De weesfiets staat hinderlijk in de weg

Weesfietsen worden ze genoemd. Of verlaten fietsen. Neergezet op een openbare plaats, maar niet meer opgehaald. Een fiets achterlaten, wie doet dat nou?

TEKST ONNO HAVERMANS

Op de bagagedrager staat een plastic kinderzitje, compleet met voetsteuntjes. Een zware ketting met dito slot slingert tussen frame en voorwiel. De eigenaresse heeft haar rijwiel ooit veilig weggezet, maar er daarna niet naar omgekeken. Want dit is een weesfiets. Op het zadel een zweem van mos, roestvlekjes op de velgen, en, als proef op de som, een dun plastic koordje om het achterwiel.

Die tiewrap, aangebracht door een toezichthouder van de gemeente Den Haag, bewijst dat de fiets langere tijd niet is gebruikt. Was dat wel gebeurd, dan had de fietser het plastic ongemerkt bij de eerste trap kapot getrokken. Maar deze fiets is niet van zijn plaats gekomen en daarom staat-ie nu in het Fietsdepot Haaglanden, op een bedrijventerrein aan de rand van de stad, tussen honderden andere fout geparkeerde of achtergelaten fietsen. Zeker tien ervan hebben net zo'n kinderstoeltje achterop.

Wie doet zoiets? Wie parkeert zijn of haar fiets om hem niet meer op te halen?

Waarschijnlijk studenten, zegt sociaal geografe Annelien Meerts. In elk geval jonge, hoog opgeleide mensen. Althans, dat kwam uit het onderzoek dat Meerts een jaar geleden verrichtte voor de Universiteit Utrecht, in opdracht van het kenniscentrum Fietsberaad. Zoals het een wetenschappelijk onderzoeker betaamt houdt Meerts een flinke slag om de arm: er is meer onderzoek nodig om echt vast te stellen wie de fietsverlaters zijn. Duidelijk is wel dat de usual suspects deze keer buiten schot blijven.

Oude barrels
"Altijd hebben de niet-westerse allochtonen het gedaan, maar nu niet." Allochtonen fietsen niet of nauwelijks. Ook in de lagere sociale klassen is de fiets geen favoriet vervoermiddel. Mensen die veel fietsen zijn over het algemeen jong en hoger opgeleid. In die groep zitten ook de mensen die wel eens een fiets hebben achtergelaten, blijkt uit het onderzoek. "Studenten hebben vaak oude barrels, want ze moeten buiten staan en onaantrekkelijk zijn voor dieven", zegt Meerts. "Vier op de vijf mensen die wel eens een fiets hebben achtergelaten zeggen dat die fiets in slechte staat verkeerde."

Weesfietsen worden ze genoemd, fietsen die wekenlang in een stalling staan, in een rek, aan een hek of zomaar ergens in een straat. De benaming is van het Fietsberaad. "Wij hebben de weesfiets ontdekt tijdens tellingen bij stations, tien jaar geleden", zegt coördinator Otto van Boggelen. "Fietsen die er langere tijd staan, houden schaarse plekken bezet. Er is toen flink geruimd. Maar toen we die tellingen in 2006 herhaalden bleek dat nog steeds een op de vijf fietsen er langere tijd ongebruikt staat. De fiets is een wegwerpartikel geworden."

Nieuw is het fenomeen niet. Beeld en Geluid bewaart filmpjes (te zien op YouTube) uit de jaren vijftig van de vorige eeuw over het afvoeren van verlaten fietsen. Ook toen stonden ze al hinderlijk in de weg. "Als je niets doet, staat na vijf jaar de stalling vol", zegt Meerts. "Overigens staan de meeste weesfietsen gewoon ergens op straat, in een woonwijk. Maar op het station is de overlast het grootst, vandaar dat de aandacht doorgaans daarop is gericht."

Bureau Berenschot stelde vier jaar geleden het Handboek Weesfietsen op, in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen en het ministerie van milieu en infrastructuur. Vorig jaar verscheen de tweede versie: 'Handboek Weesfietsenaanpak, Stappen naar een structurele handhaving van het fietsparkeren'. Gemeenten kunnen aan de hand van een stappenplan een oplossing zoeken voor de wirwar van fietsen: fout geparkeerd, weesfietsen en fietswrakken. Om subsidie voor nieuwe stallingen te krijgen van het ministerie moeten gemeenten een structurele aanpak van weesfietsen hebben.

"Zomaar rekken erbij plaatsen is geen oplossing", weet Monique Geerdink, adviseur bij Berenschot en ex-lid van het inmiddels opgeheven weesfietsenteam dat gemeenten ondersteunde bij het opzetten van die aanpak. "Daarvoor is meestal geen ruimte, zeker bij stations niet. En die extra rekken raken ook weer vol. Het handboek geeft mogelijkheden om de overlast aan te pakken, en ook hoe het dan juridisch zit. Het is nu aan de gemeenten om dat, in samenwerking met de NS, uit te voeren."

Een van de stappen is het opzetten van een Fietsdepot of AFAC, de Algemene Fiets Afhandel Centrale. Hier worden fietsen die in de weg staan naar toe gebracht en tijdelijk bewaard. De methode is door het Centrum Fietsdiefstal ontwikkeld. Voor kleinere gemeenten bedacht het Centrum de AFAC-light: de gemeente bewaart een gevonden fiets twee weken zelf en draagt hem dan over aan het Landelijk Fietsdepot. De 25 bestaande depots werken allemaal met hetzelfde softwarepakket om gevonden fietsen aan te melden en te fotograferen. "Dat zorgt voor een uniforme aanpak", zegt Mojgan Yavari, landelijk coördinator Aanpak Fietsdiefstal. "Iemand die aangifte doet van fietsdiefstal wordt altijd gevraagd of hij of zij de AFAC-site al heeft geraadpleegd. Dat voorkomt onnodige aangiften bij de politie en claims bij verzekeringsmaatschappijen."

De medewerkers van het Fietsdepot Haaglanden zetten daarom elke fiets die ze ophalen letterlijk op z'n kop, om te kijken naar het unieke framenummer of de barcode van de fabrikant. De fiets wordt vervolgens nauwkeurig beschreven en gefotografeerd. "Wij gaan om met de eigendommen van een ander", zegt Arjan Langbein, manager arbeidsontwikkeling van de Haeghe Groep, het Haagse sociaal werkbedrijf dat het Fietsdepot runt.

"Wij willen het liefst dat elke fiets teruggaat naar de eigenaar", zegt Langbein. "Daarom is het ook zo belangrijk om aangifte te doen van een vermiste fiets. Ik ben ervan overtuigd dat we veel meer fietsen kunnen teruggeven, maar het gedrag van sommige mensen is te nonchalant. Soms komt iemand vragen of z'n fiets hier staat, terwijl hij het merk niet meer weet en de fiets amper kan beschrijven.

Het Fietsdepot Haaglanden verwerkte vorig jaar bijna 13.000 fietsen uit Den Haag, Delft en Zoetermeer. Dit jaar verwacht Langbein een stijging naar 17.000, deels doordat ook Pijnacker-Nootdorp meedoet. Elke gemeente heeft zijn eigen regels. Den Haag is streng: een fiets mag niet langer dan zeven dagen ongebruikt in een openbare stalling staan, dan gaat er al een tiewrap omheen, plus een label waarop staat dat de fiets na twee dagen wordt weggehaald. Een fout geparkeerde fiets moet al binnen een half uur na het aanbrengen van zo'n label weg zijn.

Dat label geeft duidelijk uitleg over de toepassing van 'bestuursdwang', zegt Leon Peltenburg, coördinator van het Haagse fietsenteam. "In sommige delen van de stad mag helemaal geen fiets staan, al trekt niet iedereen zich daar wat van aan. We blijven fout geparkeerde fietsen weghalen uit hetzelfde gebied. Daarnaast proberen we vooral de bereikbaarheid van het openbaar vervoer goed te houden. Een stalling is niet bedoeld om te overwinteren."

'De vaste wereld'
Den Haag begint na de zomer met een proef om weesfietsen te verwijderen uit een woonwijk. In de vooroorlogse wijk Regentesse-/Valkenhofkwartier is de overlast van lukraak geparkeerde fietsen groot, vermoedelijk doordat er veel tijdelijke bewoners zijn, zegt Peltenburg. "Er wonen veel studenten en Polen die een poosje hier werken. Er zijn fietsklemmen, maar die staan vaak overvol. We hebben de algemene plaatselijke verordening aangepast zodat het mogelijk is fietsen die langer dan 28 dagen ongebruikt op straat staan los te slijpen van 'de vaste wereld', dat wil zeggen: een rek, hek of paal." De bewonersvereniging en de Fietsersbond steunen de proef. Begrijpelijk, vindt Annelien Meerts. "Het is voor bewoners een grote ergernis. Eigenlijk zouden zij zelf moeten kunnen labelen, zij weten het best welke fietsen niet worden gebruikt."

De medewerkers van het Fietsdepot halen alleen fietsen op die door handhavers van de gemeente zijn aangewezen, verzekert Langbein. "Bijna de helft van de fout gestalde fietsen die hier binnenkomen wordt binnen een week opgehaald. Staat een fiets hier langer dan vier weken dan is de kans dat hij wordt opgehaald minimaal. Dat geldt ook voor weesfietsen." De fietsen blijven maximaal zes weken, en in uitzonderlijke gevallen twee keer zo lang, in bewaring. Daarna moeten ze weg, want het depot krijgt dagelijks nieuwe aanvoer. Een fiets met kenmerken van diefstal - als het framenummer is weggekrast of de sticker met barcode verwijderd - wordt vernietigd. Dat gebeurt ook met fietswrakken, die een of meer wezenlijke onderdelen - stuur, zadel, trappers, wielen - missen. De andere fietsen gaan naar de handel of naar leerwerkplaatsen, waar ze worden opgeknapt om weer te worden verkocht.

Weghalen is cruciaal in de weesfietsenaanpak, maar voorkomen is nog beter, stelt Otto van Boggelen. "Je hebt snel resultaat, maar verwijderen kost veel geld. En het is nogal een rompslomp." Bovendien kun je pas gaan handhaven als het aanbod aan stallingsplaatsen goed is, weet Stefan Gitz, formulemanager fietsparkeren bij de NS. "In de manier waarop onze reizigers naar het station komen is het aandeel fiets de afgelopen jaren enorm toegenomen. Daardoor is, vooral in de grote steden, het probleem van de weesfietsen rondom de stations ook flink gegroeid. Wij moeten dus, samen met de gemeenten, zorgen dat er genoeg stallingen zijn en dat ze aantrekkelijk zijn. De handhaving op het voorplein, dus het verwijderen van weesfietsen, en het gebruik van de bewaakte stallingen zijn communicerende vaten."

Gitz noemt Zutphen en Houten als voorbeelden van goede samenwerking tussen gemeenten en NS. De stallingen zijn makkelijk bereikbaar, overzichtelijk en open voordat de eerste trein vertrekt en tot nadat de laatste is aangekomen. "Maar je ziet in Zutphen dat de ruimte alweer schaars begint te worden. Je moet altijd opletten dat de klanten de stalling niet gaan gebruiken als schuurtje. Dan kom je al snel uit bij een vorm van registratie."

Van Boggelen zou het liefst zien dat elke fiets een uniek kenmerk zou krijgen, zoals de kentekenplaat bij auto's. "Dan is de eigenaar makkelijk op te sporen en heb je geen weesfietsen meer. Maar nationale registratie van fietsen is drie stappen te ver. Er worden nu proeven gedaan met een sticker of een barcode, waardoor je makkelijk een stalling in komt omdat die je fiets herkent. Misschien is het mogelijk om zo'n systeem in de toekomst te koppelen aan de ov-chipkaart."

Dan nog blijven we zitten met fietsen die kennelijk overbodig zijn. Wat moet je met een fiets die je niet meer gebruikt? "In veel steden mag de oude fiets bij het grofvuil", zegt Annelien Meerts. "Je moet je fiets dan wel zelf labelen als grofvuil, want de ophaaldienst zal niet zomaar een fiets meenemen. Gemeenten moeten ook duidelijk maken waar je je oude fiets kunt inleveren. Een campagne gericht op studenten, via universiteiten en hogescholen. Misschien helpt een beloning, al moet je dan weer oppassen voor misbruik. Het opruimen kost klauwen met geld, dus het loont de moeite."

Uniek framenummer De Nederlandse fietsfabrikanten maken sinds 2005 gebruik van een uniform framenummer: een combinatie van twee letters en zeven cijfers. Gazelle bijvoorbeeld heeft de lettercombinatie GZ en Batavus BA gevolgd door zeven cijfers. Dit framenummer wordt op het frame onder de blanke lak aangebracht en is in één oogslag te zien.

Het Centrum Fietsdiefstal geeft landelijk de zogenaamde AFAC-nummers uit volgens hetzelfde principe. Medewerkers van de Fietsdepots graveren zo'n nummer op verzoek op een fiets, waarna ze een barcodesticker aanbrengen om het rijwiel te registreren. Fietsen die al een uniek nummer hebben worden niet ook van een nieuw nummer voorzien, verzekert Mojgan Yavai, landelijk coördinator Aanpak Fietsdiefstal.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden