Klein Verslag

De week van Helmut Kohl en mijn moeder

Beeld Wim Boevin000

Europa nam afscheid van Helmut Kohl, ik van mijn moeder. Met de zonen van Helmut heb ik gemeen dat we nu wees zijn. Geen kind meer. Helmut was veel machtiger dan mijn moeder. Behalve voor mij. Ik vond mijn moeder machtiger. Grootser bedoel ik.

Helmut hief de Duitse deling op, maar de breuk in zijn gezin kon hij niet helen. Hij wist zich met zijn zonen niet te verzoenen. Walter klopte met twee kinderen aan de deur van zijn ouderlijk huis, waar Helmut nog lag opgebaard, en werd niet binnengelaten. Onder het oog van de camera's moest de politie de zoon en de kleinkinderen van het terrein verwijderen.

Zelfs na de dood was er geen toenadering mogelijk. En daarna: een rouwceremonie, grote sprekers, een parlement, een helikopter, een schip, een kerk, een staatsbegrafenis. Enorme kist, bedekt met enorme vlaggen.

Maar geen kinderen.

Niet in Straatsburg, niet in Speyer.

We reden door de stromende regen. De ruitenwissers sloegen op hol.

Mijn moeder reed voor ons, in een zilvergrijze limousine.

Ik zie haar nu, terwijl ik dit schrijf; ze ligt in haar kist, waarvan de binnenkant met wit satijn is bespannen. In de hoeken naast haar hoofd twee witte rozen. Haar hoofd is zijwaarts gedraaid en rust op een kussen. Haar grijze haar is gekamd, haar lippen heel licht gestift. Ze draagt een oorknopje van parelmoer, dat terugkeert in de knoopjes van haar rode vest. Haar wang rust tegen het doekje dat ze al als kind bij zich had in bed. Haar gezicht heeft de tint van de zomer. Onder haar arm het pluche rode beertje dat ik schonk voor Moederdag.

Ze is de mooiste dode die ik ooit heb gezien. We staan er als haar kinderen betoverd naar te kijken. We wachten op een prins.

Mijn moeder was mooier dan Helmut. We droegen haar het zaaltje in, ik sjorde rechts aan haar hoofdeinde, haar kist was zwaar.

Geen Juncker, geen Bill Clinton. So sleep well, my friend, zei Clinton, in het halfrond van een koude zaal met hardblauwe stoelen.

We spraken zelf. Kinderen, kleinkinderen. Zoete herinneringen aan hoogpolig tapijt, een wuiven achter een raam. Ze vond Emile Roemer knap. Ons halfrond bood zicht op een omsloten tuin, bomen wiegden in de regen.

Geen Alle Menschen werden Brüder. Wel Bizet en zijn parelvissers. Qui, c'est elle. C'est la déesse.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Wim Boevin000

Voor Helmut een groot graf, waar eerbiedig omheen kan worden gestaan, grote Duitser, groot Europeaan. Voor mijn moeder een oven. De ovenruimte klinisch als in een ziekenhuis. Stalen valluiken, hittemeters. Als het lampje groen is dan is de oven klaar. Op de kist een vuurvast steentje met een nummer. Sterkte, zeiden de crematoriummedewerkers.

Het luik ging open. Mijn zusje omklemde mijn arm. Een gloedrood binnenste, gemetseld, een steenoven.

Pizza.

Soms vat de kist meteen vlam, had de medewerker gewaarschuwd. En ja, om haar hoofdeinde een krans van vuur. Het luik viel weer dicht.

Toen Kohl als kanselier afscheid nam, speelde een militaire kapel voor hem. Hij had tranen in zijn ogen. Hij was overweldigd door zijn eigen betekenis. Mijn moeder huilde niet.

't Komt goed, fluisterde ze.

En ik, ik stak het beertje bij me.

Lees meer: Klein Verslag

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden