en het Overijssels.

Eigenlijk gaat het pad nog verder dan Hasselt en eindigt het pas in Santiago de Compostela in Noordwest-Spanje, terminus van de befaamde pelgrimsroute. De wandelaar die de route loopt, volgt het visioen van Karel de Grote: „Op een nacht zag hij een weg van sterren aan de hemel. Deze begon bij de Friese zee, neeg naar Duitsland en Italië, en voerde tussen Gallië en Aquitanië door, regelrecht door Gascogne, Baskenland, Navarra en Spanje, rechtstreeks naar Galicië, waar het lichaam van de zalige Jacobus, toentertijd onbekend, verborgen lag.

Maar laten we het bescheidener houden en in (een deel van) Friesland blijven. Je kunt het Jabikspaad in etappes lopen (je doet er dan gauw een week over, gezien de afstand van 150 kilometer) en onderweg steeds een hotelletje nemen. Maar je kunt ook voor één dag een deel nemen, en langs een andere route weer terugfietsen.

Wij pakken het Jabikspaad op bij de camping en jachthaven van Oosterlittens, pal tegenover de oude melkfabriek die na een flinke restauratie sinds een paar jaar bewoond is. Via een rustig fietspad zonder hinderlijke auto’s voert de route naar Baard en vervolgens via de gewone weg naar het dorp dat beroemd is door het boek van Geert Mak: ’Hoe God verdween uit Jorwerd’.

We steken het spoorlijntje van Leeuwarden naar Stavoren over en gaan via Mantgum en Oosterwierum naar Rauwerd, het dorp van de schoffelende vrouw. Dit is een van de plekken waar wij – hadden wij het voor het zeggen – een andere richting waren ingeslagen dan het officiële pad aangeeft. We moeten via een vrij drukke weg (wel met een apart fietspad) naar Irnsum; wij zouden gekozen hebben voor de weg via Flansum.

In Irnsum gaat het Jabikspaad verder naar Akkrum en komt de fietser dus weer een stuk dichterbij Hasselt, maar wij willen dezelfde dag nog terug en gaan via Poppenwier naar Deersum. Daar even linksaf, langs de N354 richting Sneek, en na ongeveer een kilometer rechtsaf (let goed op het witrode fietsbordje), door het weiland heen. Daarin ligt een boerderij die niet per auto te bereiken is – slechts te voet, per fiets of boot; dat zal zelfs in Friesland niet vaak voorkomen.

We gaan vier gammele en smalle bruggetjes over met slechts aan één kant een reling, en blijven genieten van het uitzicht, de vogels, de mooie omgeving. En van de rust. Even naar Hennaard (een paar jaar geleden gepromoveerd van gehucht naar dorp; lees de geschiedenis op het paneel bij de begraafplaats) gaat de weg over in een bijna verlaten fietspad, terug naar Oosterlittens.

Het leuke van het Jabikspaad is dat op sommige delen het fiets- en het wandelpad niet samenvallen – op het ene zie je wat anders dan op het andere. Neem het deel Baard-Jorwerd, als je dat te voet aflegt (en dat hebben we de volgende dag gedaan), ga je dwars door de weilanden, langs schapen, koeien en stieren – de rode fleece moet eventjes binnenstebuiten –, over sloten en door ongemaaid gras. Het is het oude kerkenpad: aanhangers van verschillende denominaties moeten elkaar hier tegengekomen zijn, want zowel Baard als Jorwerd heeft een kerk.

Bij Jorwerd is het even oppassen want daar is het pad niet goed te herkennen. Hou de kerk van het dorp (die gerenoveerd wordt en in de steigers staat) in de gaten, en er kan niks misgaan. We hebben er nu anderhalf uur lopen opzitten – het makkelijkst is nu weer gewoon terug te wandelen via dezelfde route. Dat lijkt saai, maar dat is het zeker niet – van oost naar west heb je toch weer een ander perspectief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden