De weg naar duurzaam is lang

Een bruinkoolcentrale van elektriciteitsbedrijf Vattenfall in Duitsland. Ook het Nederlandse Nuon wordt aan dit Zweedse bedrijf verkocht. (FOTO JOCHEN ECKEL, BLOOMBERG)Beeld BLOOMBERG NEWS

Kunnen Nederlandse energiebedrijven wel of niet zelfstandig voortbestaan? Nuon en Essent dachten van niet en boden zichzelf te koop aan in het buitenland. De derde speler van Nederland, Eneco, vaart een andere koers: zelfstandig en duurzaam. Of dat succes heeft, is de vraag.

Het rommelt op de Nederlandse energiemarkt. Na veel getouwtrek is Essent verkocht aan het Duitse RWE en is Nuon in handen van het Zweedse Vattenfall. Eneco, de derde energieleverancier van Nederland, denkt dat verkoop voorlopig niet nodig is en vaart een eigen koers.

Toch was het wel degelijk de verwachting dat ook Eneco in de etalage zou belanden. Nadat in sneltreinvaart liberalisering en splitsing waren doorgevoerd, achtten energiebedrijven schaalvergroting noodzakelijk om te kunnen concurreren op de internationale markt. Tot Eneco-topman Jeroen de Haas in een interview vertelde voorlopig niet aan overname te denken. Dankzij de nieuwe strategie, groot worden in de opwekking en verkoop van duurzame energie, kan zijn bedrijf het voorlopig voorlopig best alleen stelde hij.

Een plan met de blik op de toekomst, want de productie van energie gaat de komende jaren behoorlijk veranderen. Fossiele brandstoffen raken uitgeput waardoor de prijs stijgt. Grote olieconcerns voorspellen dat de hoeveelheid makkelijk winbare olie mogelijk al afneemt vanaf 2015. Daarbij zullen er steeds minder spelers achter de oliekraan zitten. De overheid is niet graag afhankelijk van een klein aantal aanbieders.

Ook het milieu speelt een rol. Fossiele brandstoffen zijn grote vervuilers, in tegenstelling tot duurzame energiebronnen. De transitie naar schone opwekkers is daarom noodzakelijk en onvermijdelijk.

Voor een energiebedrijf als Eneco is die omschakeling een stuk gemakkelijker dan voor grotere leveranciers. Die laatsten hebben een flinke rij kolencentrales en die schrijf je niet zomaar af. Eneco heeft dat niet. Het is kleiner en wendbaarder. Bijna de helft van de energie koopt het bedrijf in op de energiemarkt, waardoor overschakelen naar duurzaam voor hen, simpel gesteld, alleen een kwestie is van anders inkopen en windmolens bouwen. Om de periode te overbruggen waarin onvoldoende duurzame energie wordt geproduceerd, bouwt het bedrijf een gascentrale van 870 megawatt. De helft minder vervuilend dan een kolencentrale, en voorlopig goed voor ruim 25 procent van de totale stroomproductie van het bedrijf.

Dat betekent niet dat Eneco het zonder meer gaat redden op deze manier, want de weg naar duurzaam zit vol hobbels en gaten. Voor een duurzame energietransitie is innovatie nodig en dat kost geld. Tegelijkertijd moet het bedrijf, omdat het relatief klein is, zo efficiënt mogelijk werken. Zo wordt kosten bespaard waardoor het bedrijf beter kan concurreren. Dat botst met innovatiebudgetten die pas op de lange termijn geld opleveren. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat het onderzoeksbudget drastisch gekort wordt tijdens bezuinigingen.

Dat was dan ook één van de redenen die Essent gaf als noodzaak voor de verkoop. De leverancier wil graag een duurzame weg inslaan, maar zou daar simpelweg geen geld voor hebben. Een zware speler als RWE, die overigens bekend staat als een van de meest vervuilende energieproducenten ter wereld, zou een stevige financiële basis voor meer duurzame energie kunnen betekenen.

Ook het economische tij werkt de plannen van Eneco tegen. Geld voor technologische ontwikkeling en voor het bouwen van windmolenparken moet deels van banken en partners komen. Die houden tijdens de crisis meer dan gebruikelijk de hand op de knip. Een aantal bedrijven uit de duurzame industrie belandde daardoor aan de rand van de afgrond, en ook Eneco heeft daardoor minder projecten kunnen realiseren dan oorspronkelijk de bedoeling was.

De andere energiebedrijven proberen Eneco ondertussen de wind uit de zeilen te nemen: ze profileren zich allemaal als ’groen’. Onder hen is Vattenfall, koper van Nuon en daardoor directe concurrent van Eneco. Vattenfall heeft weliswaar een lange rij vervuilende centrales op zijn naam staan, waaronder kolen en kerncentrales. Maar profileert zichzelf redelijk succesvol als schoon bedrijf, door in reclamecampagnes heldere watervallen op te voeren. Zelfs RWE probeert zich schoon voor te doen. Het lijkt erop dat een ’groen’ imago een must is. En het is maar de vraag of Eneco in zijn huidige vorm de groene massa voldoende kan ontstijgen om te overleven.

Er zijn meer kapers op de kust. Prijsvechters als de Nederlandse Energie Maatschappij weten met agressieve reclamecampagnes wel beweging in de markt te krijgen die na de liberalisering vast leek te zitten. Voor internationale bedrijven is het klantenverlies dat dit tot gevolg heeft een peuleschil. Deels ook omdat het niet ongebruikelijk is dat prijsvechters in korte tijd een groot klantenbestand proberen op te bouwen, om het daarna weer te verkopen. Voor een kleine speler als Eneco kan het hard aankomen. Zeker omdat de tegenaanval, de reclamecampagne van Eneco, marginaal is.

Het blijft daarom voorlopig spannend of Eneco het wel of niet alleen zal redden, ook voor het bedrijf zelf. Het beleid is dan ook dat de ’voorlopige koers’ is om alleen door te gaan. Maar dat kan bij wijze van spreken morgen veranderen. Mede omdat de grootste aandeelhouder, Rotterdam met dertig procent, alleen in de gemeenteraad besloten heeft het energiebedrijf niet willen verkopen. De raad liet zich overhalen door de overtuigende Eneco topman Jeroen de Haas. Maar het college dat uiteindelijk de knoop doorhakt heeft nog geen beslissing gemaakt. Zou Rotterdam kiezen om te verkopen, dan is de situatie op slag anders.

Om dat te voorkomen vergroot Eneco toch voorzichtig de schaal, maar dan binnen Nederland. Zo flirt het bedrijf openlijk met het doodzieke vlaggenschip van de Nederlandse duurzaamheidsindustrie Econcern. Die zoekt naar een sterke partner omdat het anders in de golven van de financiële crisis ten onder gaat. Eneco is de gedroomde overnamekandidaat omdat projecten die onder de vlag van Econcern geen geld meer krijgen, waarschijnlijk meer kans van slagen hebben bij Eneco. Daarbij heeft het bedrijf een profiel dat Econcern aanspreekt. De verkoop zit volgens Eneco in de ’finale fase’.

Voor de energieleverancier zou het een slimme zet zijn. Energie-experts, ook bij Eneco zelf, denken dat de opwekking van energie in de toekomt decentraal zal gebeuren: burgers plaatsen zonnepanelen op het dak en een windmolen in de tuin en zijn zo niet meer afhankelijk van één grote producent. Met de koop van het noodlijdende bedrijf hoopt de energieleverancier de kennis te kopen die nodig is om die windmolens en zonnepanelen voor particulier gebruik te faciliteren.

Geen gekke gedachte. Met de aankoop wordt in één keer een enorme hoeveelheid kennis aan boord gehaald, én een aantal lopende projecten. Dat scheelt in de innovatiekosten en zorgt voor een robuuster Eneco. Datzelfde effect bereikt het concern met de aankoop van een windmolenpark in het Belgische Halderberge en een groot aandeel in groene energieleverancier Greenchoice. Het zijn kleine projecten, maar gezamenlijk vergroten ze de slagkracht. Zonder dat het bedrijf het roer uit handen hoeft te geven zoals de Nederlandse collega’s Essent en Nuon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden