Review

De wateringenieur is niet geliefd

Ghazi Abdel-Qadir: 'De ijzeren kameel', vert. Els van Delden, ill. Yvonne Jagtenberg, La Rivière en Voorhoeve, 79 p, ¿ 26,50, v.a. 9 jr; 'Moestafa het straatventertje', vert. Gerrit Bussink, Leopold, 108 p, ¿ 27,50, v.a. 11 jr; 'Mussemelk en duivelsdrek', vert. Jant van der Weg, La Rivière en Voorhoeve, 128 p, v.a. 10 jr.

In het nieuwe kinderboek 'De ijzeren kameel' van de Palestijnse auteur Ghazi Abdel-Qadir (47) is direct duidelijk dat de volwassenen een zekere wateringenieur wel kunnen schieten. Oma heeft haar woede naar deze man zelfs tot haar gebruikelijke groet gemaakt: in plaats van 'Goedemorgen' zegt ze bijvoorbeeld 'Moge deze dag ons sparen voor de wateringenieur'. De negenjarige Samira geneert zich voor haar oma en wil eindelijk wel eens weten wat er met die uitbundig vervloekte man aan de hand is.

Abdel-Qadir beheerst de kunst van het nieuwsgierig maken van de lezer perfect. Maar hij doet meer. In rake streken maar toch met milde ironie schildert hij de armoedige leefsituatie van Samira en haar oma, tegenover de rijkdom van corrupte gezagsdragers.

Samira en haar oma wonen in een krot bij een vuilnisbelt, in een grote stad in het Midden-Oosten. Ze leven van het afval, dat ze sorteren en verkopen. Sjeik Mahdi komt langs in een grote zwarte auto met chauffeur. Hij heeft een stapel verkiezingsaffiches bij zich: 'Stem op sjeik Mahdi, de bevrijder uit alle ellende!', en smeert oma stroop om de mond met bloemrijke volzinnen over die verderfelijke wateringenieur. Een zak rijst en melkpoeder zijn duidelijk bedoeld om oma ertoe te bewegen zijn pamfletten te verspreiden.

Pas na veel aandringen krijgt Samira het verhaal, dat zo'n dertig jaar geleden begon, te horen. Het is een prachtige eigentijdse parabel over hoe de moderne technologie het ecologisch evenwicht van mens en natuur kan verstoren als die gedachteloos, met hebzucht als drijfveer, wordt toegepast. Ook dit verhaal kriebelt de nieuwsgierigheid van de lezer, want het begint langs de paradijselijk groene oevers van een beekje, waar de familie van Samira toen in betrekkelijke welstand woonde. Wat is er dan gebeurd dat ze nu in een krot bij een vuilnisbelt wonen? Op een dag vinden stamgenoten een gewonde man bij een motor, een 'ijzeren kameel'. Ze verzorgen hem tot hij weer beter is. Als dank wil hij een onvruchtbaar stuk land voor ze gaan bevloeien met een pomp, zodat zij ook ijzeren kamelen kunnen kopen. De pomp is gratis, als hij een kwart van de oogst krijgt. Het is het begin van een sneeuwbaleffect: de ingenieur, met sjeik Mahdi aan zijn kant (!) komt met kunstmest, grondverbeteringsstoffen en sproeimiddelen en schroeft zijn eisen op; door het aftappen komt een stam aan de benedenloop van de beek water tekort, hetgeen tot gewapende conflicten met doden leidt; het dorp van Samira's familie krijgt ruzie met de ingenieur, waarop die met zijn pomp vertrekt naar een stam die aan de bovenloop woont, waardoor het dorp van Samira weer geen water krijgt. Gevolg: een stammenoorlog die voor de verarmde stam van Samira eindigt op de vuilnishoop van de stad waarheen deze vlucht.

Logica

Het is een verhaal met een volstrekt dwingende logica van oorzaak en gevolg. Verkeerde ontwikkelingshulp in een notedop. Abdel-Qadir doseert de elementen van het verhaal zorgvuldig, zodat elk daarvan tot zijn recht komt. Tegelijk onderbreekt hij het steeds: door beelden van Samira en haar nichtje op de vuilnishoop, en door commentaar van de meisjes. Het is een verhaal-in-een-verhaal dat eenvoudig en natuurlijk lijkt, maar geraffineerd ìs. Abdel-Qadir gebruikt het bloemrijke van traditionele vertelstructuren wel, maar heeft zelf weinig woorden nodig om een complex verhaal helder te vertellen, in een precies kloppende wisselwerking van heden en verleden.

'De ijzeren kameel' is het vijfde boek van Ghazi Abdel-Qadir dat in korte tijd in het Nederlands verschijnt. Met het eerste, 'Mijn avonturen met Abdallah' (1993) viel hij al meteen op als subliem verteller, bij wie het tragische en het komische vaak samenvallen. Abdel-Qadir woont in Duitsland, waar hij evangelische theologie en islamwetenschap studeerde. Hij schrijft over kleine mensen in een islamitische wereld, en zijn humor gaat nooit ten koste van de islam of van zijn hoofdpersonen. Alleen domheid, egoïsme, corruptie en heethoofdigheid zet hij te kijk. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook in 'Moestafa het straatventertje', dat in Koeweit speelt en waarschijnlijk sterk autobiografisch is, aangezien Abdel-Qadir vroeger zelf straatverkoper en kelner in Koeweit is geweest. In feite geeft het boek een beeld van een rijk land, gezien door de ogen van een elfjarig gastarbeidertje. In die zin doet het denken aan 'Gekke Mustafa' van Halil Gür (1985), of aan 'De weg naar het Noorden', het sterke debuut van Naima El Bezaz (1995). De omstandigheden zijn echter anders: Koeweit is voor allochtonen een nog veel hardere maatschappij dan Nederland. Dat ervaart Moestafa, de ik-figuur van het verhaal dat in 1976 speelt. Zijn vader belandt in de gevangenis met als enige misdaad dat hij dronken is geweest. Daarop worden ook hun huis en verblijfsvergunning afgenomen. Gelukkig wordt Moestafa opgevangen door twee iets oudere straatventers, ook allochtoon, die ware vrienden worden. Op slimme wijze ontkomen de vrienden aan arrestatie, maar hun vindingrijkheid kan niet voorkomen dat ze later, als ze samen een koffiehuis hebben kunnen kopen, weer bedrogen worden door een rijke Koeweiti, zodat ze opnieuw op straat staan. Een boeiend verhaal dat je in één ruk uitleest. Onthullend ook, omdat Koeweit nu eens niet als slachtoffer van Iraakse agressie (Golfoorlog) getoond wordt, maar als onderdrukker van gastarbeiders.

Het eveneens recente 'Mussemelk en duivelsdrek' is minder sterk, omdat de personages hierin wèl karikaturen worden. Abdel-Qadir gaat uit van een modern, gemengd Europees-Arabisch gezin, waar een traditionele grootvader uit Jordanië komt logeren. Deze uitersten geven volop aanleiding tot culturele misverstanden over en weer, die met veel gevoel voor theater neergezet worden. Maar Abdel-Qadir wil te veel over die cultuurverschillen uitleggen en hij wil het vooral leuk doen. Daardoor wordt zijn verhaal te didactisch en opgeklopt grappig. Zijn boeken die in het Midden-Oosten spelen zijn sterker, omdat humor en ernst elkaar daarin meer in balans houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden